§ flandrepo
12 regels · van kracht sinds 1 sep 2019

Artikel 34

§ 1. Er wordt rekening gehouden met de volgende categorieën van leefeenheden :

  1. 1°de leefeenheid waar de student zijn hoofdverblijfplaats heeft bij één of beide ouders van wie zijn afstamming vaststaat;
  2. 2°de leefeenheid waar de student ingevolge een gerechtelijke uitspraak of een tussenkomst van een publiekrechtelijke overheid of instelling zijn hoofdverblijfplaats heeft bij een andere natuurlijke persoon dan de ouders van wie zijn afstamming vaststaat, of de leefeenheid waar de student minstens drie jaar zijn hoofdverblijfplaats heeft bij of zijn hoofdverblijfplaats heeft bij een andere natuurlijke persoon dan een of beide ouders van wie zijn afstamming vaststaat;
  3. 3°gehuwde studenten;
  4. 4°zelfstandige studenten;
  5. 5°alleenstaande studenten.

§ 2. De bepaling van de categorie van de leefeenheid gebeurt voor elke student afzonderlijk.

§ 3. De Vlaamse Regering geeft een nadere begripsomschrijving van de verschillende categorieën van leefeenheden op basis waarvan de toelage van de student wordt berekend, en bepaalt de persoon of personen van wie het referentie-inkomen in aanmerking wordt genomen bij de berekening van de toelage.

§ 4. Bij het bepalen van de leefeenheid waartoe een student behoort, wordt eerst nagegaan of de student voldoet aan de voorwaarden voor de categorie van gehuwde studenten, vermeld in § 1, 3°, zo niet of de student voldoet aan de voorwaarden voor de categorie van zelfstandige studenten, vermeld in § 1, 4°, zo niet of de student voldoet aan de voorwaarden van de categorie van leefeenheid waar de student zijn hoofdverblijfplaats heeft bij één of beide ouders van wie zijn afstamming vaststaat, vermeld in § 1, 1°, zo niet of de student voldoet aan de voorwaarden voor de categorie van de leefeenheid waar de student verblijft bij een andere natuurlijke persoon, vermeld in § 1, 2°.

Als wordt vastgesteld dat de student niet behoort tot een van de categorieën van leefeenheid, vermeld in § 1, 1°, 2°, 3° of 4°, wordt nagegaan of de student voldoet aan de voorwaarden voor de categorie van alleenstaande student, vermeld in § 1, 5°.

Als wordt vastgesteld dat de student niet behoort tot een van de categorieën van leefeenheden, vermeld in § 1, wordt de student beschouwd als een persoon die behoort tot de categorie van leefeenheid, vermeld in § 1, 1° of 2°, waarbij desgevallend wordt uitgegaan van de laatste hoofdverblijfplaats van de student bij een ouder van wie zijn afstamming vaststaat of bij een andere natuurlijke persoon, als vermeld in § 1, 2°.

§ 5. Als een student bij zijn aanvraag aangeeft dat hij behoort tot een leefeenheid als vermeld in § 1, 3°, 4° of 5°, maar overeenkomstig § 4 deel uitmaakt van een leefeenheid als vermeld in § 1, 1° of 2°, worden de gegevens over de inkomsten bij de toekenning of afwijzing van de aanvraag niet door de afdeling Studietoelagen meegedeeld aan de aanvrager.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd