§ flandrepo
  1. +9 −11 art. 2.31
    1Het gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen dat binnen een periode van tien jaar naar aanleiding van de organisatie van een grootschalig steekproefonderzoek als vermeld in artikel 2.40, ten minste moet worden verwezenlijkt, is gelijk aan het resultaat van volgende formule: “MACRO Huurw prov x (HH Gem / HH Prov)”, waarbij:
    21° “MACRO Huurw prov” gelijk is aan het in deze codex vastgelegde gewestelijke macro-objectief op het vlak van de verwezenlijking van sociale huurwoningen, dat op basis van de nulmeting wordt vertaald naar het niveau van de betrokken provincie door middel van de vermenigvuldiging met de breuk “aantal huishoudens op het niveau van de provincie/aantal huishoudens op het niveau van het Vlaamse Gewest”, met dien verstande dat voor de periode 2009-2025 volgende cijfers gelden:
    3a) voor de provincie West-Vlaanderen: 8125;
    4b) voor de provincie Oost-Vlaanderen: 9918;
    5c) voor de provincie Vlaams-Brabant: 7684;
    6d) voor de provincie Antwerpen: 12123;
    7e) voor de provincie Limburg: 5590;
    82° “HH Gem” gelijk is aan het aantal huishoudens op het niveau van de gemeente, zoals opgenomen in de nulmeting;
    93° “HH Prov” gelijk is aan het aantal huishoudens op het niveau van de provincie, zoals afgeleid uit de nulmeting.
    10De factor “MACRO Huurw prov”, vermeld in het eerste lid, 1°, kan worden verhoogd met een door de provincieraad van de betrokken provincie vastgesteld aantal eenheden, op voorwaarde dat het Vlaamse Gewest en de provincie een protocolakkoord sluiten over de financiële inspanningen ter dekking van de aldus gegenereerde meerkosten.
    11Indien een gemeente op grond van een wetenschappelijk onderbouwd dossier aantoont dat het gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen omwille van manifeste ruimtelijke beperkingen, vastgesteld op basis van het gemeentelijk actieprogramma, vermeld in artikel 2.6, niet volledig kan worden verwezenlijkt binnen de periode waarvoor het objectief geldt, kan de Vlaamse Regering een uitstel van ten hoogste vijf jaar verlenen.
    1§1. In de driepartijenovereenkomst verbinden de woonmaatschappij en de gemeenten zich ertoe om een bepaald aantal sociale huurwoningen te verwezenlijken en in stand te houden.
    2Bij de driepartijenovereenkomst verbindt de Vlaamse Regering zich via de bekrachtiging van die overeenkomst tot de financiering van dat sociaal woonaanbod.
    3§2. De Vlaamse Regering bepaalt het gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen dat ten laatste op 31 december 2042 minstens wordt gerealiseerd en, in voorkomend geval, de specifieke inhaalbeweging, vermeld in artikel 2.32, §1, eerste lid.
    4De sociale huurwoningen van het gemeentelijk objectief voor sociale huur-woningen, zoals van kracht op 31 december 2025, die op die datum dat gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen overschrijden, worden, in voorkomend geval, in mindering gebracht van het gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen, vermeld in het eerste lid.
    5De Vlaamse Regering kan een afwijking bepalen op het gemeentelijk objec-tief voor sociale huurwoningen, vermeld in het eerste lid, als het aandeel sociale huurwoningen in de gemeente minstens 9 procent bedraagt en op peil blijft.
    6Iedere gemeente sluit een overeenkomst met de woonmaatschappij over de realisatie van het gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van de overeenkomst.
    7§3. In afwijking van paragraaf 2 kan op initiatief van minstens twee gemeenten in hetzelfde werkingsgebied van een woonmaatschappij en die woonmaatschappij het gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen worden bepaald in een driepartijenovereenkomst, onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt.
    8De Vlaamse Regering bepaalt de verdere inhoud en de procedure van totstandkoming van de driepartijenovereenkomst.
    9§4. Het gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen, vermeld in paragraaf 2 en paragraaf 3, eerste lid, wordt herzien in 2029, 2034 en 2039 onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt.
  2. +11 −0 art. 2.31 nieuw
    1Het gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen dat binnen een periode van tien jaar naar aanleiding van de organisatie van een grootschalig steekproefonderzoek als vermeld in artikel 2.40, ten minste moet worden verwezenlijkt, is gelijk aan het resultaat van volgende formule: “MACRO Huurw prov x (HH Gem / HH Prov)”, waarbij:
    21° “MACRO Huurw prov” gelijk is aan het in deze codex vastgelegde gewestelijke macro-objectief op het vlak van de verwezenlijking van sociale huurwoningen, dat op basis van de nulmeting wordt vertaald naar het niveau van de betrokken provincie door middel van de vermenigvuldiging met de breuk “aantal huishoudens op het niveau van de provincie/aantal huishoudens op het niveau van het Vlaamse Gewest”, met dien verstande dat voor de periode 2009-2025 volgende cijfers gelden:
    3a) voor de provincie West-Vlaanderen: 8125;
    4b) voor de provincie Oost-Vlaanderen: 9918;
    5c) voor de provincie Vlaams-Brabant: 7684;
    6d) voor de provincie Antwerpen: 12123;
    7e) voor de provincie Limburg: 5590;
    82° “HH Gem” gelijk is aan het aantal huishoudens op het niveau van de gemeente, zoals opgenomen in de nulmeting;
    93° “HH Prov” gelijk is aan het aantal huishoudens op het niveau van de provincie, zoals afgeleid uit de nulmeting.
    10De factor “MACRO Huurw prov”, vermeld in het eerste lid, 1°, kan worden verhoogd met een door de provincieraad van de betrokken provincie vastgesteld aantal eenheden, op voorwaarde dat het Vlaamse Gewest en de provincie een protocolakkoord sluiten over de financiële inspanningen ter dekking van de aldus gegenereerde meerkosten.
    11Indien een gemeente op grond van een wetenschappelijk onderbouwd dossier aantoont dat het gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen omwille van manifeste ruimtelijke beperkingen, vastgesteld op basis van het gemeentelijk actieprogramma, vermeld in artikel 2.6, niet volledig kan worden verwezenlijkt binnen de periode waarvoor het objectief geldt, kan de Vlaamse Regering een uitstel van ten hoogste vijf jaar verlenen.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd