Artikel 168/5
§1. Onverminderd de overige opdrachten die ingevolge deel II, titel IV, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs aan de onderwijsinspectie zijn toegekend, beoordeelt de onderwijsinspectie in samenwerking met de accreditatieorganisatie, vermeld in artikel II.26 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, de kwaliteit van de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die wordt georganiseerd door het samenwerkingsverband, vermeld in artikel II.397 van dezelfde codex.
§2. Voor de opleiding Basisverpleegkunde gelden de volgende kwaliteitsver-wachtingen:
- 1°de leerresultaten van de opleiding, gebaseerd op de niveaudescriptoren, vermeld in artikel II.141 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, vormen een heldere en opleidingsspecifieke invulling van de interna-tionale eisen voor het niveau, de inhoud en de oriëntatie;
- 2°het curriculum van de opleiding sluit aan bij de meest recente ontwikkelin-gen in het vakgebied, houdt rekening met de ontwikkelingen in het werk-veld en is maatschappelijk relevant;
- 3°de voor de opleiding ingezette leraren bieden de cursisten optimaal de mogelijkheid om de leerresultaten te behalen;
- 4°de opleiding biedt cursisten adequate en gemakkelijk toegankelijke voorzieningen en studiebegeleiding;
- 5°de onderwijsleeromgeving stimuleert de cursisten om een actieve rol te spelen in het leerproces en draagt bij tot een vlotte studievoortgang;
- 6°de beoordeling van cursisten weerspiegelt het leerproces en concretiseert de beoogde leerresultaten;
- 7°de opleiding verstrekt volledige en gemakkelijk leesbare informatie over alle fasen van de studieloopbaan;
- 8°de informatie over de kwaliteit van de opleiding is publiek toegankelijk.
De opleiding leeft de onderwijsreglementering en, in voorkomend geval, andere relevante regelgeving na.
De Vlaamse Regering legt uiterlijk op 1 juni 2024 na een, eventueel, gezamenlijk advies van de onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie, een beoordelingskader vast waarin volgende elementen worden bepaald:
- 1°de wijze waarop de elementen, vermeld in het eerste en het tweede lid, getoetst zullen worden;
- 2°de beoordelingsschaal en de beslisregels;
- 3°de stappen in het beoordelingsproces;
- 4°de vorm en de inhoud van het opleidingsdossier.
Het beoordelingskader, vermeld in het derde lid, vervangt het beoorde-lingskader dat de Vlaamse Regering heeft goedgekeurd met toepassing van artikel II.398, derde en vierde lid, van de Codex Hoger Onderwijs.
De kwaliteitsverwachtingen en de vigerende regelgeving, vermeld in het eerste en tweede lid, en het beoordelingskader, vermeld in het derde lid, vormen de basis voor het advies en het besluit met betrekking tot de erkenning, vermeld in paragraaf 3, respectievelijk met betrekking tot het beoordelingsrapport en het accreditatiebesluit, vermeld in paragraaf 5.
§3. Voor de omvorming van de opleiding Verpleegkunde tot de opleiding Basisverpleegkunde bezorgt het samenwerkingsverband uiterlijk op 1 januari 2025 een opleidingsdossier per school aan de onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie. De onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie onderzoeken gezamenlijk de potentiële kwaliteit van de opleiding Basisver-pleegkunde van een samenwerkingsverband op basis van dat opleidingsdos-sier. De onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie kunnen aanvullende informatie opvragen aan het samenwerkings¬verband.
De accreditatieorganisatie stelt het team samen dat de potentiële kwaliteit van de opleiding Basisverpleegkunde onderzoekt. Dat team bestaat in elk geval uit twee leden van de onderwijsinspectie en een cursist die de opleiding Basisverpleegkunde volgt in een andere school dan de secundaire school in kwestie. De overige leden van dat team zijn onafhankelijk, beschikken over de nodige deskundigheid en hebben ten minste vijf jaar geen banden gehad met de hogeschool en de secundaire school in kwestie van het samenwerkingsver-band. Ten minste een lid van het team beschikt over een grondige kennis van het Vlaamse hoger onderwijs en ten minste een lid is werkzaam buiten Vlaanderen.
Het onderzoek, vermeld in het eerste lid, resulteert in één schriftelijk verslag en één advies per school aan de Vlaamse Regering. Het verslag bevat een onderbouwing van het advies. De mogelijke adviezen zijn:
- 1°gunstig advies: dat advies wordt gegeven als het opleidingsdossier voor alle studiejaren volledig is uitgewerkt en aan de kwaliteitsverwachtingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, en de vigerende regelgeving beant-woordt;
- 2°gunstig advies met een beperkte geldigheidsduur van één schooljaar: dat advies wordt gegeven als het opleidingsdossier onvolledig is, of niet of onvoldoende aan de kwaliteitsverwachtingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, en de vigerende regelgeving beantwoordt.
De onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie brengen gezamenlijk het bestuur van de hogeschool en het bestuur van de secundaire school in kwestie van het samenwerkingsverband op de hoogte van het verslag en het advies. Het verslag en het advies worden uiterlijk op 1 juni 2025 bezorgd aan de Vlaamse Regering, die beslist of de opleiding Basisverpleegkunde hetzij tot en met het schooljaar 2029-2030 wordt erkend, hetzij alleen voor het schooljaar 2025-2026 wordt erkend, met vermelding van de elementen die opnieuw beoordeeld moeten worden.
Bij een erkenning met een beperkte geldigheidsduur voor het schooljaar 2025-2026 bezorgt het samenwerkingsverband uiterlijk op 1 januari 2026 een opleidingsdossier aan de onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie over de elementen die opnieuw beoordeeld moeten worden. De mogelijke adviezen over de elementen die een nieuwe beoordeling vereisten, zijn die, vermeld in het derde lid.
De onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie brengen gezamenlijk het bestuur van de hogeschool en het bestuur van de secundaire school in kwestie van het samenwerkingsverband op de hoogte van het verslag en het advies. Het verslag en het advies over de elementen die een nieuwe beoordeling vereisen, worden uiterlijk op 1 juni 2026 aan de Vlaamse Regering bezorgd, die beslist of de opleiding Basisverpleegkunde hetzij tot en met het schooljaar 2029-2030 wordt erkend, hetzij alleen voor het schooljaar 2026-2027 wordt erkend, met vermelding van de elementen die opnieuw beoordeeld moeten worden.
Bij een erkenning met een beperkte geldigheidsduur voor het schooljaar 2026-2027 bezorgt het samenwerkingsverband uiterlijk op 1 januari 2027 een opleidingsdossier aan de onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie over de elementen die opnieuw beoordeeld moeten worden. De mogelijke adviezen over de elementen die een nieuwe beoordeling vereisen, zijn:
- 1°gunstig advies: dat advies wordt gegeven als het opleidingsdossier voor alle studiejaren volledig is uitgewerkt en aan de kwaliteitsverwachtingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, en de vigerende regelgeving beant-woordt;
- 2°ongunstig advies: dat advies wordt gegeven als het opleidingsdossier onvolledig is, of niet of onvoldoende aan de kwaliteitsverwachtingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, en de vigerende regelgeving beant-woordt.
De onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie brengen gezamenlijk het bestuur van de hogeschool en het bestuur van de secundaire school in kwestie van het samenwerkingsverband op de hoogte van het verslag en het advies. Het verslag en het advies over de elementen die een nieuwe beoordeling vereisen, worden uiterlijk op 1 juni 2027 bezorgd aan de Vlaamse Regering, die beslist of de opleiding Basisverpleegkunde hetzij wordt erkend tot en met het schooljaar 2029-2030, hetzij definitief niet wordt erkend.
§4. De onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie organiseren in de loop van de kalenderjaren 2027 en 2028 ten minste één voortgangsbezoek in elk samenwerkingsverband.
§5. Uiterlijk op 31 oktober 2029 dient het samenwerkingsverband een accreditatieaanvraag in bij de accreditatieorganisatie.
De accreditatieorganisatie stelt de commissie samen die de beoordeling van de kwaliteit van de opleiding Basisverpleegkunde uitvoert en coördineert het beoordelingsproces. Het bestuur van de hogeschool en het bestuur van de secundaire school in kwestie van het samenwerkingsverband hebben het recht om beargumenteerd bezwaren aan te dragen tegen de samenstelling van de commissie binnen een vervaltermijn van vijftien dagen vanaf de dag van de ontvangst van de mededeling van de accreditatieorganisatie.
In de commissie, vermeld in het tweede lid, zitten in elk geval twee leden van de onderwijsinspectie en een cursist basisverpleegkunde van een andere school dan de secundaire school in kwestie. De overige leden van de commissie zijn onafhankelijk, beschikken over de nodige deskundigheid en hebben ten minste vijf jaar geen banden gehad met de hogeschool en de secundaire school in kwestie van het samenwerkingsverband. Ten minste een lid heeft grondige kennis van het Vlaamse hoger onderwijs en ten minste een lid is werkzaam buiten Vlaanderen.
Het onderzoek, vermeld in het tweede lid, resulteert in een beoordelings-rapport. Op basis van dat beoordelingsrapport maakt de accreditatieorganisatie een accreditatiebesluit op. De onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie kunnen voor het ontwerp van beoordelingsrapport en besluit worden verzonden, het samenwerkingsverband om aanvullende informatie, toelichtin-gen en verduidelijkingen vragen.
De onderwijsinspectie en de accreditatieorganisatie bezorgen een ontwerp van accreditatiebesluit en het onderliggende beoordelingsrapport aan het bestuur van de hogeschool en het bestuur van de secundaire school in kwestie van het samenwerkingsverband. Die besturen kunnen gezamenlijk binnen een vervaltermijn van vijftien dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het ontwerp, bezwaren en opmerkingen formuleren.
Het beoordelingsrapport en het accreditatiebesluit worden uiterlijk op 1 juni 2030 aan het bestuur van de hogeschool en het bestuur van de secundaire school in kwestie van het samenwerkingsverband bezorgd.
De volgende besluiten zijn mogelijk:
- 1°gunstig;
- 2°ongunstig;
- 3°gunstig met voorwaarden en met een beperkte geldigheidsduur van één of twee schooljaren.
Een gunstig accreditatiebesluit heeft een geldigheidsduur van vijf schoolja-ren. Uiterlijk op 31 oktober van het vijfde schooljaar dient het samenwerkings-verband telkens opnieuw een accreditatieaanvraag in bij de accreditatieorgani-satie.
Voor een gunstig accreditatiebesluit met voorwaarden en met een beperkte geldigheidsduur wordt uiterlijk op 31 oktober van het laatste accreditatie-schooljaar een nieuwe accreditatieaanvraag bij de accreditatieorganisatie ingediend.”.