Artikel II.399
De hogescholen bouwen de hbo5-opleidingen die door de centra voor volwassenenonderwijs werden aangeboden op basis van een door de Vlaamse Regering erkend opleidingsprofiel, een door de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs goedgekeurd structuurschema of een goedgekeurd leerplan en lessentabel, en waarvoor de hogeschool de onderwijsbevoegdheid heeft verworven krachtens een overeenkomst met een centrum voor volwassenenonderwijs, af met ingang van het academiejaar 2019-2020.
Tijdens de academiejaren 2019-2020, 2020-2021 en 2021-2022 worden in de lijst, vermeld in artikel II.170, de opleidingen, vermeld in paragraaf 1, ook opgenomen. Hogescholen kunnen voor die opleidingen studenten inschrijven, het curriculum zoals het van kracht was vóór het academiejaar 2019-2020, aanbieden en het diploma van gegradueerde uitreiken onder de voorwaarden, vermeld in het vierde lid.
De opleidingen van het hoger beroepsonderwijs die tot en met schooljaar 2018-2019 behoorden tot de onderwijsbevoegdheid van de centra voor volwassenenonderwijs en die niet worden geactualiseerd of waarvoor geen toets nieuwe opleiding voor de omvorming ervan werd ingediend voor 1 september 2019, kunnen niet als graduaatsopleiding worden aangeboden door de hogescholen. Opleidingen van het hoger beroepsonderwijs waarvoor een aanvraag voor een toets nieuwe opleiding voor de omvorming werd ingediend voor 1 september 2019 maar die nog niet zijn erkend door de Vlaamse Regering op het ogenblik dat de Vlaamse Regering de lijst, vermeld in artikel II.170, § 2, vierde lid, vastlegt, worden opgenomen in de lijst, vermeld in artikel II.170, § 2, voor het academiejaar volgend op de erkenning door de Vlaamse Regering na de ontvangst van een positief toetsingsbesluit, vermeld in artikel II.153/6.
Studenten die uiterlijk in het academiejaar 2018-2019 geslaagd zijn voor minstens een derde van een hbo5-opleiding in een centrum voor volwassenenonderwijs, hebben tot en met het academiejaar 2020-2021 het recht die opleiding te voltooien op basis van de inhoud en de studieomvang die van kracht was in het centrum voor volwassenenonderwijs.
De hogescholen bepalen de modaliteiten waaronder de studenten, vermeld in het tweede lid, het diploma van gegradueerde kunnen behalen.