Artikel 31/0
Als de decreten, vermeld in artikel 2, 1°, a), van dit decreet, hoofdstuk 10, afdeling 14, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 van toepassing verklaren, kunnen de volgende personen tussenkomen in een hangende procedure bij het Handhavingscollege die een bestuurlijke herstelbeslissing als vermeld in artikel 2, 5°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, een bestuurlijke beveiligingsbeslissing als vermeld in artikel 2, 4°, van het voormelde decreet of een herstelschikking als vermeld in artikel 2, 16°, van het voormelde decreet, als voorwerp heeft:
- 1°de overtreder ten aanzien van wie de herstelbeslissing is genomen, in geval van een beroep dat conform artikel 102/2 van het voormelde decreet is ingesteld tegen een herstelbeslissing;
- 2°de personen ten aanzien van wie de bestuurlijke beveiligingsbeslissing is genomen, in geval van een beroep dat conform artikel 102/2 van het voormelde decreet is ingesteld tegen een bestuurlijke beveiligingsbeslissing;
- 3°de bevoegde overheid die in eerste aanleg heeft beslist over de betrokken beslissing;
- 4°de personen die de herstelschikking hebben vastgesteld, in geval van een beroep dat conform artikel 102/2 van het voormelde decreet is ingesteld tegen een herstelschikking;
- 5°derden die om de handhaving hebben verzocht overeenkomstig artikel 96 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 of die belang hebben bij de beslissing over de bestuurlijke herstel- of beveiligingsbeslissing of herstelschikking in kwestie.
De Vlaamse Regering bepaalt de vervaltermijnen voor de tussenkomsten, vermeld in het eerste lid, die niet korter mogen zijn dan twintig dagen.