§ flandrepo

Over het Vlaamse internationale beurzenprogramma voor topstudenten #1030

Gemerged Vlaamse Regering wijzigt geen gevolgde wet · 29 november 2021 1 checks vragen aandacht
Amendementen
16 december 2021 · 4 blz.
1030/2 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier: : Ontwerp van decreet 14 december 2021 (2021-2022) Amendementen op het ontwerp van decreet over het Vlaamse internationale beurzenprogramma voor topstudenten ingediend op verzendcode: BUI — 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be AMENDEMENT Nr. 1 voorgesteld door Kristof Slagmulder, Johan Deckmyn, Carmen Ryheul, Roosmarijn Beckers, Jan Laeremans en Chris Janssens Artikel 3 Het derde lid vervangen door wat volgt: “Bij de evaluatie van de aanvragen wordt de Vlaamse Regering bijgestaan door een onafhankelijke jury, waarvan de leden uit verschillende disciplines en vakgebieden afkomstig zijn alsook ervaring en expertise hebben op academisch vlak en met de professionele opleidingen in het hoger onderwijs. De concrete samenstelling en werking van deze jury wordt door de Vlaamse Regering nader bepaald.”. VERANTWOORDING Door verschillende stakeholders klonk de behoefte om voldoende divers te rekruteren onder masterstudenten over alle opleidingen heen. Door de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) werd gesteld dat de beurs niemand a priori mag bevoordelen of benadelen, zowel wat betreft de sociaaleconomische status van de student als de wetenschappelijke discipline. Niet alle beurzen moeten bijvoorbeeld naar de toegepaste wetenschappen gaan, dat moet evenwichtig gespreid worden. Ook is er volgens de VLIR behoefte aan een duidelijke inbedding en dus ook een band en voeling met het hogeronderwijslandschap. Deze aanbevelingen weerklinken ook in het advies van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) dat stelt dat het programma maximaal toegankelijk moet zijn vanuit een brede waaier aan vakgebieden uit het hoger onderwijs. De Vlor vraagt dat de diversiteit in aanvragers die wordt beoogd, ook wordt weerspiegeld in de samenstelling van de jury. Idealiter gaat het om juryleden uit verschillende disciplines en vakgebieden. Momenteel staat de effectieve samenstelling van deze jury enkel ingeschreven als nader te bepalen voornemen in de algemene toelichting in de nota van het desbetreffende ontwerp van decreet, conform de eerdere voornemens uit de visienota Internationaal Beurzenprogramma van 9 juli 2021: “Voor de evaluatie van de schriftelijke aanvraag wordt een lijst van criteria gebruikt om te concretiseren wat beoordeeld wordt. Deze eerste evaluatie of preselectie wordt verzorgd door een onafhankelijke jury. Deze jury bestaat minstens uit: – twee captains of society met een achtergrond in de exacte wetenschappen; – twee captains of society met een achtergrond in de humane wetenschappen; – één captain of society met een achtergrond in de audiovisuele en beeldende kunsten, of in de muziek en de podiumkunsten.” De Vlor stelt hierover in zijn advies ook het volgende: “Hoewel we ons kunnen vinden in het beoogde profiel van de ‘captains of society’ – die naast hun maatschappelijke rol zelf al buitenlandse ervaring hebben opgedaan, vragen we dat minstens bepaalde juryleden voeling hebben met het hoger onderwijs. Het gaat dan om ervaring en expertise op academisch vlak, alsook met de professionele opleidingen in het hoger onderwijs.” In het artikel zoals het nu voorligt in het ontwerp van decreet, wordt de samenstelling van de onafhankelijke jury niet decretaal vastgelegd, maar wordt die volledig overgelaten aan de Vlaamse Regering om te bepalen via haar uitvoeringsbesluiten. De samenstelling valt hiermee ook samen met de bepalingen uit artikel 5, 2° en 3°, over de nadere vastlegging van regels door de Vlaamse Regering inzake de beoordeling van de aanvraag en de toekenning van de beurs, die door het gebrek aan nauwere decretale bepaling wel een erg ruime mogelijke invulling krijgt. Al deze elementen overwegende, is er dan ook behoefte aan een decretale verankering en de garantie van de samenstelling van de onafhankelijke jury, enerzijds over de diversiteit van de daar aanwezige disciplines en vakgebieden en anderzijds over hun ervaring en voeling met het Vlaamse en internationale hoger onderwijs, zowel op academisch vlak als wat betreft professionele opleiding. ¢ AMENDEMENT Nr. 2 voorgesteld door Kristof Slagmulder, Johan Deckmyn, Carmen Ryheul, Roosmarijn Beckers, Jan Laeremans en Chris Janssens Artikel 4 Een derde lid toevoegen, dat luidt als volgt: “De beurs wordt toegekend met een minimale duurtijd van tien maanden en een maximale duurtijd die de totaaltijd van het modeltraject van de te volgen opleiding bedraagt. De uitbetaling van de beurs geschiedt in schijven per academiejaar. Er wordt gedurende de opleiding een duidelijke jaarlijkse opvolgrapportage voorzien en toegepast op basis waarvan de Vlaamse Regering op advies van de jury, vermeld in artikel 3, derde lid, bij een negatieve evaluatie de toekenning van een verdere uitbetalingsschijf kan schorsen.”. VERANTWOORDING In het artikel zoals het nu voorligt in het ontwerp van decreet, wordt de minimale en maximale duurtijd niet decretaal vastgelegd, maar wordt dit, middels artikel 5, 5°, over de nadere vastlegging van regels door de Vlaamse Regering, volledig overgelaten aan de Vlaamse Regering om te bepalen via haar uitvoeringsbesluiten. Momenteel staat de duurtijd enkel ingeschreven als nader te bepalen voornemen in de algemene toelichting in de nota over het desbetreffende ontwerp van decreet, conform de eerdere voornemens uit de visienota Internationaal Beurzenprogramma van 9 juli 2021: “Het beurzenprogramma biedt de geselecteerde studenten een financiële beurs aan voor een opleiding van één jaar, aan een van de beste kenniscentra ter wereld binnen hun vakgebied. Het programma voorziet een beurs afhankelijk van de locatie en opleiding. (…) De duur van de studie in het buitenland waarvoor deze beurs kan worden aangevraagd, is minimaal 10 en maximaal 18 maanden.” Over de duurtijd maakte de Vlor echter de terechte opmerking dat hij het nodig acht om duidelijkheid te scheppen in de duurtijd en af te lijnen welke duurtijden van opleidingen al dan niet in aanmerking komen. Tegelijk is de Vlor ook vragende partij om de …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd