Tot wijziging van diverse decreten, wat betreft de tweede algemene implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 #801
Gemerged Vlaamse Regering voegde 74 artikels samen in decreet-2003-01-24decreet-2004-04-02klip-decreet · 16 april 2026 Alle checks geslaagd
74 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 4 jun 2026. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
Art. 2. Aan artikel 19, §3, eerste lid, van het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang, vervangen bij het decreet van 30 april 2009 en gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2015, wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt:
“9° de opbrengsten van de handhaving van dit decreet.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | § 1. Onverminderd de plichten van de officieren van gerechtelijke politie, zijn de ambtenaren die de Vlaamse regering aanwijst, belast met het toezicht op de naleving van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, alsook met de opsporing en de vaststelling van de inbreuken op dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. | ||
| 2 | Deze ambtenaren worden voor de toepassing van dit decreet bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie. | ||
| 3 | De aldus aangestelde ambtenaren oefenen hun bevoegdheden uit onder toezicht van de procureur-generaal. | ||
| 4 | § 2. Zij maken een proces-verbaal op van de inbreuken. Dat heeft bewijswaarde tot het tegendeel bewezen is. | ||
| 5 | De geverbaliseerde krijgt een voor eensluidend verklaard afschrift toegezonden binnen vijftien dagen na de vaststelling van de inbreuk. | ||
| 6 | § 3. In het kader van deze opdracht en indien er voldoende aanwijzingen voorhanden zijn om aan te nemen dat de beschermde voorwerpen, de inlichtingen of de documenten daarover zich bevinden in vertrekken die als woning dienst doen, kunnen huiszoekingen verricht worden. Die moeten plaatsvinden tussen 5 en 21 uur hetzij met machtiging van de rechter in de politierechtbank, hetzij met voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner, hetzij bij betrapping op heterdaad. Deze huiszoekingen worden ten minste verricht door één officier van de gerechtelijke politie, of door twee officieren van de gerechtelijke politie indien het door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaren bedoeld in artikel 20, § 1, betreft. | ||
| 1 | Het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 is, met inbegrip van hoofdstuk 10, afdeling 3, 4, 6, 8, 10, 11 en 12, van toepassing op de handhaving van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. |
| 1 | De ambtenaren en officieren, genoemd in artikel 20, kunnen bevelen om de werkzaamheden die in overtreding zijn met de bepalingen die bij of krachtens dit decreet zijn opgelegd, stil te leggen. Zo nodig doen zij een beroep op de gewapende macht en gaan zij over tot de gerechtelijke verzegeling en de inbeslagname van het beschermd voorwerp en de werk- en voertuigen. Al deze maatregelen worden in het proces-verbaal vermeld. | ||
| 1 | De Vlaamse Regering of haar gemachtigde wijst personeelsleden van de administratie van de diensten van de Vlaamse Regering, bevoegd voor het roerend cultureel erfgoed, aan als herstelinstantie als vermeld in artikel 2, 15°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering of haar gemachtigde wijst personeelsleden van de administratie van de diensten van de Vlaamse Regering, bevoegd voor het roerend cultureel erfgoed, aan als beboetingsinstantie als vermeld in artikel 2, 3°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023. |
| 1 | Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de ambtenaren, vermeld in artikel 20 van dit decreet, beslissen om de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het tiende lid. | ||
| 2 | De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de ambtenaren, vermeld in artikel 20 van dit decreet, op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast. De duur van de voorbereidende werkzaamheden mag in voorkomend geval niet meer bedragen dan een jaar vanaf de ontvangst van een verzoek tot uitoefening van een van de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening. | ||
| 3 | De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt. | ||
| 4 | De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid, rechtvaardigt. | ||
| 5 | Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, bevestigt de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de ontvangst daarvan. | ||
| 6 | De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming brengt de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk en in elk geval binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van elke weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid. De verdere informatie over de nadere redenen voor die weigering of die beperking hoeft niet te worden verstrekt als dat de decretale en reglementaire opdrachten van de ambtenaren, vermeld in artikel 20, zou ondermijnen, met behoud van de toepassing van het achtste lid. Als dat nodig is, kan de voormelde termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van die verlenging en van de redenen voor het uitstel. | ||
| 7 | De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens conform artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen. | ||
| 8 | De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke of juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd. Die informatie houdt hij ter beschikking van de voormelde Vlaamse toezichtcommissie. | ||
| 9 | Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval, conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast. | ||
| 10 | Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid, bevat, naar het Openbaar Ministerie is gestuurd en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval, de onderzoeksrechter heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen. |
| 1 | § 1. De volgende personen worden gestraft met een geldboete van 100 euro tot 100.000 euro en met een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand of met een van deze straffen alleen: | 1 | § 1. De volgende personen worden gesanctioneerd met een bestuurlijke geldboete van 400 euro tot 800.000 euro: |
| 2 | 1° de eigenaars, bezitters en houders die, met uitzondering van het bepaalde in artikel 9, § 2, hun beschermde voorwerpen niet in goede staat bewaren of nalaten de algemene of bijzondere beschermingsvoorschriften na te leven; | 2 | 1° de eigenaars, bezitters en houders die, met uitzondering van het bepaalde in artikel 9, § 2, hun beschermde voorwerpen niet in goede staat bewaren of nalaten de algemene of bijzondere beschermingsvoorschriften na te leven; |
| 3 | 2° de eigenaars, bezitters en houders van beschermde voorwerpen die zonder toestemming van de Vlaamse regering en fysische ingreep doen in een beschermd voorwerp of nalaten de opgelegde voorwaarden na te leven; | 3 | 2° de eigenaars, bezitters en houders van beschermde voorwerpen die zonder toestemming van de Vlaamse regering en fysische ingreep doen in een beschermd voorwerp of nalaten de opgelegde voorwaarden na te leven; |
| 4 | 3° de eigenaars, bezitters en houders die door de Vlaamse regering worden aangeschreven krachtens artikel 5, § 3 en § 5, die verzuimen de daarin verplichte kennisgevingen te doen; | 4 | 3° de eigenaars, bezitters en houders die door de Vlaamse regering worden aangeschreven krachtens artikel 5, § 3 en § 5, die verzuimen de daarin verplichte kennisgevingen te doen; |
| 5 | 4° de eigenaars, bezitters en houders van beschermde voorwerpen die verzuimen de door artikel 9, § 4, opgelegde kennisgevingen te doen. | 5 | 4° de eigenaars, bezitters en houders van beschermde voorwerpen die verzuimen de door artikel 9, § 4, opgelegde kennisgevingen te doen. |
| 6 | § 2. De volgende personen worden gestraft met een geldboete van 26 euro tot 200 euro en een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden, of met een van deze straffen alleen: de eigenaars, bezitters en houders van beschermde voorwerpen die de ambtenaren of officieren, genoemd in artikel 20, opzettelijk belemmeren of hinderen bij de uitvoering van hun opdrachten, onverminderd de toepassing van de straffen, bepaald bij artikel 271 tot en met 274 van het Strafwetboek. | ||
| 6 | § 2. ... |
| 1 | § 1. Op vordering van de Vlaamse regering beveelt de rechtbank aan de veroordeelde op basis van artikel 22, § 1: | ||
| 2 | 1° de nodige maatregelen tot instandhouding en onderhoud te nemen om het verder verval van het beschermd voorwerp tegen te gaan; | ||
| 3 | 2° het beschermd voorwerp te restaureren onder toezicht en met naleving van de richtlijnen van de Vlaamse Gemeenschap; | ||
| 4 | 3° een borgsom te storten in de Deposito- en Consignatiekas. Deze borgsom wordt vastgesteld op basis van de geschatte kosten voor de instandhouding, het onderhoud en de restauratie van het beschermd voorwerp. | ||
| 5 | Het vonnis bepaalt tevens dat de in 3° bepaalde geldsom aan de veroordeelde wordt terugbetaald na de uitvoering van de in het vonnis opgelegde maatregelen en dat bij ontstentenis van een betaling het beschermd voorwerp als borg wordt beschouwd. | ||
| 6 | § 2. Voor het geval dat de in het vonnis opgelegde maatregelen tot conservatie en restauratie niet binnen de vastgestelde termijn werden uitgevoerd, beveelt het vonnis dat de Vlaamse Gemeenschap van ambtswege in de uitvoering ervan kan voorzien, op kosten van de veroordeelde. | ||
| 7 | Alle kosten worden, ten laste van de veroordeelde, op de gestorte borgsom aangerekend. | ||
| 8 | Het saldo van de borgsom blijft integraal aan de Vlaamse Gemeenschap verworven, onverminderd de schadeloosstelling en de opgelegde dwangsom. | ||
| 9 | In het geval dat het beschermd voorwerp als borg werd beschouwd, wordt het, na vijf jaar vanaf het vonnis, bedoeld in § 1, definitief eigendom van de Vlaamse Gemeenschap, tenzij de veroordeelde voor afloop van deze termijn alsnog zijn door de rechter opgelegde verplichting tot het storten van een borgsom nakomt. | ||
| 10 | § 3. De rechten van de burgerlijke partij zijn in geval van rechtstreeks herstel beperkt tot de door de Vlaamse regering gevorderde wijze van herstel, onverminderd het recht om vergoeding van de schade te eisen van de veroordeelde. |
Art. 9. In artikel 24 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede “gevangenisstraf van ten minste vier maanden en ten hoogste vijf jaar en een geldboete van 300 euro tot 100.000 euro of met een van deze straffen alleen.” vervangen door de zinsnede “straf van niveau 2.”;
2° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
“In afwijking van artikel 36, negende lid, artikel 38, negende lid, en artikel 52 van het Strafwetboek bedraagt de maximale geldboete altijd 800.000 euro voor het misdrijf, vermeld in het eerste lid.”;
3° in paragraaf 2 wordt de zinsnede “De in § 1 vermelde straffen worden verdubbeld” vervangen door de zinsnede “Het misdrijf, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt bestraft met een straf van niveau 3”;
4° in paragraaf 2 worden de woorden “de inbreuk” telkens vervangen door de woorden “het misdrijf”;
5° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
“In afwijking van artikel 36, negende lid, artikel 38, negende lid, en artikel 52 van het Strafwetboek bedraagt de maximale geldboete altijd 1.600.000 euro.”;
6° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
“§3. De poging tot het plegen van de misdrijven, vermeld in paragraaf 1 en 2, wordt bestraft met dezelfde straf als het voltooide misdrijf.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | De volgende personen worden gestraft met een gevangenisstraf van ten minste vier maanden en ten hoogste vijf jaar en een geldboete van 26 euro tot 50.000 euro of met een van die straffen alleen: | ||
| 1 | De volgende personen worden gesanctioneerd met een bestuurlijke geldboete van 100 euro tot 400.000 euro: | ||
| 2 | 1° personen die bij de aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het buiten de Europese Unie brengen van cultuurgoederen, willens en wetens onjuiste of onvolledige verklaringen afleggen of onjuiste of onvolledige inlichtingen verstrekken; | 2 | 1° personen die bij de aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het buiten de Europese Unie brengen van cultuurgoederen, willens en wetens onjuiste of onvolledige verklaringen afleggen of onjuiste of onvolledige inlichtingen verstrekken; |
| 3 | 2° personen die zonder vergunning een cultuurgoed vanuit de Vlaamse Gemeenschap buiten de Europese Unie brengen. | 3 | 2° personen die zonder vergunning een cultuurgoed vanuit de Vlaamse Gemeenschap buiten de Europese Unie brengen. |
| 4 | De poging tot het plegen van de inbreuken, vermeld in het eerste lid, wordt gesanctioneerd met dezelfde sanctie als de voltooide inbreuk. |
| 1 | De bepalingen van boek 1, hoofdstuk VII, en artikel 85 van het Strafwetboek zijn toepasselijk op de misdrijven, vermeld in dit hoofdstuk. |
| 1 | Elke persoon die, in welke hoedanigheid ook, betrokken is bij de uitvoering en de toepassing van dit decreet, is verplicht tot volstrekte geheimhouding van alle zaken waarvan hij kennis krijgt bij de uitvoering van zijn taken. Hij is verplicht om de volstrekte vertrouwelijkheid van alle gegevens die hij vaststelt of die hem toevertrouwd zijn krachtens dit decreet, in welke vorm ook, te bewaren. | ||
| 2 | Overtredingen van deze geheimhoudingsplicht worden gestraft met de straffen van artikel 458 van het Strafwetboek. | ||
| 1 | In aanvulling op artikel 101 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 wordt het beschermde voorwerp als borg beschouwd als de waarborgsom niet wordt betaald. | ||
| 2 | In het geval, vermeld in het eerste lid, wordt het beschermde voorwerp vijf jaar na de beslissing dat de overtreder een waarborgsom moet betalen, definitief eigendom van het Topstukkenfonds, vermeld in artikel 19, tenzij de herstelplichtige voor de afloop van die termijn de verplichting om een waarborgsom te betalen, nakomt of het opgelegde feitelijke herstel doorvoert. |
Art. 14. In artikel 5, §2, tweede lid, van het decreet van 2 april 2004 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Vlaamse Waterweg nv, naamloze vennootschap van publiek recht, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 maart 2024, wordt punt 8°septies vervangen door wat volgt:
“8°septies het optreden als herstelinstantie als vermeld in artikel 111, §1, van het Scheepvaartdecreet van 21 januari 2022 en als beboetingsinstantie als vermeld in artikel 111, §2, eerste lid, van het Scheepvaartdecreet van 21 januari 2022;”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.