Art. 2. In artikel 10.3.3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 februari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
“1° het ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen voor de bevordering van het zuinige gebruik van materialen, het verlagen van de milieuimpact door materiaalgebruik en het zo veel mogelijk sluiten van materiaalkringlopen;”;
2° aan paragraaf 1 wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:
“8° het uitvoeren van taken en het bieden van ondersteuning in het kader van het zwerfvuil- en sluikstortbeleid.”;
3° aan paragraaf 2 worden een punt 23° tot en met 26° toegevoegd, die luiden als volgt:
“23° het optreden als bevoegde autoriteit voor het Vlaamse Gewest in het kader van de Europese regelgeving over het beheer van afgedankte batterijen als vermeld in hoofdstuk VIII van verordening (EU) 2023/1542 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2023 inzake batterijen en afgedankte batterijen, tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG en Verordening (EU) 2019/1020 en tot intrekking van Richtlijn 2006/66/EG;
24° het sensibiliseren en begeleiden van actoren in het kader van het zwerfvuilen sluikstortbeleid;
25° het ontvangen en verdelen tussen de diverse overheidsinstanties van de ontvangsten van de heffing, vermeld in artikel 22, §2, en artikel 27 van het samenwerkingsakkoord van ### betreffende het kader voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor bepaalde afvalstromen en voor zwerfvuil, en van de ontvangsten van de heffing, vermeld in artikel 7, §3, en artikel 13, §1, punt 14° van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval, en van de ontvangsten van de administratieve geldboete, vermeld in artikel 27, §3 van het samenwerkingsakkoord van ### betreffende het kader voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor bepaalde afvalstromen en voor zwerfvuil en artikel 13, §1, punt 14° van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval;
26° het ontvangen van de ontvangsten van de heffing, vermeld in de artikelen 8, 9, §10, 13 en 14 van het samenwerkingsakkoord van ### betreffende het kader voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor bepaalde afvalstromen en voor zwerfvuil en de ontvangsten van de heffing, vermeld in artikel 7, §4, en artikel 14bis, §1, van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval;”;
4° aan paragraaf 2 worden een punt 27° tot en met 31° toegevoegd, die luiden als volgt:
“27° rekenmethodes en instrumenten te ontwikkelen om de milieu-impact van bouwwerken en materialen over hun gehele levenscyclus te meten, en de resultaten te bewaren, te beoordelen en die rekenmethodes en instrumenten bij te sturen;
28° de materiaalprestatiecertificaten of MPC’s, vermeld in artikel 33/22, §3, vierde lid, en in artikel 33/22, §4, vijfde lid, van het Materialendecreet, af te leveren;
29° de materiaalprestatiedatabank, vermeld in artikel 33/23, §1, van het Materialendecreet, met de doorrekening van de milieu-impact van bouwwerken te beheren;
30° de aanvragen te behandelen en de erkenning, vermeld in artikel 33/24 van het Materialendecreet, te verlenen, te schorsen of op te heffen;
31° het aanduiden van een organisatie voor het overnemen van de taken van de certificatie-instelling voor MP-deskundigen, vermeld in artikel 33/24, van het Materialendecreet.”.