| 1 | Onverminderd de algemene toelatingsvoorwaarden voor een bacheloropleiding, vermeld in artikel II.178, wordt de eerste inschrijving voor bepaalde bacheloropleidingen aan de hogescholen of de universiteiten afhankelijk gesteld van de verplichte deelname aan een niet-bindende toelatingsproef. | 1 | § 1. Met behoud van de toepassing van de algemene toelatingsvoorwaarden voor een bacheloropleiding, vermeld in artikel II.178, wordt de eerste inschrijving voor bepaalde bacheloropleidingen aan de hogescholen of universiteiten afhankelijk gesteld van de verplichte deelname aan een starttoets. Een starttoets is instellingsneutraal, betrouwbaar en valide. Na de afname van de starttoets ontvangen de deelnemers een attest van deelname, dat alleen geldig is voor inschrijving in het lopende academiejaar waarin de test wordt afgenomen of in het academiejaar dat start na de afname van de starttoets. |
| 2 | De niet-bindende toelatingsproef is instellingsneutraal. De resultaten van de niet-bindende toelatingsproef kunnen in geen geval de weigering tot de eerste inschrijving voor een opleiding tot gevolg hebben. Een instelling kan wel beslissen om een remediëring als vermeld in artikel II.246, § 1, 1°, op te leggen aan een student die de vooropgestelde cesuur voor de proef niet behaalt. | | |
| 3 | In uitzonderlijke gevallen kan door de instelling voor een individuele student op gemotiveerde wijze worden afgeweken van de voorwaarde tot verplichte deelname. Ook in dat geval kan de instelling een remediëring opleggen aan die studenten. | | |
| | 2 | Een starttoets test startcompetenties die nodig zijn voor het welslagen in de betrokken opleiding. De deelname aan een starttoets gebeurt onder gecontroleerde omstandigheden. Bij de organisatie van een starttoets wordt voor studenten met functiebeperkingen als vermeld in artikel II.221, § 2, tweede lid, in redelijke aanpassingen voorzien. |
| | 3 | Na de afname van de starttoets ontvangt iedere deelnemer een individueel feedbackrapport. Iedere deelnemer heeft het recht om op basis van dit feedbackrapport een gesprek aan te gaan met een studie- of trajectbegeleider in de instelling waar hij zich wenst in te schrijven. |
| 4 | De Vlaamse Regering legt, na raadpleging van de VLUHR, bij besluit de lijst vast van de opleidingen waarvoor deelname aan een niet-bindende toelatingsproef een voorwaarde voor inschrijving is. | 4 | De Vlaamse Regering legt, na raadpleging van de VLUHR, bij besluit de lijst vast van de opleidingen waarvoor deelname aan een starttoets een voorwaarde voor inschrijving is. |
| 5 | De hogescholen en universiteiten nemen de bijkomende inschrijvingsvoorwaarde tot het afleggen van een verplichte, niet-bindende toelatingsproef, de modaliteiten waarbinnen dat moet gebeuren, de mogelijke afwijkingen op de verplichte deelname, en, in voorkomend geval, een remediëring die wordt opgelegdin het onderwijs- en examenreglement. | 5 | De hogescholen en universiteiten nemen de bijkomende inschrijvingsvoorwaarde van het afleggen van een starttoets en de verplichte remediëring die wordt opgelegd, op in hun onderwijsreglement. |
| | 6 | § 2. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, wordt in de instellingsoverschrijdende reglementen, vermeld in paragraaf 5, opgenomen onder welke voorwaarden en op welke wijze een student of een groep van studenten wordt vrijgesteld van de verplichte deelname aan een starttoets. Elke vrijstelling wordt gemotiveerd. |
| | 7 | § 3. De resultaten op de starttoetsen kunnen in geen geval de weigering tot inschrijving in de opleiding tot gevolg hebben. |
| | 8 | De instellingen leggen vanaf het academiejaar 2023-2024 verplichte remediering op aan studenten die de vastgelegde cesuur of cesuren op de starttoets of een toetsonderdeel van de starttoets niet behalen. De cesuur of cesuren voor de starttoetsen worden per toets vastgelegd over de instellingen heen en opgenomen in de instellingsoverschrijdende reglementen, vermeld in paragraaf 5. |
| | 9 | De instellingen kunnen vanaf het academiejaar 2023-2024 verplichte remediering opleggen aan een student die: |
| | 10 | 1° is vrijgesteld van deelname aan een starttoets; |
| | 11 | 2° heeft deelgenomen aan een andere starttoets dan de starttoets die overeenstemt met de opleiding waarvoor de student zich wil inschrijven. |
| | 12 | De instellingen leggen in de instellingsoverschrijdende reglementen, vermeld in paragraaf 5, vast in welke gevallen ze verplichte remediëring opleggen als vermeld in het derde lid. |
| | 13 | De verplichte remediëring moet zich richten op die kennis en competenties waarvoor door de starttoets remedieerbare tekorten werden vastgesteld. De instellingen voorzien in een remediëringsaanbod voorafgaand aan de start van het academiejaar alsook in een aanbod dat tijdens het academiejaar intra- of extracurriculair kan opgenomen worden. Elke instelling bepaalt autonoom de omvang en de inhoud van de verplichte remediëring. Indien de remediëring tijdens het academiejaar wordt vormgegeven, mag de omvang van de verplichte remediëring niet meer dan zes studiepunten bedragen. |
| | 14 | Elke instelling bepaalt autonoom of er evaluatiemomenten of verplichte deelname worden gekoppeld aan de opgelegde remediëring. |
| | 15 | De VLIR en de VLHORA volgen de validering van de verplichte remediëring en de impact ervan op studenten op. Ze rapporteren hierover jaarlijks aan de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming. |
| | 16 | § 4. Een student kan een beroep instellen tegen: |
| | 17 | 1° zijn resultaten op de starttoets; |
| | 18 | 2° het niet verkrijgen van een vrijstelling van deelname aan een starttoets; |
| | 19 | 3° het niet verkrijgen van redelijke aanpassingen bij de deelname aan een starttoets, of de aard van die aanpassingen. |
| | 20 | De modaliteiten voor het beroep worden vastgelegd in de instellingsoverschrijdende reglementen, vermeld in paragraaf 5. |
| | 21 | § 5. Alle hogescholen respectievelijk alle universiteiten leggen gezamenlijk binnen respectievelijk de VLHORA en de VLIR een instellingsoverschrijdend reglement vast. Dit bevat minimaal volgende elementen: |
| | 22 | 1° de cesuur of cesuren voor een starttoets of toetsonderdeel van een starttoets en de consequenties naar verplichte remediëring toe; |
| | 23 | 2° de consequenties naar verplichte remediëring bij deelname aan een niet-overeenstemmende starttoets of bij vrijstelling van deelname aan een starttoets; |
| | 24 | 3° de afnamemodaliteiten van de starttoetsen; |
| | 25 | 4° de vrijstellingen van de verplichte deelname aan een starttoets en de manier waarop de vrijstelling van deelname wordt verleend; |
| | 26 | 5° de regels over de beroepsprocedure; |
| | 27 | 6° afspraken rond de toekenning van redelijke aanpassingen bij de deelname aan een starttoets voor studenten met functiebeperkingen als vermeld in artikel II.221, § 2, tweede lid. |
| | 28 | De instellingsoverschrijdende reglementen worden jaarlijks opgesteld en gevalideerd door respectievelijk de VLHORA en de VLIR volgens hun eigen beslissingsregels. Ze maken deze reglementen over aan de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, uiterlijk op 15 maart van het jaar waarin de starttoetsen worden afgenomen. De instellingsoverschrijdende reglementen worden door de instellingen openbaar en makkelijk raadpleegbaar gemaakt. |
| | 29 | § 6. De deelname aan een starttoets is kosteloos. In voorkomend geval genereert ook de opgelegde verplichte remediëring voor de student geen extra kosten, met uitzondering van verschuldigd studiegeld en kosten voor het gebruikelijke cursusmateriaal. |