Artikel 5
In dit decreet wordt verstaan onder :
- 1°aanvrager : een student of de wettelijke vertegenwoordiger bij wie de student op 31 december van het academiejaar in kwestie zijn hoofdverblijfplaats heeft, die een aanvraag voor een toelage indient;
- 2°academiejaar : periode van één jaar die op zijn vroegst op 1 september en uiterlijk op 1 oktober begint en die eindigt op de dag voor het begin van het volgende academiejaar. Als conform de vigerende wetgeving uitzonderlijk wordt afgeweken van de bovenvermelde definitie, wordt voor de aanvraag van een studietoelage de opleiding die begint na 31 december en eindigt na 30 september beschouwd als behorend tot het academiejaar, zoals hierboven bepaald, waarin de opleiding eindigt;
- 3°...
- 4°ambtshalve geregistreerde instelling : instelling als vermeld in artikel II.1 van de Codex Hoger Onderwijs;
- 5°...;
- 6°buitenland : gebied buiten het grondgebied van het rijk;
- 7°...;
- 8°afdeling Studietoelagen : de afdeling Studietoelagen van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming die verantwoordelijk is voor de studiefinanciering;
- 9°diplomacontract : begrip als vermeld in artikel I.3, 20°, van de Codex Hoger Onderwijs;
- 9°bis diplomajaar : het academiejaar waarin een student zich met een diplomacontract inschrijft voor een opleiding zoals bedoeld in artikel 21, § 1, en dat academiejaar voor die opleiding een diploma kan behalen of zijn schakel- of voorbereidingsprogramma kan voltooien.
- 10°...;
- 11°...;
- 12°Europese Hogeronderwijsruimte : alle Europese landen en regio's die de Bolognaverklaring, Joint Declaration of the European Ministers of Education Convened in Bologna on the 19th of June 1999, hebben ondertekend, of die de Bolognaverklaring na die datum hebben onderschreven en die op een Bolognafollow-upconferentie van Europese ministers, bevoegd voor het hoger onderwijs, als lid van het Bolognaproces zijn aanvaard;
- 13°fiscaal ten laste : ten laste volgens artikelen 136 tot en met 145 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen;
- 14°...
- 15°gehuwden : gehuwden en wettelijk samenwonenden overeenkomstig artikel 1476 van het Burgerlijk Wetboek, zoals bepaald bij de wet van 23 november 1998 tot invoering van de wettelijke samenwoning, alsmede twee personen die hun hoofdverblijfplaats hebben op hetzelfde adres en één of meer gemeenschappelijke kinderen hebben, of twee personen die hun hoofdverblijfplaats hebben op hetzelfde adres waarbij de ene persoon kinderen van de andere persoon fiscaal ten laste neemt. De persoon die op basis van artikelen 10, 10bis, 40bis of 40ter van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, toegelaten werd om in België te verblijven om een duurzame relatie verder te zetten met een persoon die reeds over een verblijfsrecht in België beschikt, wordt eveneens beschouwd als gehuwd;
- 16°halftijds studietraject : een studietraject in het hoger onderwijs met een studieprogramma van dertig studiepunten;
- 16°/1hoger onderwijs : een van volgende opleidingen :
- a)een bacheloropleiding en een masteropleiding, als vermeld in artikel II.58 van de Codex Hoger Onderwijs;
- b)...;
- c)een voorbereidingsprogramma dat al dan niet gevolgd wordt in voorbereiding op het volgen van een voortgezette opleiding;
- d)een schakelprogramma;
- e)het hoger beroepsonderwijs;
- f)een lerarenopleiding als vermeld in artikel II.111 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
- 17°hoofdverblijfplaats : begrip zoals, bedoeld in artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
- 18°kadastraal inkomen : het kadastraal inkomen overeenkomstig titel IX van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen;
- 19°kadastraal inkomen vreemd gebruik : kadastraal inkomen van de onroerende goederen die noch als eigen hoofdverblijfplaats, noch voor eigen beroepsdoeleinden worden gebruikt;
- 19°/1kadastraal inkomen voor eigen beroepsdoeleinden : het kadastraal inkomen van de onroerende goederen die voor eigen beroepsdoeleinden gebruikt worden, vermeld op het aanslagbiljet van de personenbelasting;
- 20°kalenderjaar : periode van 1 januari tot en met 31 december;
- 21°leefeenheid : één of meer meerderjarigen, ongeacht hun geslacht, met eventueel een of meer minderjarigen die hun hoofdverblijfplaats hebben op hetzelfde adres, alsook één of meer minderjarige gehuwde, zelfstandige of alleenstaande studenten, ongeacht hun geslacht, met eventueel één of meer minder- en meerderjarigen die hun hoofdverblijfplaats hebben op hetzelfde adres;
- 22°...;
- 23°...;
- 24°...;
- 25°meeneembaarheid van de toelage : het krijgen van een studietoelage in het hoger onderwijs voor een studieprogramma of opleiding, gevolgd in een andere gemeenschap of in het buitenland;
- 26°NARIC-Vlaanderen : het National Academic (& Professional) Recognition and Information Centre, opgericht bij de Vlaamse Gemeenschap;
- 27°niet-verwanten : natuurlijke personen die noch bloedverwanten zijn in de rechte opgaande en nederdalende lijn, of in de zijlijn tot de vierde graad, noch aanverwanten zijn in dezelfde lijn en dezelfde graad;
- 28°opgenomen studiepunten : deel van de opleiding, uitgedrukt in het totaal aantal studiepunten dat het omvat, waarvoor een student zich met een diplomacontract aan een hogeronderwijsinstelling heeft ingeschreven voor het volgen van een opleiding, zoals bedoeld in artikel 20, § 1 en § 2, artikel 21, § 1, en artikel 30, § 1;
- 29°opleidingsonderdeel : begrip als vermeld in artikel I.3, 49°, van de Codex Hoger Onderwijs;
- 30°rechthebbende : de student die overeenkomstig dit decreet recht hebben op een studietoelage van de Vlaamse Gemeenschap;
- 31°schakelprogramma : begrip als vermeld in artikel I.3, 56°, van de Codex Hoger Onderwijs;
- 32°...;
- 33°...;
- 34°...;
- 35°...;
- 36°student : de persoon, ingeschreven in een onderwijsinstelling voor hoger onderwijs;
- 37°...
- 38°studietoelage : financiële middelen, toegekend door de Vlaamse Gemeenschap, aan minvermogende studenten in het hoger onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap;
- 39°toelage : een studietoelage;
- 40°uitschrijven : het vroegtijdig stopzetten van dat deel van de opleiding waarvoor de aanvrager, student zich voor het academiejaar in kwestie heeft ingeschreven, op verzoek van de aanvrager of zijn wettelijke vertegenwoordiger;
- 40°/1vervangingsinkomsten: vergoedingen van alle aard die gedurende het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid of na stopzetting daarvan zijn verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van winsten, baten, bezoldigingen of beloningen uit verenigingsactiviteiten, vermeld in artikel 25, eerste lid, 6°, b), artikel 27, tweede lid, 4°, b), artikel 28, eerste lid, 3°, b), artikel 29, 31, tweede lid, 4°, artikel 32, tweede lid, 2°, artikel 33, derde lid, of artikel 90, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
- 41°verworven studiepunten : studiepunten waarvoor aan de student een creditbewijs werd verleend voor het met een diplomacontract volgen van een opleiding zoals bedoeld in artikel 20, § 1 en § 2, artikel 21, § 1, en artikel 30, § 1;
- 42°voltijds studietraject : een studietraject in het hoger onderwijs met een studieprogramma van zestig studiepunten;
- 43°voorbereidingsprogramma : begrip als vermeld in artikel I.3, 76°, van de Codex Hoger Onderwijs, dat niet gevolgd wordt in voorbereiding op een bachelor-na-bacheloropleiding of een master-na-masteropleiding;
- 43°/1voortgezette opleiding : een bachelor-na-bacheloropleiding, een master-na-masteropleiding, een doctoraat, een doctoraatsopleiding of een postgraduaatsopleiding;
- 44°...;
- 45°wettig verblijf : de situatie van de vreemdeling die toegelaten is om voor een langere termijn dan drie maanden in het Rijk te verblijven of die gemachtigd is zich er te vestigen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, alsook de situatie van personen die als slachtoffer van mensenhandel of -smokkel of als niet-begeleide minderjarige door middel van een attest van immatriculatie gemachtigd zijn tot een verblijf in het Rijk van maximaal drie maanden.