§ flandrepo
  1. +0 −12 art. 9 opgeheven
    1Om te bepalen welke gemeenten in aanmerking komen voor een subsidie aan plattelandsgemeenten, stelt de Vlaamse Regering een doellijst vast van de gemeenten van het Vlaamse Gewest op grond van hun plattelandskenmerken. De eerste 50 gerangschikte gemeenten op deze lijst zijn de doelgemeenten.
    2De doellijst wordt opgesteld rekening houdend met de volgende criteria om een rangschikking te bekomen tussen de gemeenten op deze lijst:
    31° het gemiddeld aantal inwoners per km² van de betrokken gemeente;
    42° het percentage bebouwde oppervlakte van de betrokken gemeente.
    5De doellijst wordt vastgesteld door de Vlaamse Regering met de volgende formule:
    6x = inw/GinwVL + % bebO/G % bebOVL
    7waarbij:
    81° inw = aantal inwoners per km² van de betrokken gemeente bepaald op grond van de meest recente waarden verstrekt door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI);
    92° GinwVL = gemeentelijk gemiddeld aantal inwoners per km² van alle Vlaamse gemeenten bepaald op grond van de meest recente waarden verstrekt door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI);
    103° % bebO = percentage bebouwde oppervlakte van de betrokken gemeente bepaald op grond van de meest recente waarden verstrekt door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI);
    114° G % bebOVL = gemeentelijk gemiddelde percentage bebouwde oppervlakte van alle Vlaamse gemeenten bepaald op grond van de meest recente waarden verstrekt door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI).
    12Elke Vlaamse gemeente krijgt een waarde x toegekend op grond van de formule als vermeld in het derde lid. De volgorde op de lijst wordt vastgesteld beginnende met de laagste waarde x en afsluitend met de hoogste waarde x.
  2. +12 −0 art. 9 nieuw
    1Om te bepalen welke gemeenten in aanmerking komen voor een subsidie aan plattelandsgemeenten, stelt de Vlaamse Regering een doellijst vast van de gemeenten van het Vlaamse Gewest op grond van hun plattelandskenmerken. De eerste 50 gerangschikte gemeenten op deze lijst zijn de doelgemeenten.
    2De doellijst wordt opgesteld rekening houdend met de volgende criteria om een rangschikking te bekomen tussen de gemeenten op deze lijst:
    31° het gemiddeld aantal inwoners per km² van de betrokken gemeente;
    42° het percentage bebouwde oppervlakte van de betrokken gemeente.
    5De doellijst wordt vastgesteld door de Vlaamse Regering met de volgende formule:
    6x = inw/GinwVL + % bebO/G % bebOVL
    7waarbij:
    81° inw = aantal inwoners per km² van de betrokken gemeente bepaald op grond van de meest recente waarden verstrekt door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI);
    92° GinwVL = gemeentelijk gemiddeld aantal inwoners per km² van alle Vlaamse gemeenten bepaald op grond van de meest recente waarden verstrekt door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI);
    103° % bebO = percentage bebouwde oppervlakte van de betrokken gemeente bepaald op grond van de meest recente waarden verstrekt door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI);
    114° G % bebOVL = gemeentelijk gemiddelde percentage bebouwde oppervlakte van alle Vlaamse gemeenten bepaald op grond van de meest recente waarden verstrekt door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI).
    12Elke Vlaamse gemeente krijgt een waarde x toegekend op grond van de formule als vermeld in het derde lid. De volgorde op de lijst wordt vastgesteld beginnende met de laagste waarde x en afsluitend met de hoogste waarde x.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd