Artikel II.177
In afwijking van artikel II.176 neemt het instellingsbestuur in zijn onderwijsreglement afwijkende toelatingsvoorwaarden op. De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen enkel rekening houden met de volgende elementen:
- 1°humanitaire redenen;
- 2°medische, psychische of sociale redenen;
- 3°het algemene niveau van de student, getoetst met een door het instellingsbestuur georganiseerde toelatingsproef. Het instellingsbestuur kan deze toetsing opdragen aan een in artikel II.232 bedoelde validerende instantie. Het instellingsbestuur kan op grond van de toetsing de inschrijving afhankelijk maken van het met succes voltooien van een voorbereidingsprogramma.
De toelatingsproef, vermeld in het eerste lid, punt 3°, wordt uiterlijk de vijfde dag na het einde van de inschrijvingsperiode georganiseerd en gaat na of de student, die de leeftijd van achttien jaar bereikt heeft op 31 december van het academiejaar waarvoor wordt ingeschreven, over de kennis en vaardigheden beschikt die vereist zijn om de opleiding in kwestie aan te vangen. Het instellingsbestuur kan de organisatie van een toelatingsproef op verzoek van de student niet weigeren.
Het instellingsbestuur maakt op basis van de resultaten van de toelatingsproef, vermeld in het eerste lid, punt 3°, een beoordeling op in de vorm van een schriftelijk verslag, dat opgenomen wordt in het dossier van de student.
De voorwaarden om een toelatingsproef als vermeld in het eerste lid, punt 3°, te organiseren worden opgenomen in het onderwijsreglement.