Artikel IV.26
De bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap stelt in het eerste, tweede en derde kwartaal werkingsuitkeringen ter beschikking aan de hogeschool. Het bedrag is als volgt berekend :
0,95 x 4/12 (W-L) in het eerste kwartaal
0,95 x 3/12 (W-L) in het tweede kwartaal
0,95 x 4/12 (W-L) in het derde kwartaal
waarbij :
- -W gelijk is aan de jaarlijkse werkingsuitkering bij een goedgekeurde begroting of de werkingsuitkering van het vorige begrotingsjaar bij een niet goedgekeurde begroting;
- -L gelijk is aan de door de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap geraamde salariskosten aangerekend tijdens het begrotingsjaar.
Uiterlijk op 31 januari van het volgend begrotingsjaar ontvangt de hogeschool het saldo van de jaarlijkse werkingsuitkering.