§ flandrepo
  1. +1 −1 art. 3
    1In dit artikel wordt verstaan onder verordening (EU) 651/2014: de verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard.1In dit artikel wordt verstaan onder verordening (EU) 651/2014: de verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
    2Alle steun die wordt toegekend op grond van dit decreet en de volgende decretale bepalingen, decreten en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden verleend binnen de grenzen en de voorwaarden, vermeld in de verordening (EU) 651/2014:2Alle steun die wordt toegekend op grond van dit decreet en de volgende decretale bepalingen, decreten en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden verleend binnen de grenzen en de voorwaarden, vermeld in de verordening (EU) 651/2014:
    31° artikel 49 tot en met 54 van het decreet van 19 december 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999;
    31° ...;
    42° het decreet van 22 december 2000 betreffende de amateurkunsten;42° het decreet van 22 december 2000 betreffende de amateurkunsten;
    53° artikel 31 tot en met 37 van het decreet van 5 juli 2002 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2002;53° artikel 31 tot en met 37 van het decreet van 5 juli 2002 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2002;
  2. +24 −0 art. 3 nieuw
    1In dit artikel wordt verstaan onder verordening (EU) 651/2014: de verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
    2Alle steun die wordt toegekend op grond van dit decreet en de volgende decretale bepalingen, decreten en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden verleend binnen de grenzen en de voorwaarden, vermeld in de verordening (EU) 651/2014:
    31° artikel 49 tot en met 54 van het decreet van 19 december 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999;
    42° het decreet van 22 december 2000 betreffende de amateurkunsten;
    53° artikel 31 tot en met 37 van het decreet van 5 juli 2002 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2002;
    64° het decreet van 7 mei 2004 betreffende de toepassing van intersectorale akkoorden voor organisaties ressorterend onder het paritair comité voor de sociaal-culturele sector;
    75° het decreet van 7 mei 2004 houdende aanvullende subsidies voor tewerkstelling in de culturele sector;
    86° het decreet van 5 mei 2006 houdende de erkenning van de Vlaamse gebarentaal;
    97° het Participatiedecreet van 18 januari 2008;
    108° het Circusdecreet van 21 november 2008;
    119° het decreet van 15 juli 2011 houdende de erkenning van en de subsidieregeling voor het Memoriaal van de Vlaamse Ontvoogding en Vrede;
    1210° het decreet van 6 juli 2012 betreffende het Lokaal Cultuurbeleid;
    1311° artikel 21 van het decreet van 5 juli 2013 houdende begeleiding van de aanpassing van de begroting van 2013.
    14Als de individuele aanmeldingsdrempels, vermeld in artikel 4 van de voormelde verordening, overschreden worden, wordt de voorgenomen steun voorafgaandelijk aangemeld bij de Europese Commissie.
    15De volgende voorwaarden, vermeld in verordening (EU) nr. 651/2014, worden daarbij steeds in acht genomen:
    161° dossiers waar ten aanzien van de subsidieontvanger er een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij de steun onrechtmatig en onverenigbaar is verklaard met de interne markt, zijn uitgesloten;
    172° dossiers van subsidieontvangers die voldoen aan de definitie van `onderneming in moeilijkheden', vermeld in artikel 2, 18, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, zijn uitgesloten;
    183° dossiers die bij toekenning van de subsidie tot een schending van het Unierecht als vermeld in artikel 1, lid 5, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, zouden leiden, zijn uitgesloten;
    194° bij de berekening van de steunintensiteit en de in aanmerking komende kosten zijn alle bedragen die worden gebruikt, de bedragen vóór aftrek van belastingen of andere heffingen. De in aanmerking komende kosten worden gestaafd met bewijsstukken, die duidelijk gespecificeerd en actueel zijn;
    205° wanneer steun in een andere vorm dan een subsidie wordt toegekend, is het steunbedrag het brutosubsidie-equivalent van de steun;
    216° steun die in meerdere delen wordt uitgekeerd wordt gedisconteerd tot de waarde ervan op het tijdstip van de toekenning van de steun. De in aanmerking komende kosten worden gedisconteerd tot hun waarde op het tijdstip van de toekenning van de steun;
    227° overeenkomstig de artikelen 11 en 12 van verordening (EU) nr. 651/2014 worden de verplichtingen inzake verslaglegging en monitoring nageleefd.
    23De steunintensiteit per begunstigde is conform artikel 53, lid 6 tot en met lid 9, van de voormelde verordening.
    24De verplichtingen voor de publicatie en de informatie, vermeld in artikel 9 van de voormelde verordening, worden nageleefd. Als een subsidieontvanger een individuele steuntoekenning krijgt van meer dan 500.000 euro, worden de gegevens, vermeld in bijlage III van de voormelde verordening, gepubliceerd op de transparantiewebsite die de Europese Commissie ontwikkeld heeft.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd