Artikel 21/3
Afzondering of fixatie om de veiligheid te behouden bij potentieel gevaar, ter preventie van acuut en ernstig gevaar voor de interne of anderen of afzondering of fixatie ter bevordering van ontwikkelings- of ontplooiingskansen van de interne is verboden tenzij onder de volgende voorwaarden:
- 1°de interne en zijn ouders stemmen in, of wanneer de interne niet tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is, stemmen alleen de ouders in met deze vorm van afzondering of fixatie. Deze instemming gebeurt schriftelijk, in beginsel voorafgaandelijk en is te allen tijde herroepbaar;
- 2°afzondering of fixatie wordt toegepast op maat van de interne;
- 3°de maatregel wordt ingezet als laatste redmiddel na uitputting van alle andere mogelijke opties;
- 4°tijdens het toepassen van de maatregel wordt blijvend gezocht naar minder ingrijpende alternatieven;
- 5°het personeel van het onderwijsinternaat heeft tijdens de maatregel regelmatig contact met de interne met de focus op het welbevinden van de interne;
6 bij afzondering wordt gebruikgemaakt van een afzonderingskamer.
Ouders worden zo snel mogelijk op de hoogte gebracht van de afzondering en fixatie. Na elke afzondering of fixatie volgt een nabespreking met de interne en met de ouders. Tijdens de nabespreking worden minstens afspraken gemaakt over hoe een toekomstige vergelijkbare situatie wordt aangepakt. Ook de herroepbare instemming, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt besproken.