§ flandrepo
  1. +5 −3 art. III.42/1
    61° voor het begrotingsjaar 2020: het percentage van de evolutie tussen het aan- tal lestijden waarvoor werd ingeschreven gedeeld door 12 van het schooljaar 2018-2019 en het aantal lestijden waarvoor werd ingeschreven gedeeld door 12 van het schooljaar 2017-2018 van alle betrokken centra voor volwassenen- onderwijs;61° voor het begrotingsjaar 2020: het percentage van de evolutie tussen het aan- tal lestijden waarvoor werd ingeschreven gedeeld door 12 van het schooljaar 2018-2019 en het aantal lestijden waarvoor werd ingeschreven gedeeld door 12 van het schooljaar 2017-2018 van alle betrokken centra voor volwassenen- onderwijs;
    72° voor het begrotingsjaar 2021: het percentage van de evolutie tussen het aan- tal opgenomen studiepunten in de graduaatsopleidingen van het academiejaar 2019-2020 in de hogescholen en het aantal lestijden waarvoor werd inge schreven gedeeld door 12 van het schooljaar 2018-2019 van alle betrokken centra voor volwassenenonderwijs;72° voor het begrotingsjaar 2021: het percentage van de evolutie tussen het aan- tal opgenomen studiepunten in de graduaatsopleidingen van het academiejaar 2019-2020 in de hogescholen en het aantal lestijden waarvoor werd inge schreven gedeeld door 12 van het schooljaar 2018-2019 van alle betrokken centra voor volwassenenonderwijs;
    83° voor het begrotingsjaar 2022: het percentage van de evolutie tussen het aantal opgenomen studiepunten in de graduaatsopleidingen van het academiejaar 2020-2021 en het aantal opgenomen studiepunten van het academiejaar 2019-2020 in de hogescholen vermenigvuldigd met 8/12, en met het percentage van de evolutie tussen het aantal opgenomen studie- punten in de graduaatsopleidingen van het academiejaar 2020-2021 en het aantal opgenomen studiepunten van het academiejaar 2019-2020 in de hogescholen, beperkt tot 2% en vermenigvuldigd met 4/12;
    83° voor het begrotingsjaar 2022: het percentage van de evolutie tussen het aan- tal opgenomen studiepunten in de graduaatsopleidingen van het academie- jaar 2020-2021en het aantal opgenomen studiepunten van het academiejaar 2019-2020in de hogescholen;94° voor het begrotingsjaar 2023: het percentage van de evolutie tussen het aantal opgenomen studiepunten in de graduaatsopleidingen van het academiejaar 2021-2022 en het aantal opgenomen studiepunten van het academiejaar 2020-2021 in de hogescholen, beperkt tot 2%;
    94° voor de begrotingsjaren 2023 en 2024 monitort de Vlaamse Regering bud- gettaire effecten van de open-endfinanciering van de graduaatsopleidingen tweemaal per jaar in functie van begrotingsopmaak en begrotingscontrole. Op basis van deze monitoring kan de regering ingrijpen in het groeimechanisme om deze effecten onder controle te houden en eventueel beslissen om over te stappen op een budgetbeheersbaar financieringssysteem.
    105° voor het begrotingsjaar 2024: het percentage van de evolutie tussen het aantal opgenomen studiepunten in de graduaatsopleidingen van het academiejaar 2022-2023 en het aantal opgenomen studiepunten van het academiejaar 2021-2022 in de hogescholen, beperkt tot 2%.
    10De groeiberekend overeenkomstig het eerste lid wordt jaarlijks onder de betrokken hogescholen verdeeld op basis van hun aandeel in de groei van het aan- tal lestijden gedeeld door 12 respectievelijk het aantal opgenomen studiepunten.11In de begrotingsjaren 2020 en 2021 wordt de groei, berekend overeenkomstig het eerste lid, verdeeld onder de betrokken hogescholen op basis van hun aandeel in de groei van het aantal lestijden gedeeld door 12 respectievelijk het aantal opgenomen studiepunten.
    12In de begrotingsjaren 2022, 2023 en 2024 wordt de groei, berekend overeenkomstig het eerste lid, berekend per hogeschool op het budget van de hogeschool in kwestie.
    11§ 3. De middelen, vermeld in paragraaf 1, worden vanaf het begrotingsjaar 2020 geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in artikel III.5, § 9.13§ 3. De middelen, vermeld in paragraaf 1, worden vanaf het begrotingsjaar 2020 geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in artikel III.5, § 9.
    12§ 4. Vanaf het begrotingsjaar 2022 worden de middelen, berekend overeenkomstig paragraaf 1, 2 en 3, jaarlijks met 1/3 afgebouwd. De vrijgekomen middelen worden toegevoegd aan het variabel onderwijsdeel voor de graduaatsopleidingen VOWhbo, vermeld in artikel III.5.14§ 4. Vanaf het begrotingsjaar 2022 worden de middelen, berekend overeenkomstig paragraaf 1, 2 en 3, jaarlijks met 1/3 afgebouwd. De vrijgekomen middelen worden toegevoegd aan het variabel onderwijsdeel voor de graduaatsopleidingen VOWhbo, vermeld in artikel III.5.
