-
+5 −5 art. 11.1.8 2 1° de ingebruikname van het gebouw, waarbij bij een nieuwbouw dit moment ten laatste steeds de eerste domiciliering van natuurlijke personen in een gebouw of de vestiging van een maatschappelijke zetel van een rechtspersoon in een gebouw is; 2 1° de ingebruikname van het gebouw, waarbij bij een nieuwbouw dit moment ten laatste steeds de eerste domiciliering van natuurlijke personen in een gebouw of de vestiging van een maatschappelijke zetel van een rechtspersoon in een gebouw is; 3 2° het beëindigen van de vergunnings- of meldingsplichtige werken of handelingen. 3 2° het beëindigen van de vergunnings- of meldingsplichtige werken of handelingen. 4 De EPB-aangifte wordt in elk geval ten laatste vijf jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of na het neerleggen van de melding ingediend. 4 De EPB-aangifte wordt in elk geval ten laatste zes jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of na het neerleggen van de melding ingediend. 5 In afwijking van het tweede lid dient in het geval bij de nieuwbouw van meerdere EPB-eenheden de stedenbouwkundige vergunning voor onbepaalde duur conform artikel 4.2.21 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen conform artikel 80 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, de termijn van vijf jaar, vermeld in het tweede lid, voor elke EPB-eenheid van die vergunning te worden gerekend per fase waaronder zij valt en waaronder de werken aan die EPB-eenheid het eerst werden gestart. 5 In afwijking van het tweede lid dient in het geval bij de nieuwbouw van meerdere EPB-eenheden de stedenbouwkundige vergunning voor onbepaalde duur conform artikel 4.2.21 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen conform artikel 80 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, de termijn van zes jaar, vermeld in het tweede lid, voor elke EPB-eenheid van die vergunning te worden gerekend per fase waaronder zij valt en waaronder de werken aan die EPB-eenheid het eerst werden gestart. 6 Voor de EPB-aangifte met betrekking tot gebouwen waarvan de stedenbouwkundige vergunning in 2006 werd aangevraagd, dient de verslaggever uiterlijk twaalf maanden na de ingebruikname van het gebouw en uiterlijk vijf jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het VEKA. 6 Voor de EPB-aangifte met betrekking tot gebouwen waarvan de stedenbouwkundige vergunning in 2006 werd aangevraagd, dient de verslaggever uiterlijk twaalf maanden na de ingebruikname van het gebouw en uiterlijk zes jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het VEKA. 7 § 1/1. Voor andere gebouwen dan de gebouwen, vermeld in paragraaf 1, waarvoor EPB-eisen gelden als vermeld in artikel 11.1.1, § 1, dient de verslaggever namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het VEKA binnen een termijn van vijf jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of na het indienen van de melding. 7 § 1/1. Voor andere gebouwen dan de gebouwen, vermeld in paragraaf 1, waarvoor EPB-eisen gelden als vermeld in artikel 11.1.1, § 1, dient de verslaggever namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het VEKA binnen een termijn van zes jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of na het indienen van de melding. 8 Als de stedenbouwkundige vergunning voor onbepaalde duur, conform artikel 4.2.21 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, conform artikel 80 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, wordt de termijn van vijf jaar, vermeld in het eerste lid, in afwijking van het eerste lid, voor elke EPB-eenheid van die vergunning gerekend per fase waaronder ze valt en waaronder de werken aan die EPB-eenheid het eerst zijn gestart. 8 Als de stedenbouwkundige vergunning voor onbepaalde duur, conform artikel 4.2.21 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, conform artikel 80 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, wordt de termijn van zes jaar, vermeld in het eerste lid, in afwijking van het eerste lid, voor elke EPB-eenheid van die vergunning gerekend per fase waaronder ze valt en waaronder de werken aan die EPB-eenheid het eerst zijn gestart. 9 § 2. De verslaggever houdt gedurende vijf jaar van elke door hem opgestelde EPB-aangifte een exemplaar, de bijbehorende plannen en bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De verslaggever stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de EPB-aangifte, de plannen en de bijlagen ter beschikking van het VEKA. 9 § 2. De verslaggever houdt gedurende vijf jaar van elke door hem opgestelde EPB-aangifte een exemplaar, de bijbehorende plannen en bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De verslaggever stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de EPB-aangifte, de plannen en de bijlagen ter beschikking van het VEKA. 10 De aangifteplichtige houdt gedurende tien jaar een exemplaar van de EPB-aangifte, de bijhorende plannen en de bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De aangifteplichtige stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de EPB-aangifte, de plannen en de bijlagen ter beschikking aan het VEKA. 10 De aangifteplichtige houdt gedurende tien jaar een exemplaar van de EPB-aangifte, de bijhorende plannen en de bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De aangifteplichtige stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de EPB-aangifte, de plannen en de bijlagen ter beschikking aan het VEKA. - 8 januari 2023 Decreet tot wijziging van de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging, het Energiedecreet van 8 mei 2009, het decreet van 13 juli 2012 houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2012 en het decreet van 17 december 2021 tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft toewijzingen aan het Energiefonds, wijzigingen betreffende flexibiliteit en energiedelen, de uitbouw van het energiedataplatform en de herziening van de administratieve geldboetes aangaande installatie-eisen #1467 2022043148
+1 −0 art. 11.1.8 6 Voor de EPB-aangifte met betrekking tot gebouwen waarvan de stedenbouwkundige vergunning in 2006 werd aangevraagd, dient de verslaggever uiterlijk twaalf maanden na de ingebruikname van het gebouw en uiterlijk vijf jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het VEKA. 6 Voor de EPB-aangifte met betrekking tot gebouwen waarvan de stedenbouwkundige vergunning in 2006 werd aangevraagd, dient de verslaggever uiterlijk twaalf maanden na de ingebruikname van het gebouw en uiterlijk vijf jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het VEKA. 7 § 1/1. Voor andere gebouwen dan de gebouwen, vermeld in paragraaf 1, waarvoor EPB-eisen gelden als vermeld in artikel 11.1.1, § 1, dient de verslaggever namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het VEKA binnen een termijn van vijf jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of na het indienen van de melding. 7 § 1/1. Voor andere gebouwen dan de gebouwen, vermeld in paragraaf 1, waarvoor EPB-eisen gelden als vermeld in artikel 11.1.1, § 1, dient de verslaggever namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het VEKA binnen een termijn van vijf jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of na het indienen van de melding. 8 Als de stedenbouwkundige vergunning voor onbepaalde duur, conform artikel 4.2.21 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, conform artikel 80 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, wordt de termijn van vijf jaar, vermeld in het eerste lid, in afwijking van het eerste lid, voor elke EPB-eenheid van die vergunning gerekend per fase waaronder ze valt en waaronder de werken aan die EPB-eenheid het eerst zijn gestart. 8 § 2. De verslaggever houdt gedurende vijf jaar van elke door hem opgestelde EPB-aangifte een exemplaar, de bijbehorende plannen en bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De verslaggever stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de EPB-aangifte, de plannen en de bijlagen ter beschikking van het VEKA. 9 § 2. De verslaggever houdt gedurende vijf jaar van elke door hem opgestelde EPB-aangifte een exemplaar, de bijbehorende plannen en bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De verslaggever stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de EPB-aangifte, de plannen en de bijlagen ter beschikking van het VEKA. 9 De aangifteplichtige houdt gedurende tien jaar een exemplaar van de EPB-aangifte, de bijhorende plannen en de bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De aangifteplichtige stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de EPB-aangifte, de plannen en de bijlagen ter beschikking aan het VEKA. 10 De aangifteplichtige houdt gedurende tien jaar een exemplaar van de EPB-aangifte, de bijhorende plannen en de bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De aangifteplichtige stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de EPB-aangifte, de plannen en de bijlagen ter beschikking aan het VEKA. - 1 januari 2021 Decreet houdende aanpassing van diverse decreten met betrekking tot de omvorming van het Vlaams Energieagentschap tot het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap, tot integratie van opdrachten inzake klimaat van het Departement Omgeving in dit Vlaams Energie- en Klimaatagentschap, tot integratie van opdrachten inzake lucht van het Departement Omgeving in de Vlaamse Milieumaatschappij en houdende rapportage door het Departement Omgeving #526 2020044292
+6 −6 art. 11.1.8 1 § 1.Voor nieuwbouw gebouwen waarvoor EPB-eisen gelden als vermeld in artikel 11.1.1, § 1, dient de verslaggever namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het Vlaams Energieagentschap binnen een termijn van twaalf maanden die ingaat van zodra een van de volgende voorwaarden is vervuld: 1 § 1.Voor nieuwbouw gebouwen waarvoor EPB-eisen gelden als vermeld in artikel 11.1.1, § 1, dient de verslaggever namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het VEKA binnen een termijn van twaalf maanden die ingaat van zodra een van de volgende voorwaarden is vervuld: 2 1° de ingebruikname van het gebouw, waarbij bij een nieuwbouw dit moment ten laatste steeds de eerste domiciliering van natuurlijke personen in een gebouw of de vestiging van een maatschappelijke zetel van een rechtspersoon in een gebouw is; 2 1° de ingebruikname van het gebouw, waarbij bij een nieuwbouw dit moment ten laatste steeds de eerste domiciliering van natuurlijke personen in een gebouw of de vestiging van een maatschappelijke zetel van een rechtspersoon in een gebouw is; 3 2° het beëindigen van de vergunnings- of meldingsplichtige werken of handelingen. 3 2° het beëindigen van de vergunnings- of meldingsplichtige werken of handelingen. 4 De EPB-aangifte wordt in elk geval ten laatste vijf jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of na het neerleggen van de melding ingediend. 4 De EPB-aangifte wordt in elk geval ten laatste vijf jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of na het neerleggen van de melding ingediend. 5 In afwijking van het tweede lid dient in het geval bij de nieuwbouw van meerdere EPB-eenheden de stedenbouwkundige vergunning voor onbepaalde duur conform artikel 4.2.21 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen conform artikel 80 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, de termijn van vijf jaar, vermeld in het tweede lid, voor elke EPB-eenheid van die vergunning te worden gerekend per fase waaronder zij valt en waaronder de werken aan die EPB-eenheid het eerst werden gestart. 5 In afwijking van het tweede lid dient in het geval bij de nieuwbouw van meerdere EPB-eenheden de stedenbouwkundige vergunning voor onbepaalde duur conform artikel 4.2.21 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen conform artikel 80 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, de termijn van vijf jaar, vermeld in het tweede lid, voor elke EPB-eenheid van die vergunning te worden gerekend per fase waaronder zij valt en waaronder de werken aan die EPB-eenheid het eerst werden gestart. 6 Voor de EPB-aangifte met betrekking tot gebouwen waarvan de stedenbouwkundige vergunning in 2006 werd aangevraagd, dient de verslaggever uiterlijk twaalf maanden na de ingebruikname van het gebouw en uiterlijk vijf jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het Vlaams Energieagentschap. 6 Voor de EPB-aangifte met betrekking tot gebouwen waarvan de stedenbouwkundige vergunning in 2006 werd aangevraagd, dient de verslaggever uiterlijk twaalf maanden na de ingebruikname van het gebouw en uiterlijk vijf jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het VEKA. 7 § 1/1. Voor andere gebouwen dan de gebouwen, vermeld in paragraaf 1, waarvoor EPB-eisen gelden als vermeld in artikel 11.1.1, § 1, dient de verslaggever namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het Vlaams Energieagentschap binnen een termijn van vijf jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of na het indienen van de melding. 7 § 1/1. Voor andere gebouwen dan de gebouwen, vermeld in paragraaf 1, waarvoor EPB-eisen gelden als vermeld in artikel 11.1.1, § 1, dient de verslaggever namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het VEKA binnen een termijn van vijf jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of na het indienen van de melding. 8 § 2. De verslaggever houdt gedurende vijf jaar van elke door hem opgestelde EPB-aangifte een exemplaar, de bijbehorende plannen en bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De verslaggever stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de EPB-aangifte, de plannen en de bijlagen ter beschikking van het Vlaams Energieagentschap. 8 § 2. De verslaggever houdt gedurende vijf jaar van elke door hem opgestelde EPB-aangifte een exemplaar, de bijbehorende plannen en bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De verslaggever stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de EPB-aangifte, de plannen en de bijlagen ter beschikking van het VEKA. 9 De aangifteplichtige houdt gedurende tien jaar een exemplaar van de EPB-aangifte, de bijhorende plannen en de bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De aangifteplichtige stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de EPB-aangifte, de plannen en de bijlagen ter beschikking aan het Vlaams Energieagentschap. 9 De aangifteplichtige houdt gedurende tien jaar een exemplaar van de EPB-aangifte, de bijhorende plannen en de bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De aangifteplichtige stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de EPB-aangifte, de plannen en de bijlagen ter beschikking aan het VEKA. 10 § 3. De verslaggever stelt vanaf zijn aanstelling tot bij de indiening van de EPB-aangifte een technisch EPB-dossier samen. Het technisch EPB-dossier geeft een overzicht van de tijdens de werken genomen maatregelen met de bijhorende bewijsstukken. Op basis van het technisch EPB-dossier stelt de verslaggever de uiteindelijke EPB-aangifte op. 10 § 3. De verslaggever stelt vanaf zijn aanstelling tot bij de indiening van de EPB-aangifte een technisch EPB-dossier samen. Het technisch EPB-dossier geeft een overzicht van de tijdens de werken genomen maatregelen met de bijhorende bewijsstukken. Op basis van het technisch EPB-dossier stelt de verslaggever de uiteindelijke EPB-aangifte op. 11 Het technisch EPB-dossier kan volledig in elektronisch formaat zijn. Het wordt vijf jaar bewaard door de verslaggever en kan opgevraagd worden door het Vlaams Energieagentschap. 11 Het technisch EPB-dossier kan volledig in elektronisch formaat zijn. Het wordt vijf jaar bewaard door de verslaggever en kan opgevraagd worden door het VEKA. - 24 december 2018 versie zonder gekoppeld decreet
+11 −0 art. 11.1.8 - 30 maart 2017 versie zonder gekoppeld decreet
+0 −0 art. 11.1.8 - 23 februari 2017 versie zonder gekoppeld decreet
+0 −0 art. 11.1.8 - 28 maart 2014 versie zonder gekoppeld decreet
+0 −0 art. 11.1.8 -
+0 −0 art. 11.1.8 nieuw