Artikel III.9
§1. Voor de berekening van de onderwijssokkel van een hogeschool of universiteit (SOWi) wordt het bedrag van de totale onderwijssokkel SOW, vermeld in artikel III.5, en verminderd met de forfaitaire sokkel van de transnationale Universiteit Limburg/Universiteit Hasselt, vermeld in paragraaf 3, omgeslagen over de hogescholen en universiteiten die voldoen aan de minimale instellingsnorm op basis van het aantal opgenomen studiepunten, vermenigvuldigd met een gewichtsfactor, overeenkomstig de volgende formule:
SOWi = gOSTPi x SOWa / Σi gOSTPi
waarbij
- 1°SOWi gelijk is aan de onderwijssokkel van instelling i;
- 2°gOSTPi gelijk is aan het aantal opgenomen studiepunten OSTPi in instelling i, berekend overeenkomstig artikel III.7 en vermenigvuldigd met de gewichtsfactor, vermeld in paragraaf 2;
- 3°SOWa gelijk is aan de totale onderwijssokkel, vermeld in artikel III.5, verminderd met het bedrag van de forfaitaire sokkel van de transnationale Universiteit Limburg/Universiteit Hasselt.
De sommatie i loopt over alle instellingen die voldoen aan de minimale instellingsnorm.
§2. Vanaf het begrotingsjaar 2014 wordt voor de berekening van de onderwijssokkel van een hogeschool de volgende formule toegepast:
SOWi = SOWi-prof2014 + SOWi-hko2014
waarbij:
- 1°SOWi gelijk is aan de onderwijssokkel voor hogeschool i;
- 2°SOWi-prof2014 = gOSTPi-prof2014 x SOWprof2014 / Σi gOSTP-prof2014;
waarbij:
- a)SOWi-prof2014 gelijk is aan de onderwijssokkel voor de professioneel gerichte opleidingen, met uitzondering van de professioneel gerichte kunstopleidingen, in hogeschool i;
- b)SOWprof2014 gelijk is aan de onderwijssokkel voor de professioneel gerichte opleidingen, met uitzondering van de professioneel gerichte kunstopleidingen, in de hogescholen, vermeld in artikel III.5;
- c)gOSTPi-prof2014 gelijk is aan het aantal opgenomen studiepunten voor de professioneel gerichte opleidingen, met uitzondering van de professioneel gerichte kunstopleidingen, in hogeschool i, berekend overeenkomstig artikel III.7 en vermenigvuldigd met de gewichtsfactor, vermeld in paragraaf 6 van dit artikel;
- 3°SOWi-hko2014 = gOSTPi-hko2014 x SOWhko2014 / Σi gOSTP-hko2014;
waarbij:
- a)SOWi-hko2014 gelijk is aan de onderwijssokkel voor de kunstopleidingen in de Schools of Arts in hogeschool i;
- b)gOSTPi-hko2014 gelijk is aan het totale aantal opgenomen studiepunten voor de kunstopleidingen in de Schools of Arts in hogeschool i, berekend overeenkomstig artikel III.7 en vermenigvuldigd met de gewichtsfactor, vermeld in paragraaf 6;
- c)SOWhko2014 gelijk is aan de onderwijssokkel voor de kunstopleidingen in de Schools of Arts, vermeld in artikel III.5.
De sommatie Σi loopt over het aantal hogescholen die overeenkomstig artikel III.8 in aanmerking komen voor een onderwijssokkel.
§3. Vanaf het begrotingsjaar 2014 wordt voor de berekening van de onderwijssokkel van een universiteit de volgende formule toegepast:
SOWi-un2014 = gOSTPi-un2014 x (SOWun2014 – bedrag van de forfaitaire sokkel voor de transnationale Universiteit Limburg/Universiteit Hasselt, vermeld in paragraaf 8) / Σi gOSTP-un2014;
waarbij:
- 1°SOWi-un2014 gelijk is aan de onderwijssokkel voor de academisch gerichte opleidingen in universiteit i;
- 2°gOSTPi-un2014 gelijk is aan het aantal opgenomen studiepunten voor de academisch gerichte opleidingen in universiteit i, berekend overeenkomstig artikel III.7 en vermenigvuldigd met de gewichtsfactor, vermeld in paragraaf 7 van dit artikel;
- 3°SOWun2014 gelijk is aan de onderwijssokkel voor de academisch gerichte opleidingen aan de universiteiten, vermeld in artikel III.5.
De sommatie Σi loopt over het aantal universiteiten die voldoen aan de minimale instellingsnorm.
§4. Als de Vlaamse Regering een aangepast sokkelbedrag heeft toegekend aan een gefuseerde instelling, als vermeld in artikel III.10, wordt in afwijking van paragraaf 2 het bedrag van de aangepaste sokkel voorafgenomen van de desbetreffende sokkel, namelijk SOWprof2014, SOWhko2014 of SOWun2014, voor die bedragen verdeeld worden overeenkomstig paragraaf 2.
§5. Per instelling wordt het aantal opgenomen studiepunten OSTPi vermenigvuldigd met de volgende gewichtsfactor:
- 1°het aantal opgenomen studiepunten dat kleiner is dan of gelijk is aan 360.000 : factor 3;
- 2°het aantal opgenomen studiepunten dat groter is dan 360.000 en kleiner is dan of gelijk is aan 720.000 : factor 2;
- 3°het aantal opgenomen studiepunten dat groter is dan 720.000 : factor 0.
§6. Bij de hogescholen wordt vanaf het begrotingsjaar 2014 het aantal opgenomen studiepunten OSTPi-prof2014 en OSTPi-hko2014 vermenigvuldigd met de volgende gewichtsfactor:
- 1°het aantal opgenomen studiepunten dat kleiner is dan of gelijk is aan het getal, opgenomen in kolom 2 van de onderstaande tabel: factor 3;
- 2°het aantal opgenomen studiepunten dat groter is dan het bedrag, opgenomen in kolom 2 van de onderstaande tabel, en kleiner is dan of gelijk is aan het bedrag, opgenomen in kolom 3 van de onderstaande tabel: factor 2;
- 3°het aantal opgenomen studiepunten dat groter is dan het bedrag, opgenomen in kolom 3 van de onderstaande tabel: factor 0.
begrotingsjaar
kolom 2
kolom 3
2014
360.000
720.000
2015
370.000
740.000
2016
380.000
760.000
2017
390.000
780.000
2018
400.000
800.000
2019
410.000
820.000
2020
420.000
840.000
2021
430.000
860.000
2022
440.000
880.000
vanaf 2023
450.000
900.000
§7. Bij de universiteiten wordt vanaf het begrotingsjaar 2014 het aantal opgenomen studiepunten OSTPi-un2014 vermenigvuldigd met de volgende gewichtsfactor:
- 1°het aantal opgenomen studiepunten dat kleiner is dan of gelijk is aan 450.000: factor 3;
- 2°het aantal opgenomen studiepunten dat groter is dan 450.000 en kleiner is dan of gelijk is aan 900.000: factor 2;
- 3°het aantal opgenomen studiepunten dat groter is dan 900.000 en kleiner is dan of gelijk is aan 1.800.000: factor 1;
- 4°het aantal opgenomen studiepunten dat groter is dan 1.800.000: factor 0.
§8. De onderwijssokkel van de transnationale Universiteit Limburg/Universiteit Hasselt, berekend overeenkomstig paragraaf 1, wordt verhoogd met een forfaitaire sokkel van 1.057.000 euro.
Vanaf het begrotingsjaar 2008 wordt dit bedrag geïndexeerd volgens de bepalingen in artikel III.5, §9.