§ flandrepo
  1. +9 −9 art. 48/3
    1Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, tot en met het begrotingsjaar 2027, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onder- wijs voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT, startende in 2023-2024, die op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 voldoen aan de volgende voorwaarden:1Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, tot en met het begrotingsjaar 2027, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT, startende in 2023-2024, die op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 voldoen aan de volgende voorwaarden:
    21° de school of het centrum heeft op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten minste dertig regelmatige leerlingen meer dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 in de eerste graad B-stroom, alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen;21° de school of het centrum heeft op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten minste dertig regelmatige leerlingen meer dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 in de eerste graad B-stroom, alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de 7de leerjaren gericht op instroom arbeidsmarkt na behaalde onderwijskwalificatie niveau 3 samen;
    32° de hoofdvestigingsplaats van de school of het centrum is gelegen in een onderwijszone waar in de eerste graad B-stroom, alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen het aantal regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 hoger is dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1.32° de hoofdvestigingsplaats van de school of het centrum is gelegen in een onderwijszone waar in de eerste graad B-stroom, alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de 7de leerjaren gericht op instroom arbeidsmarkt na behaalde onderwijskwalificatie niveau 3 samen het aantal regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 hoger is dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1.
    4Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, tot en met het begrotings- jaar 2027, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onder- wijs voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT, startende in 2023-2024, die op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 voldoen aan een van de volgende voorwaarden: 1° de school of het centrum heeft op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten minste 30 procent meer regelmatige leerlingen dan op de eerste schooldag4Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, tot en met het begrotingsjaar 2027, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT, startende in 2023-2024, die op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 voldoen aan een van de volgende voorwaarden:
    5van februari van 20TT-1 in de eerste graad B-stroom;
    51° de school of het centrum heeft op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten minste 30 procent meer regelmatige leerlingen dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 in de eerste graad B-stroom;
    62° de school of centrum had op de eerste schooldag van februari 20TT-1 nog geen aanbod eerste graad B-stroom, en heeft wel een aanbod eerste graad B-stroom op de eerste schooldag van oktober 20TT-1.62° de school of centrum had op de eerste schooldag van februari 20TT-1 nog geen aanbod eerste graad B-stroom, en heeft wel een aanbod eerste graad B-stroom op de eerste schooldag van oktober 20TT-1.
    7Een school die aan een van de in het tweede lid bepaalde voorwaarden voldoet, komt slechts in aanmerking indien de hoofdvestigingsplaats van de school of het centrum is gelegen in een onderwijszone waar in de eerste graad B-stroom het aantal regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 hoger is dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1.7Een school die aan een van de in het tweede lid bepaalde voorwaarden voldoet, komt slechts in aanmerking indien de hoofdvestigingsplaats van de school of het centrum is gelegen in een onderwijszone waar in de eerste graad B-stroom het aantal regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 hoger is dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1.
    8Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, tot en met het begrotingsjaar 2027, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onder- wijs voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT, startende in 2023-2024, die op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 voldoen aan de volgende voorwaarden:8Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, tot en met het begrotingsjaar 2027, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT, startende in 2023-2024, die op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 voldoen aan de volgende voorwaarden:
    91° de school of het centrum heeft op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten minste 30 procent meer regelmatige leerlingen dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 in alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen;91° de school of het centrum heeft op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten minste 30 procent meer regelmatige leerlingen dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 in alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de 7de leerjaren gericht op instroom arbeidsmarkt na behaalde onderwijskwalificatie niveau 3 samen;
    102° de hoofdvestigingsplaats van de school of het centrum is gelegen in een onderwijszone waar in alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen het aantal regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 hoger is dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1.102° de hoofdvestigingsplaats van de school of het centrum is gelegen in een onderwijszone waar in alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de 7de leerjaren gericht op instroom arbeidsmarkt na behaalde onderwijskwalificatie niveau 3 samen het aantal regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 hoger is dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1.
    11Voor de maatregelen, vermeld in het eerste tot en met het vierde lid, wordt vanaf 2024 jaarlijks in een bedrag van 10 miljoen euro voorzien. Dit bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2025 geïndexeerd volgens artikel 243, §3, derde lid, 2°.11Voor de maatregelen, vermeld in het eerste tot en met het vierde lid, wordt vanaf 2024 jaarlijks in een bedrag van 10 miljoen euro voorzien. Dit bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2025 geïndexeerd volgens artikel 243, §3, derde lid, 2°.
    12Het extra werkingsbudget per school of centrum voor het betrokken schooljaar is het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal bijkomende regelmatige leerlingen in de school of het centrum in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten opzichte van het aantal regelmatige leerlingen in de school of het centrum in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 met het binnen de begroting voorziene werkingsbudget, vermeld in dit artikel, gedeeld door het totale aantal bijkomende regelmatige leerlingen in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 in alle scholen en centra die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste tot en met het vierde lid, ten opzichte van het aantal regelmatige leerlingen in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 in alle scholen en centra die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste tot en met het vierde lid.12Het extra werkingsbudget per school of centrum voor het betrokken schooljaar is het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal bijkomende regelmatige leerlingen in de school of het centrum in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de 7de leerjaren gericht op instroom arbeidsmarkt na behaalde onderwijskwalificatie niveau 3 samen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten opzichte van het aantal regelmatige leerlingen in de school of het centrum in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de 7de leerjaren gericht op instroom arbeidsmarkt na behaalde onderwijskwalificatie niveau 3 samen op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 met het binnen de begroting voorziene werkingsbudget, vermeld in dit artikel, gedeeld door het totale aantal bijkomende regelmatige leerlingen in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de 7de leerjaren gericht op instroom arbeidsmarkt na behaalde onderwijskwalificatie niveau 3 samen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 in alle scholen en centra die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste tot en met het vierde lid, ten opzichte van het aantal regelmatige leerlingen in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de 7de leerjaren gericht op instroom arbeidsmarkt na behaalde onderwijskwalificatie niveau 3 samen op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 in alle scholen en centra die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste tot en met het vierde lid.
    13Het bedrag dat een school of centrum ontvangt per bijkomende regelmatige leerling kan niet meer bedragen dan 11.000 euro. Dit bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2025 geïndexeerd volgens artikel 243, §3, derde lid, 2°.13Het bedrag dat een school of centrum ontvangt per bijkomende regelmatige leerling kan niet meer bedragen dan 11.000 euro. Dit bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2025 geïndexeerd volgens artikel 243, §3, derde lid, 2°.
    14Scholen en centra die voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT de eerste schooldag van oktober hanteren als teldatum als vermeld in artikel 86, §2, derde lid, van het decreet betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap en in artikel 171 en 172, §1, komen voor het betrokken schooljaar niet in aanmerking voor het extra werkingsbudget, vermeld in dit artikel.14Scholen en centra die voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT de eerste schooldag van oktober hanteren als teldatum als vermeld in artikel 86, §2, derde lid, van het decreet betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap en in artikel 171 en 172, §1, komen voor het betrokken schooljaar niet in aanmerking voor het extra werkingsbudget, vermeld in dit artikel.
  2. 1 januari 2024 programmadecreet bij de begroting 2024 2023048710
    +16 −0 art. 48/3 nieuw
    1Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, tot en met het begrotingsjaar 2027, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onder- wijs voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT, startende in 2023-2024, die op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 voldoen aan de volgende voorwaarden:
    21° de school of het centrum heeft op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten minste dertig regelmatige leerlingen meer dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 in de eerste graad B-stroom, alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen;
    32° de hoofdvestigingsplaats van de school of het centrum is gelegen in een onderwijszone waar in de eerste graad B-stroom, alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen het aantal regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 hoger is dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1.
    4Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, tot en met het begrotings- jaar 2027, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onder- wijs voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT, startende in 2023-2024, die op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 voldoen aan een van de volgende voorwaarden: 1° de school of het centrum heeft op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten minste 30 procent meer regelmatige leerlingen dan op de eerste schooldag
    5van februari van 20TT-1 in de eerste graad B-stroom;
    62° de school of centrum had op de eerste schooldag van februari 20TT-1 nog geen aanbod eerste graad B-stroom, en heeft wel een aanbod eerste graad B-stroom op de eerste schooldag van oktober 20TT-1.
    7Een school die aan een van de in het tweede lid bepaalde voorwaarden voldoet, komt slechts in aanmerking indien de hoofdvestigingsplaats van de school of het centrum is gelegen in een onderwijszone waar in de eerste graad B-stroom het aantal regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 hoger is dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1.
    8Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, tot en met het begrotingsjaar 2027, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onder- wijs voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT, startende in 2023-2024, die op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 voldoen aan de volgende voorwaarden:
    91° de school of het centrum heeft op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten minste 30 procent meer regelmatige leerlingen dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 in alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen;
    102° de hoofdvestigingsplaats van de school of het centrum is gelegen in een onderwijszone waar in alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen het aantal regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 hoger is dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1.
    11Voor de maatregelen, vermeld in het eerste tot en met het vierde lid, wordt vanaf 2024 jaarlijks in een bedrag van 10 miljoen euro voorzien. Dit bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2025 geïndexeerd volgens artikel 243, §3, derde lid, 2°.
    12Het extra werkingsbudget per school of centrum voor het betrokken schooljaar is het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal bijkomende regelmatige leerlingen in de school of het centrum in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten opzichte van het aantal regelmatige leerlingen in de school of het centrum in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 met het binnen de begroting voorziene werkingsbudget, vermeld in dit artikel, gedeeld door het totale aantal bijkomende regelmatige leerlingen in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 in alle scholen en centra die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste tot en met het vierde lid, ten opzichte van het aantal regelmatige leerlingen in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 in alle scholen en centra die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste tot en met het vierde lid.
    13Het bedrag dat een school of centrum ontvangt per bijkomende regelmatige leerling kan niet meer bedragen dan 11.000 euro. Dit bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2025 geïndexeerd volgens artikel 243, §3, derde lid, 2°.
    14Scholen en centra die voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT de eerste schooldag van oktober hanteren als teldatum als vermeld in artikel 86, §2, derde lid, van het decreet betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap en in artikel 171 en 172, §1, komen voor het betrokken schooljaar niet in aanmerking voor het extra werkingsbudget, vermeld in dit artikel.
    15Het extra werkingsbudget voor het betrokken schooljaar wordt aan de school- of centrumbesturen vóór 1 februari van het betrokken schooljaar betaald.
    16De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten het bedrag, vermeld in het vijfde lid, verhogen.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd