-
+2 −2 art. 336 1 §1. Opleidingsvorm 3 omvat vier fases: de observatiefase, de opleidingsfase, de kwalificatiefase en de facultatieve integratiefase: 1 §1. Opleidingsvorm 3 omvat vier fases: de observatiefase, de opleidingsfase, de kwalificatiefase en de integratiefase: 2 1° de observatiefase omvat één schooljaar; 2 1° de observatiefase omvat één schooljaar; 3 2° de opleidingsfase omvat twee schooljaren; 3 2° de opleidingsfase omvat twee schooljaren; 4 3° de kwalificatiefase omvat twee schooljaren; 4 3° de kwalificatiefase omvat twee schooljaren; 5 4° de facultatieve integratiefase omvat één schooljaar in de vorm van een alternerende beroepsopleiding, bestaande uit 1200 uur vorming op school en werkervaring in een bedrijf. De vorming op school bestaat uit minimum 400 uur algemene en sociale vorming en beroepsgerichte vorming. De werkervaring bestaat uit minimum 700 uur werkervaring in een regulier bedrijf in de vorm van leerlingenstage. 5 4° de integratiefase omvat één schooljaar in de vorm van een alternerende beroepsopleiding, bestaande uit 1200 uur vorming op school en werkervaring in een bedrijf. De vorming op school bestaat uit minimum 400 uur algemene en sociale vorming en beroepsgerichte vorming. De werkervaring bestaat uit minimum 700 uur werkervaring in een regulier bedrijf in de vorm van leerlingenstage. 6 §2. In deze opleidingsvorm kan tijdens het schooljaar in het laatste jaar van de opleidingsfase en in de kwalificatiefase gedurende een beperkt aantal dagen een leerlingenstage worden ingericht, die in groep en onder voortdurende begeleiding van de leraar plaatsvindt. In de kwalificatiefase is tijdens het schooljaar gedurende een beperkt aantal dagen leerlingenstage verplicht, waarbij elke leerling-stagiair afzonderlijk op stage gaat. Uitzonderlijk kunnen de leerlingenstages die in de kwalificatiefase plaatsvinden georganiseerd worden tijdens de vakanties. De werkervaring in de integratiefase wordt organisatorisch gelijkgesteld met een leerlingenstage. 6 §2. In deze opleidingsvorm kan tijdens het schooljaar in het laatste jaar van de opleidingsfase en in de kwalificatiefase gedurende een beperkt aantal dagen een leerlingenstage worden ingericht, die in groep en onder voortdurende begeleiding van de leraar plaatsvindt. In de kwalificatiefase is tijdens het schooljaar gedurende een beperkt aantal dagen leerlingenstage verplicht, waarbij elke leerling-stagiair afzonderlijk op stage gaat. Uitzonderlijk kunnen de leerlingenstages die in de kwalificatiefase plaatsvinden georganiseerd worden tijdens de vakanties. De werkervaring in de integratiefase wordt organisatorisch gelijkgesteld met een leerlingenstage. 7 Als er geen of onvoldoende stageplaatsen beschikbaar zijn in de kwalificatiefase, zet de school maximaal in op observatieactiviteiten in een organisatie of onderneming waarbij de leerling, zonder effectief aan het arbeidsproces te participeren, kennismaakt met een beroep of een specifieke werkplek. 7 Als er geen of onvoldoende stageplaatsen beschikbaar zijn in de kwalificatiefase, zet de school maximaal in op observatieactiviteiten in een organisatie of onderneming waarbij de leerling, zonder effectief aan het arbeidsproces te participeren, kennismaakt met een beroep of een specifieke werkplek. -
+2 −0 art. 336 5 4° de facultatieve integratiefase omvat één schooljaar in de vorm van een alternerende beroepsopleiding, bestaande uit 1200 uur vorming op school en werkervaring in een bedrijf. De vorming op school bestaat uit minimum 400 uur algemene en sociale vorming en beroepsgerichte vorming. De werkervaring bestaat uit minimum 700 uur werkervaring in een regulier bedrijf in de vorm van leerlingenstage. 5 4° de facultatieve integratiefase omvat één schooljaar in de vorm van een alternerende beroepsopleiding, bestaande uit 1200 uur vorming op school en werkervaring in een bedrijf. De vorming op school bestaat uit minimum 400 uur algemene en sociale vorming en beroepsgerichte vorming. De werkervaring bestaat uit minimum 700 uur werkervaring in een regulier bedrijf in de vorm van leerlingenstage. 6 §2. In deze opleidingsvorm kan tijdens het schooljaar in het laatste jaar van de opleidingsfase en in de kwalificatiefase gedurende een beperkt aantal dagen een leerlingenstage worden ingericht, die in groep en onder voortdurende begeleiding van de leraar plaatsvindt. In de kwalificatiefase is tijdens het schooljaar gedurende een beperkt aantal dagen leerlingenstage verplicht, waarbij elke leerling-stagiair afzonderlijk op stage gaat. Uitzonderlijk kunnen de leerlingenstages die in de kwalificatiefase plaatsvinden georganiseerd worden tijdens de vakanties. De werkervaring in de integratiefase wordt organisatorisch gelijkgesteld met een leerlingenstage. 6 §2. In deze opleidingsvorm kan tijdens het schooljaar in het laatste jaar van de opleidingsfase en in de kwalificatiefase gedurende een beperkt aantal dagen een leerlingenstage worden ingericht, die in groep en onder voortdurende begeleiding van de leraar plaatsvindt. In de kwalificatiefase is tijdens het schooljaar gedurende een beperkt aantal dagen leerlingenstage verplicht, waarbij elke leerling-stagiair afzonderlijk op stage gaat. Uitzonderlijk kunnen de leerlingenstages die in de kwalificatiefase plaatsvinden georganiseerd worden tijdens de vakanties. De werkervaring in de integratiefase wordt organisatorisch gelijkgesteld met een leerlingenstage. 7 Als er geen of onvoldoende stageplaatsen beschikbaar zijn in de kwalificatiefase, zet de school maximaal in op observatieactiviteiten in een organisatie of onderneming waarbij de leerling, zonder effectief aan het arbeidsproces te participeren, kennismaakt met een beroep of een specifieke werkplek. 8 De school kan in uitzonderlijke gevallen afwijken van de stageverplichting in de kwalificatiefase. In dat geval is een goed onderbouwde motivering vereist. Die motivering bevat minstens objectieve factoren die de stageverplichting onmogelijk maken. De onderwijsinspectie kan in voorkomend geval die motivering controleren. 7 §3. De opleidingsprofielen, die voor elke opleiding van opleidingsvorm 3 de generieke en beroepsspecifieke competenties en de algemene vorming vastleggen, worden onder coördinatie van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap ontwikkeld in overleg met het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs en ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering. 9 §3. De opleidingsprofielen, die voor elke opleiding van opleidingsvorm 3 de generieke en beroepsspecifieke competenties en de algemene vorming vastleggen, worden onder coördinatie van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap ontwikkeld in overleg met het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs en ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering. 8 §4. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels inzake: 10 §4. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels inzake: -
+7 −9 art. 336 1 §1. Opleidingsvorm 3 omvat vier fases: de observatiefase, de opleidingsfase, de kwalificatiefase en de facultatieve integratiefase: 1 §1. Opleidingsvorm 3 omvat vier fases: de observatiefase, de opleidingsfase, de kwalificatiefase en de facultatieve integratiefase: 2 1° de observatiefase omvat één schooljaar; 2 1° de observatiefase omvat één schooljaar; 3 2° de opleidingsfase omvat twee schooljaren; 3 2° de opleidingsfase omvat twee schooljaren; 4 3° de kwalificatiefase omvat twee schooljaren; 4 3° de kwalificatiefase omvat twee schooljaren; 5 4° de facultatieve integratiefase omvat één schooljaar in de vorm van een alternerende beroepsopleiding, bestaande uit 1200 uur vorming op school en werkervaring in een bedrijf. De vorming op school bestaat uit minimum 400 uur algemene en sociale vorming en beroepsgerichte vorming. De werkervaring bestaat uit minimum 700 uur werkervaring in een regulier bedrijf in de vorm van leerlingenstage. 5 4° de facultatieve integratiefase omvat één schooljaar in de vorm van een alternerende beroepsopleiding, bestaande uit 1200 uur vorming op school en werkervaring in een bedrijf. De vorming op school bestaat uit minimum 400 uur algemene en sociale vorming en beroepsgerichte vorming. De werkervaring bestaat uit minimum 700 uur werkervaring in een regulier bedrijf in de vorm van leerlingenstage. 6 §2. In deze opleidingsvorm kan tijdens het schooljaar in het laatste jaar van de opleidingsfase en in de kwalificatiefase gedurende een beperkt aantal dagen een leerlingenstage worden ingericht, die in groep en onder voortdurende begeleiding van de leraar plaatsvindt. In de kwalificatiefase is tijdens het schooljaar gedurende een beperkt aantal dagen leerlingenstage verplicht, waarbij elke leerling-stagiair afzonderlijk op stage gaat. Uitzonderlijk kunnen de leerlingenstages die in de kwalificatiefase plaatsvinden georganiseerd worden tijdens de vakanties. De werkervaring in de integratiefase wordt organisatorisch gelijkgesteld met een leerlingenstage. 6 §2. In deze opleidingsvorm kan tijdens het schooljaar in het laatste jaar van de opleidingsfase en in de kwalificatiefase gedurende een beperkt aantal dagen een leerlingenstage worden ingericht, die in groep en onder voortdurende begeleiding van de leraar plaatsvindt. In de kwalificatiefase is tijdens het schooljaar gedurende een beperkt aantal dagen leerlingenstage verplicht, waarbij elke leerling-stagiair afzonderlijk op stage gaat. Uitzonderlijk kunnen de leerlingenstages die in de kwalificatiefase plaatsvinden georganiseerd worden tijdens de vakanties. De werkervaring in de integratiefase wordt organisatorisch gelijkgesteld met een leerlingenstage. 7 § 3. .... 7 §3. De opleidingsprofielen, die voor elke opleiding van opleidingsvorm 3 de generieke en beroepsspecifieke competenties en de algemene vorming vastleggen, worden onder coördinatie van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap ontwikkeld in overleg met het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs en ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering. 8 §4. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels inzake: 8 §4. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels inzake: 9 1° de organisatie van opleidingsvorm 3; 9 1° de organisatie van opleidingsvorm 3; 10 2° de inhoud van opleidingsvorm 3; 11 3° de opleidingen die kunnen worden georganiseerd in opleidingsvorm 3; 10 2° de opleidingen die kunnen worden georganiseerd in opleidingsvorm 3; 12 4° de opleidingsprofielen; 13 5° de bevoegdheden van de klassenraad. 11 3° de inhoudelijke, organisatorische en vormelijke elementen die een opleidingsprofiel moet omvatten en de procedure voor indiening en goedkeuring van een opleidingsprofiel. 14 §5. In afwijking van paragraaf 1, 4°, en paragraaf 2 en 3, wordt in duaal leren op het niveau van de integratiefase van opleidingsvorm 3 de werkervaring in een regulier bedrijf georganiseerd onder de vorm van een arbeidsdeelname in een regulier bedrijf als vermeld in artikel 357/2. 12 §5. In afwijking van paragraaf 1, 4°, en paragraaf 2, wordt in duaal leren op het niveau van de integratiefase van opleidingsvorm 3 de werkervaring in een regulier bedrijf georganiseerd onder de vorm van een arbeidsdeelname in een regulier bedrijf als vermeld in artikel 357/2. -
+12 −7 art. 336 - 1 september 2019 Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft de modernisering van de structuur en de organisatie van het secundair onderwijs 2018031157
+3 −2 art. 336 - 1 september 2016 versie zonder gekoppeld decreet
+8 −0 art. 336 - 1 april 2014 versie zonder gekoppeld decreet
+0 −0 art. 336 - 1 september 2011 versie zonder gekoppeld decreet
+0 −0 art. 336 -
+0 −0 art. 336 nieuw