§ flandrepo
35 regels · van kracht sinds 7 jun 2026

Artikel 17

§1. De Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen heeft de volgende opdrachten die ze in volle onafhankelijkheid uitvoert:

  1. 1°toezien op de bejegening in ruime zin van kinderen en jongeren in voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren waaronder de eerbiediging van de rechten zoals bedoeld in onder meer het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, aangenomen in New York op 20 november 1989, en het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp en binnen het kader van het decreet betreffende het jeugddelinquentierecht;
  2. 2°kennisnemen van grieven over de bejegening van een of meer kinderen of jongeren in voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren;
  3. 3°bemiddelen wanneer de grieven als bedoeld in punt 2° vatbaar zijn voor bemiddeling en geen omstandig onderzoek behelzen;
  4. 4°personen toeleiden naar het Kinderrechtencommissariaat om hun klachtrecht uit te oefenen;
  5. 5°rapporteren over het toezicht, de grieven, de bemiddeling en de toeleiding als bedoeld in punt 1°, 2°, 3° en 4° ;
  6. 6°aanbevelingen formuleren met het oog op een verbetering van de bejegening van kinderen en jongeren in voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren;
  7. 7°jaarlijks verslag uitbrengen aan het Vlaams Parlement over de uitgevoerde opdrachten.

§2. Het toezicht, vermeld in paragraaf 1, 1°, wordt ter plaatse uitgeoefend door een persoon die de voorziening voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren minstens maandelijks bezoekt, hierna de maandcommissaris te noemen. Maandcommissarissen bezoeken een voorziening bij voorkeur onaangekondigd, maar ze kunnen hun bezoek ook vooraf aankondigen.

§3. Een grief kan mondeling, schriftelijk of digitaal geuit worden ten aanzien van de maandcommissaris. Een voorziening voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren informeert kinderen en jongeren bij hun aankomst in de voorziening en geregeld tijdens hun verblijf over het bestaan en de opdracht van de Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen en over de maandcommissaris voor de voorziening.

§4. De bemiddeling bij een grief als bedoeld in paragraaf 1, 3°, gebeurt door middel van bemiddeling door de maandcommissaris die het toezicht als bedoeld in paragraaf 2 uitoefent.

De maandcommissaris schort de bemiddeling op wanneer omtrent die grief een beroep bij een rechtbank aanhangig is.

§5. De toeleiding als bedoeld in paragraaf 1, 4°, houdt in dat de maandcommissaris de persoon die de grief heeft geuit wijst op de mogelijkheid van een klachtenonderzoek als bedoeld in artikel 6, 2° :

  1. 1°wanneer de grief niet vatbaar is voor bemiddeling door de maandcommissaris;
  2. 2°wanneer de bemiddeling niet mogelijk is zonder omstandig onderzoek;
  3. 3°wanneer de bemiddeling geen passend gevolg kent voor de betrokken kinderen of jongeren.

De maandcommissaris geeft, op verzoek van de persoon die de grief heeft geuit, de klacht als bedoeld in het voorgaande lid door aan het Kinderrechtencommissariaat.

§6. De rapportage als bedoeld in paragraaf 1, 5°, gebeurt als volgt:

  1. 1°de maandcommissaris brengt maandelijks verslag uit bij de Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen over het toezicht, de grieven, de bemiddeling en de toeleiding als bedoeld in paragraaf 1, 1°, 2°, 3° en 4°.

De maandcommissaris zorgt er samen met het secretariaat van de Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen voor dat het verslag geen namen van natuurlijke personen bevat en het verslag voldoet aan de inhoudelijke en vormelijke criteria die de Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen hanteert.

De maandcommissarissen communiceren niet individueel met derden;

  1. 2°de maandcommissaris bezorgt het verslag, vermeld in punt 1°, aan:
  2. a)de betrokken voorziening voor vrijheidsbenemende opvang voor kinderen en jongeren;
  3. b)het Kinderenrechtencommissariaat;
  4. c)het bevoegde agentschap waaronder de voorziening ressorteert.
  5. 3°als dat mogelijk is, zorgt de maandcommissaris voor een terugkoppeling van de manier waarop de voorziening voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren met individuele grieven van de betrokken kinderen en jongeren is omgegaan;

§7. De aanbevelingen als bedoeld in paragraaf 1, 6°, kunnen deel uitmaken van het verslag als bedoeld in paragraaf 6, 1°, eerste lid. De Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen kan die aanbevelingen ook bezorgen aan andere instanties als bedoeld in paragraaf 6, 2°.

De maandcommissaris gaat na of, in welke mate en hoe een betrokken voorziening voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren gevolg geeft aan de aanbevelingen die tot haar gericht zijn. De maandcommissaris geeft dat weer in zijn maandelijkse verslag als bedoeld paragraaf 6, 1°, eerste lid.

De Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen kan aanbevelingen doen bij het Vlaams Parlement om de definitie van voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren als bedoeld in artikel 2, 6°, te verruimen.

§8. De jaarlijkse verslaggeving aan het Vlaams Parlement bevat minstens een synthese van de verslagen als bedoeld in paragraaf 6, 1°, eerste lid, en de aanbevelingen als bedoeld in paragraaf 7.

§9. De Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen brengt het bevoegde agentschap waaronder de voorziening ressorteert, op de hoogte als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

  1. 1°er wordt in een verslag over een ernstig incident gerapporteerd;
  2. 2°er bestaat ernstige bezorgdheid over de niet-naleving van de rechten van de jongeren zoals wordt geformuleerd in het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp;
  3. 3°de maandcommissaris en de Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen hebben de bezorgdheden vooraf besproken met de betrokken voorziening voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren;
  4. 4°de Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen heeft onvoldoende zicht op een gepaste reactie en is van mening dat opvolging door het bevoegde agentschap waaronder de voorziening ressorteert, aangewezen is.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd