Artikel 3.18.0.0.1
§ 1. Het bevoegde personeelslid kan een administratieve geldboete van 50 euro tot 1250 euro opleggen voor iedere overtreding van de bepalingen van deze codex, alsook van de besluiten die genomen zijn ter uitvoering ervan, met uitzondering van overtredingen van artikel 3.1.0.0.2, §§ 2 tot en met 4 en van de bepalingen, vermeld in hoofdstuk 23.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, kan het bevoegde personeelslid voor een overtreding van de volgende bepalingen van deze codex inzake de erf- of registratiebelasting, alsook van de besluiten die genomen zijn ter uitvoering ervan, volgende administratieve geldboeten opleggen :
- 1°voor iedere overtreding van artikel 3.12.3.0.2 en artikel 3.12.3.0.5 : een administratieve geldboete van 50 euro ten laste van de instrumenterende openbare of ministeriële ambtenaar of officier;
- 2°voor iedere overtreding van artikel 3.12.3.0.3 : een administratieve geldboete van 50 euro ten laste van de notaris die nagelaten heeft de schenker te vragen de verklaring te doen;
- 3°voor iedere overtreding van artikel 3.12.3.0.6 : een administratieve geldboete van 50 euro ten laste van de notaris of gerechtsdeurwaarder;
- 4°voor iedere overtreding van artikel 3.3.1.0.8, § 1, 9° : een administratieve geldboete van 50 euro tot 250 euro ten laste van iedere overtreder afzonderlijk;
- 5°voor iedere overtreding van artikel 3.10.5.5.2 en artikel 3.13.1.2.8 : een administratieve geldboete van 250 euro tot 500 euro ten laste van iedere overtreder afzonderlijk;
- 6°voor iedere overtreding van artikel 3.13.1.3.7, die volgt uit een overtreding van artikel 96, 97, 99 of 1031 van het federale Wetboek van Successierechten : een administratieve geldboete van 250 euro tot 500 euro ten laste van iedere overtreder afzonderlijk;
- 7°voor iedere overtreding van artikel 3.13.1.2.1, derde en vierde lid, en artikel 3.13.1.3.1, § 1 en § 6 : een administratieve geldboete van 250 euro tot 2500 euro ten laste van iedere overtreder afzonderlijk;
- 8°voor iedere overtreding van artikel 3.13.1.3.7, die volgt uit een overtreding van artikel 98, 101 of 1021 van het federale Wetboek van Successierechten : een administratieve geldboete van 250 euro tot 2500 euro ten laste van iedere overtreder afzonderlijk;
- 9°voor iedere weigering van inzageverlening, waardoor inbreuk wordt gepleegd op artikel 3.13.1.1.1, artikel 3.13.1.2.1 of artikel 3.13.1.3.1 : een administratieve geldboete van 250 euro tot 2500 euro ten laste van de persoon, vermeld in artikel 2.9.4.2.4, § 1, die de beroepsverklaring, vermeld in artikel 2.9.4.2.4, § 2, 1°, heeft ondertekend;
- 10°voor iedere weigering van inzageverlening, waardoor inbreuk wordt gepleegd op artikel 3.13.1.2.5, artikel 3.13.1.3.1 of artikel 3.13.1.3.2 : een administratieve geldboete van 250 euro tot 2500 euro ten laste van iedere overtreder afzonderlijk;
- 11°voor iedere weigering van inzageverlening, waardoor inbreuk wordt gepleegd op artikel 3.13.1.1.1, artikel 3.13.1.2.1 of artikel 3.13.1.3.1 : een administratieve geldboete van 1250 euro voor de personen die de toepassing vragen van artikel 2.7.4.2.2 of artikel 2.8.6.0.3;
- 12°voor iedere overtreding van artikel 3.13.1.3.7, die volgt uit het feit dat de kennisgeving, vermeld in artikel 1023 van het federale Wetboek van Successierechten, niet verricht werd binnen de aldaar gestelde termijn : een administratieve geldboete van 500 euro tot 10.000 euro, waartoe de rechtspersoon en degenen die in zijn naam de brandkast ter beschikking van de derde hebben gesteld, hoofdelijk gehouden zijn.
§ 2/1. In afwijking van paragraaf 1, kan het bevoegde personeelslid een administratieve geldboete van 5.000 euro opleggen voor een overtreding van artikel 2.2.4.0.9 als de overtreding is gepleegd met de bedoeling de belasting te ontduiken of om dat mogelijk te maken.
§ 2/2. In afwijking van paragraaf 1, kan het bevoegde personeelslid een administratieve geldboete van 5.000 euro opleggen voor een overtreding van artikel 2.3.4.1.10 als de overtreding is gepleegd met de bedoeling de belasting te ontduiken of dat mogelijk te maken.
§ 3. De administratieve geldboete, vermeld in paragraaf 1, kan ook worden opgelegd voor iedere overtreding van artikel 473, 474 en 475 van het federale WIB 92 die de vestiging van de belastingen, opgenomen in deze codex, verhindert.
§ 4. Als de overtredingen, vermeld in paragraaf 1 en paragraaf 2, blijven bestaan nadat een administratieve geldboete wordt opgelegd, kan daarvoor een nieuwe administratieve geldboete worden opgelegd telkens als de overtreding opnieuw wordt vastgesteld. In dat geval worden de bedragen, vermeld in paragraaf 1 of paragraaf 2, vermenigvuldigd met een factor die overeenkomt met het aantal keer dat de overtreding is vastgesteld. Dezelfde overtreding kan maximaal tien keer per kalenderjaar worden beboet.
§ 4/1. Paragraaf 4 is niet van toepassing op de kilometerheffing.
Voor de kilometerheffing kan slechts één administratieve geldboete worden opgelegd voor het totaal van de overtredingen, vermeld in het vierde lid, die gepleegd zijn met hetzelfde voertuig en vastgesteld zijn op dezelfde kalenderdag. Het toepasselijke tarief voor de administratieve geldboete is dat van de overtreding waarvoor het hoogste tarief geldt, overeenkomstig het vierde lid.
Onverminderd de toepassing van het tweede lid, wordt er geen administratieve geldboete opgelegd voor iedere overtreding die werd begaan binnen een ononderbroken tijdvak van drie uren vanaf de vaststelling van een eerdere overtreding op de bepalingen van deze codex en de uitvoeringsbesluiten ervan of van de wetgeving van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Waalse Gewest met betrekking tot de kilometerheffing, in zoverre de betrokken overtredingen werden begaan met hetzelfde voertuig en in zoverre een administratieve geldboete werd opgelegd voor de eerst begane overtreding.
De administratieve geldboete, vermeld in het tweede lid, wordt berekend volgens de volgende tabel:
Categorie van de overtreding
Soort overtreding
Boetebedrag
(in euro)
A
-manipulatie van de boordapparatuur;
-vervalsing van de voertuigdocumenten die nodig zijn om het maximaal toegestane totaalgewicht, de CO2-emissieklasse en de euro-emissieklasse van het voertuig te bepalen;
1.000
B
-er is geen boordapparatuur voor België aan boord van het voertuig;
-er is geen dienstverleningsovereenkomst afgesloten voor het betrokken voertuig;
800
C
-de boordapparatuur is niet geactiveerd;
-de boordapparatuur aan boord van het voertuig is diegene van een ander voertuig; -gebruik van het belastbaar wegennet terwijl de dienst-verleningsovereenkomst geschorst is;
-gebruik van het belastbaar wegennet nadat de boordapparatuur het signaal heeft ontvangen dat het ter beschikking gestelde gegarandeerde betaalmiddel ontoereikend is geworden;
- -gebruik van het belastbaar wegennet terwijl de boordapparatuur een probleem signaleert, of elk signaal door de boordapparatuur ontbreekt, zonder dat de houder van het voertuig zich onmiddellijk in verbinding stelt met de dienstaanbieder of de hoofddienstaanbieder;
gebruik van het belastbaar wegennet terwijl de boordapparatuur een probleem signaleert, of elk signaal door de boordapparatuur ontbreekt, nadat de houder van het voertuig zich onmiddellijk in verbinding stelt met de dienstaanbieder of de hoofddienstaanbieder, maar zonder dat hij de gegeven instructies naleeft;
500
D
elke andere overtreding van de regelgeving inzake de kilometer-heffing in deze codex en zijn uitvoeringsbesluiten die hierboven niet expliciet vermeld is
100
Het bevoegde personeelslid kan de administratieve geldboete, vermeld in het vierde lid, categorie C, verminderen tot 250 euro als de boete betrekking heeft op de eerste overtreding van categorie C in het betreffende kalenderjaar.
Het bevoegde personeelslid kan de administratieve geldboetes, vermeld in het vierde lid, voor hetzelfde type van overtreding begaan binnen een beperkte tijdspanne verminderen als de belastingplichtige te goeder trouw handelde.
§ 5. De administratieve geldboeten, vermeld in paragraaf 1 tot en met paragraaf 4, worden ingevorderd volgens de regels die van toepassing zijn op de overeenstemmende belasting.
De administratieve geldboeten, vermeld in paragraaf 4/1, worden ingevorderd conform de bepalingen van titel 3, met uitzondering van artikel 3.1.0.0.1, eerste en tweede lid, en de bepalingen die louter betrekking hebben op een andere belasting als vermeld in titel 2 dan de kilometerheffing.