- 1 april 2026 Decreet tot wijziging van diverse decreten, wat betreft de implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 #1960 2024005643
+0 −11 art. 16.4.36 opgeheven 1 § 1. Na de ontvangst van de beslissing van de procureur des Konings, vermeld in artikel 16.4.35, brengt de gewestelijke entiteit binnen een termijn van dertig dagen de vermoedelijke overtreder op de hoogte van het voornemen om een alternatieve bestuurlijke geldboete op te leggen, al dan niet vergezeld van een voordeelontneming. De vermoedelijke overtreder wordt uitgenodigd om binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de kennisgeving van dit bericht schriftelijk zijn verweer mee te delen. Tevens wordt hij erop gewezen dat hij : 2 1° de documenten waarop het voornemen tot het opleggen van een alternatieve bestuurlijke geldboete berust, kan inzien en er kopieën van kan krijgen; 3 2° mondeling zijn schriftelijke verweer kan toelichten. De vermoedelijke overtreder moet daartoe bij de gewestelijke entiteit een aanvraag indienen binnen dertig dagen na de kennisgeving. 4 § 2. De gewestelijke entiteit kan toezichthouders verzoeken om aanvullende inlichtingen te verstrekken. 5 § 3. Alvorens een alternatieve bestuurlijke geldboete op te leggen, kan de gewestelijke entiteit de vermoedelijke overtreder een voorstel doen om een geldsom te betalen binnen een bepaalde termijn. 6 Het voorstel tot betaling van een geldsom gebeurt met kennisgeving aan de vermoedelijke overtreder. 7 De geldsom wordt gestort ten voordele van het Minafonds. 8 Het voorstel tot betaling van de geldsom schorst de procedure tot oplegging van een alternatieve bestuurlijke geldboete zoals vermeld in de artikelen 16.4.37 tot en met 16.4.39. 9 De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast met betrekking tot de termijn waarin de betaling moet geschieden, de modaliteiten tot het opleggen van de geldsom evenals de milieumisdrijven waarop de procedure van toepassing is. 10 § 4. De betaling van de voorgestelde geldsom door de vermoedelijke overtreder binnen de vooropgestelde termijn doet de procedure tot het opleggen van een alternatieve bestuurlijke geldboete zoals vermeld in de artikelen 16.4.37 tot en met 16.4.39 van het decreet vervallen. 11 Indien de vermoedelijke overtreder de geldsom niet betaalt binnen de vooropgestelde termijn of indien de vermoedelijke overtreder de gewestelijke entiteit per aangetekende brief laat weten niet in te gaan op het voorstel tot betaling van een geldsom, dan wordt de procedure tot het opleggen van een alternatieve bestuurlijke geldboete, zoals vermeld in de artikelen 16.4.37 tot en met 16.4.39, hervat. - 12 juli 2018 versie zonder gekoppeld decreet
+11 −0 art. 16.4.36 1 § 1. Na de ontvangst van de beslissing van de procureur des Konings, vermeld in artikel 16.4.35, brengt de gewestelijke entiteit binnen een termijn van dertig dagen de vermoedelijke overtreder op de hoogte van het voornemen om een alternatieve bestuurlijke geldboete op te leggen, al dan niet vergezeld van een voordeelontneming. De vermoedelijke overtreder wordt uitgenodigd om binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de kennisgeving van dit bericht schriftelijk zijn verweer mee te delen. Tevens wordt hij erop gewezen dat hij : 2 1° de documenten waarop het voornemen tot het opleggen van een alternatieve bestuurlijke geldboete berust, kan inzien en er kopieën van kan krijgen; 3 2° mondeling zijn schriftelijke verweer kan toelichten. De vermoedelijke overtreder moet daartoe bij de gewestelijke entiteit een aanvraag indienen binnen dertig dagen na de kennisgeving. 4 § 2. De gewestelijke entiteit kan toezichthouders verzoeken om aanvullende inlichtingen te verstrekken. 5 § 3. Alvorens een alternatieve bestuurlijke geldboete op te leggen, kan de gewestelijke entiteit de vermoedelijke overtreder een voorstel doen om een geldsom te betalen binnen een bepaalde termijn. 6 Het voorstel tot betaling van een geldsom gebeurt met kennisgeving aan de vermoedelijke overtreder. 7 De geldsom wordt gestort ten voordele van het Minafonds. 8 Het voorstel tot betaling van de geldsom schorst de procedure tot oplegging van een alternatieve bestuurlijke geldboete zoals vermeld in de artikelen 16.4.37 tot en met 16.4.39. 9 De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast met betrekking tot de termijn waarin de betaling moet geschieden, de modaliteiten tot het opleggen van de geldsom evenals de milieumisdrijven waarop de procedure van toepassing is. 10 § 4. De betaling van de voorgestelde geldsom door de vermoedelijke overtreder binnen de vooropgestelde termijn doet de procedure tot het opleggen van een alternatieve bestuurlijke geldboete zoals vermeld in de artikelen 16.4.37 tot en met 16.4.39 van het decreet vervallen. 11 Indien de vermoedelijke overtreder de geldsom niet betaalt binnen de vooropgestelde termijn of indien de vermoedelijke overtreder de gewestelijke entiteit per aangetekende brief laat weten niet in te gaan op het voorstel tot betaling van een geldsom, dan wordt de procedure tot het opleggen van een alternatieve bestuurlijke geldboete, zoals vermeld in de artikelen 16.4.37 tot en met 16.4.39, hervat. - 31 januari 2014 versie zonder gekoppeld decreet
+0 −0 art. 16.4.36 - 1 juni 2012 versie zonder gekoppeld decreet
+0 −0 art. 16.4.36 - 1 mei 2009 Codificatie: Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid 1995035716
+0 −0 art. 16.4.36 nieuw