  2. +6 −5 art. III.42/1
    32° vanaf het begrotingsjaar 2020 : de gegenereerde middelen voor de hbo5-opleidingen voor het schooljaar 2018-2019 in het desbetreffende centrum voor volwassenenonderwijs.32° vanaf het begrotingsjaar 2020 : de gegenereerde middelen voor de hbo5-opleidingen voor het schooljaar 2018-2019 in het desbetreffende centrum voor volwassenenonderwijs.
    4De gegenereerde middelen, vermeld in punt 1° en 2°, zijn het aantal leraarsuren voor de hbo5-opleidingen in het desbetreffende centrum of centra voor volwassenenonderwijs voor het schooljaar 2018-2019, berekend conform de artikelen 98 en 99 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, vermenigvuldigd met 98,39 euro. Dit bedrag van 98,39 euro wordt tot en met het begrotingsjaar 2019 aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex. De referentiedatum voor de aanpassing is 1 september 2017.4De gegenereerde middelen, vermeld in punt 1° en 2°, zijn het aantal leraarsuren voor de hbo5-opleidingen in het desbetreffende centrum of centra voor volwassenenonderwijs voor het schooljaar 2018-2019, berekend conform de artikelen 98 en 99 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, vermenigvuldigd met 98,39 euro. Dit bedrag van 98,39 euro wordt tot en met het begrotingsjaar 2019 aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex. De referentiedatum voor de aanpassing is 1 september 2017.
    5§ 2. De middelen, vermeld in paragraaf 1, 2°, worden cumulatief vermenigvuldigd met het volgende percentage:5§ 2. De som van de middelen zoals toegekend aan de hogescholen overeenkomstig paragraaf 1, 2°, wordt cumulatief vermenigvuldigd met het volgende percentage:
    61° voor het begrotingsjaar 2020: het percentage van de evolutie tussen het aantal lestijden waarvoor werd ingeschreven gedeeld door 12 van het schooljaar 2018-2019 en het aantal lestijden waarvoor werd ingeschreven gedeeld door 12 van het schooljaar 2017-2018 van de betrokken centra voor volwassenenonderwijs;61° voor het begrotingsjaar 2020: het percentage van de evolutie tussen het aan- tal lestijden waarvoor werd ingeschreven gedeeld door 12 van het schooljaar 2018-2019 en het aantal lestijden waarvoor werd ingeschreven gedeeld door 12 van het schooljaar 2017-2018 van alle betrokken centra voor volwassenen- onderwijs;
    72° voor het begrotingsjaar 2021: het percentage van de evolutie tussen het aantal opgenomen studiepunten van het academiejaar 2019-2020 in de hogeschool en het aantal lestijden waarvoor werd ingeschreven gedeeld door 12 van het schooljaar 2018-2019 van de betrokken centra voor volwassenenonderwijs;72° voor het begrotingsjaar 2021: het percentage van de evolutie tussen het aan- tal opgenomen studiepunten in de graduaatsopleidingen van het academiejaar 2019-2020 in de hogescholen en het aantal lestijden waarvoor werd inge schreven gedeeld door 12 van het schooljaar 2018-2019 van alle betrokken centra voor volwassenenonderwijs;
    83° voor het begrotingsjaar 2022: het percentage van de evolutie tussen het aantal opgenomen studiepunten in de graduaatsopleidingen van het academiejaar 2020-2021 en het aantal opgenomen studiepunten van het academiejaar 2019-2020 in de hogeschool;83° voor het begrotingsjaar 2022: het percentage van de evolutie tussen het aan- tal opgenomen studiepunten in de graduaatsopleidingen van het academie- jaar 2020-2021 en het aantal opgenomen studiepunten van het academiejaar 2019-2020 in de hogescholen;
    94° voor de begrotingsjaren 2023 en 2024 monitort de Vlaamse Regering budgettaire effecten van de open-end financiering van de graduaatsopleidingen tweemaal per jaar in functie van begrotingsopmaak en begrotingscontrole. Op basis van deze monitoring kan de regering ingrijpen in het groeimechanisme om deze effecten onder controle te houden en eventueel beslissen om over te stappen op een budgetbeheersbaar financieringssysteem.94° voor de begrotingsjaren 2023 en 2024 monitort de Vlaamse Regering bud- gettaire effecten van de open-endfinanciering van de graduaatsopleidingen tweemaal per jaar in functie van begrotingsopmaak en begrotingscontrole. Op basis van deze monitoring kan de regering ingrijpen in het groeimechanisme om deze effecten onder controle te houden en eventueel beslissen om over te stappen op een budgetbeheersbaar financieringssysteem.
    10De groei berekend overeenkomstig het eerste lid wordt jaarlijks onder de betrokken hogescholen verdeeld op basis van hun aandeel in de groei van het aan- tal lestijden gedeeld door 12 respectievelijk het aantal opgenomen studiepunten.
    10§ 3. De middelen, vermeld in paragraaf 1, worden vanaf het begrotingsjaar 2020 geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in artikel III.5, § 9.11§ 3. De middelen, vermeld in paragraaf 1, worden vanaf het begrotingsjaar 2020 geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in artikel III.5, § 9.
    11§ 4. Vanaf het begrotingsjaar 2022 worden de middelen, berekend overeenkomstig paragraaf 1, 2 en 3, jaarlijks met 1/3 afgebouwd. De vrijgekomen middelen worden toegevoegd aan het variabel onderwijsdeel voor de graduaatsopleidingen VOWhbo, vermeld in artikel III.5.12§ 4. Vanaf het begrotingsjaar 2022 worden de middelen, berekend overeenkomstig paragraaf 1, 2 en 3, jaarlijks met 1/3 afgebouwd. De vrijgekomen middelen worden toegevoegd aan het variabel onderwijsdeel voor de graduaatsopleidingen VOWhbo, vermeld in artikel III.5.
  3. 1 januari 2019 Codificatie: Codex Hoger Onderwijs 2014035166
    +12 −0 art. III.42/1 nieuw
    1§ 1. Bij de overdracht van hbo5-opleidingen van een of meer centra voor volwassenenonderwijs aan een hogeschool in het academiejaar 2019-2020 ontvangt die hogeschool vanaf het begrotingsjaar 2019 daarvoor de volgende middelen :
    21° in het begrotingsjaar 2019 : 1/3 van de gegenereerde middelen voor de hbo5-opleidingen voor het schooljaar 2018-2019 in het desbetreffende centrum voor volwassenenonderwijs;
    32° vanaf het begrotingsjaar 2020 : de gegenereerde middelen voor de hbo5-opleidingen voor het schooljaar 2018-2019 in het desbetreffende centrum voor volwassenenonderwijs.
    4De gegenereerde middelen, vermeld in punt 1° en 2°, zijn het aantal leraarsuren voor de hbo5-opleidingen in het desbetreffende centrum of centra voor volwassenenonderwijs voor het schooljaar 2018-2019, berekend conform de artikelen 98 en 99 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, vermenigvuldigd met 98,39 euro. Dit bedrag van 98,39 euro wordt tot en met het begrotingsjaar 2019 aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex. De referentiedatum voor de aanpassing is 1 september 2017.
    5§ 2. De middelen, vermeld in paragraaf 1, 2°, worden cumulatief vermenigvuldigd met het volgende percentage :
    61° voor het begrotingsjaar 2020 : het percentage van de evolutie tussen het aantal lestijden waarvoor werd ingeschreven gedeeld door 12 van het schooljaar 2018-2019 en het aantal lestijden waarvoor werd ingeschreven gedeeld door 12 van het schooljaar 2017-2018 van de betrokken centra voor volwassenenonderwijs;
    72° voor het begrotingsjaar 2021 : het percentage van de evolutie tussen het aantal opgenomen studiepunten van het academiejaar 2019-2020 in de hogeschool en het aantal lestijden waarvoor werd ingeschreven gedeeld door 12 van het schooljaar 2018-2019 van de betrokken centra voor volwassenenonderwijs;
    83° voor het begrotingsjaar 2022 : het percentage van de evolutie tussen het aantal opgenomen studiepunten in de graduaatsopleidingen van het academiejaar 2020-2021 en het aantal opgenomen studiepunten van het academiejaar 2019-2020 in de hogeschool;
    94° voor de begrotingsjaren 2023 en 2024 monitort de Vlaamse Regering budgettaire effecten van de open-end financiering van de graduaatsopleidingen tweemaal per jaar in functie van begrotingsopmaak en begrotingscontrole. Op basis van deze monitoring kan de regering ingrijpen in het groeimechanisme om deze effecten onder controle te houden en eventueel beslissen om over te stappen op een budgetbeheersbaar financieringssysteem.
    10§ 3. De middelen, vermeld in paragraaf 1, worden vanaf het begrotingsjaar 2020 geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in artikel III.5, § 9.
    11§ 4. Vanaf het begrotingsjaar 2022 worden de middelen, berekend overeenkomstig paragraaf 1, 2 en 3, jaarlijks met 1/3 afgebouwd. De vrijgekomen middelen worden toegevoegd aan het variabel onderwijsdeel voor de graduaatsopleidingen VOWhbo, vermeld in artikel III.5.
    12§ 5. De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare budgetten de middelen bestemd voor het hoger beroepsonderwijs die vanaf het schooljaar 2019-2020 niet meer aangewend dienen te worden binnen het volwassenenonderwijs, overdragen van de loonkredieten volwassenenonderwijs naar de werkingstoelagen van de hogescholen die graduaatsopleidingen aanbieden. De Vlaamse Regering bepaalt hiervoor het toewijzingsmechanisme.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd