Artikel 8
Alle aanvragen voor subsidies in het kader van dit decreet voldoen aan de subsidievoorwaarde dat de aanvraag geen enkele van de volgende activiteiten inhoudt:
- 1°creatieve activiteit binnen het werkterrein van Literatuur Vlaanderen, vermeld in artikel 5 van het decreet van 30 maart 1999 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Letteren;
- 2°creatieve activiteit binnen het werkterrein van het Vlaams Audiovisueel Fonds, vermeld in artikel 3 van het decreet van 13 april 1999 houdende machtiging van de Vlaamse Regering om toe te treden tot en om mee te werken aan de oprichting van de vereniging zonder winstgevend doel Vlaams Audiovisueel Fonds;
- 3°het ontwerp of de uitvoering van al dan niet experimentele bouwprojecten.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
- 1°Literatuur Vlaanderen: het Vlaams Fonds voor de Letteren, opgericht bij het decreet van 30 maart 1999 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Letteren;
- 2°Vlaams Audiovisueel Fonds: het Vlaams Audiovisueel Fonds, vermeld in het decreet van 13 april 1999 houdende machtiging van de Vlaamse Regering om toe te treden tot en om mee te werken aan de oprichting van de vereniging zonder winstgevend doel Vlaams Audiovisueel Fonds.