Bij de begroting 2025 #121
Gemerged Vlaamse Regering voegde 46 artikels samen in decreet-2002-07-05decreet-2007-06-15decreet-2009-02-20 · 8 november 2024 35 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: BEG
ingediend op 11 december 2024 (2024-2025)
Amendement
voorgesteld na indiening van het verslag
op het ontwerp van programmadecreet
bij de begroting 2025
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
– Nr. 2 t.e.m. 6: Amendementen
– Nr. 7 t.e.m. 14: Verslagen
– Nr. 15: Tekst aangenomen door de commissies
AMENDEMENT Nr. 18
voorgesteld door Jeremie Vaneeckhout
na indiening van het verslag
Artikel 55
Een derde paragraaf toevoegen, die luidt als volgt:
“§3. Voor de werkingsmiddelen binnen de begroting Welzijn, Volksgezondheid en
Gezin van de Vlaamse Gemeenschap die geen loongebonden uitgaven uitmaken en
waarvan de evolutie gekoppeld is aan de schommelingen van een prijsindexcijfer,
wordt de indexaanpassing in de begrotingsjaren 2025 tot en met 2029 voor 100
procent verrekend.
De niet-verrekening van de indexaanpassing uit het eerste lid is bijgevolg niet
van toepassing op de werkingsmiddelen voor:
1° de financiering van de werkingsmiddelen voor voorzieningen in de sector van
de kinderopvang;
2° de financiering van de werkingsmiddelen voor voorzieningen in de sector van
de jeugdhulp;
3° de financiering van de werkingsmiddelen voor voorzieningen in de sector van
de ondersteuning van mensen met een handicap;
4° de financiering van de werkingsmiddelen voor de Vlaamse expertisecentra zoals:
a) het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs (VAD);
b) het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP);
c) het Vlaams Expertisecentrum Kindermishandeling (VECK);
d) het Vlaams expertisecentrum voor seksuele gezondheid (Sensoa);
e) het Vlaams Expertisepunt Mantelzorg;
f) het Agentschap Toegankelijk Vlaanderen (Inter);
g) het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen;
h) de Vlaamse Expertisecentra Kraamzorg (ECK’s);
5° de financiering van de werkingsmiddelen voor de centra algemeen welzijnswerk (CAW’s);
6° de financiering van de werkingsmiddelen voor de centra voor geestelijke gezondheidszorg (CGG’s);
7° de financiering van de werkingsmiddelen voor de netwerken palliatieve zorg;
8° de financiering van de werkingsmiddelen voor het Vlaams Instituut Gezond
Leven.”.
VERANTWOORDING
De indiener stelt voor om de indexering van een lijst van uitgaven voor werkingsmiddelen binnen de
begroting Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van de Vlaamse Gemeenschap, die geen loongebonden
uitgaven uitmaken en waarvan de evolutie gekoppeld is aan de schommelingen van een prijsindexcijfer,
in de jaren 2025 tot en met 2029 voor 100 procent door te voeren. Dit betekent dat de lijst in het
eerste lid van artikel 44, waarop de besparing via het inhouden van een gedeelte van de indexaanpassingen niet van toepassing, is wordt uitgebreid met een aantal voorzieningen, expertisecentra, netwerken en instituten, die niet tot Vlaamse overheidsadministratie behoren.
In de memorie van toelichting wordt het halveren van de indexatie in 2025, 2028 en 2029 en de volledige opschorting in 2026 en 2027 immers verantwoord als een inspanning van de eigen overheid in
functie van het vooropgestelde doel van een begrotingsevenwicht in 2027. Maar in de sector Welzijn,
Volksgezondheid en Gezin (WVG) zijn heel wat voorzieningen en organisaties verantwoordelijk voor de
rechtstreekse dienstverlening aan de burgers. Indexatie van de werkingsmiddelen is noodzakelijk om de
werking op peil te houden. Niet of slechts gedeeltelijk indexeren houdt met andere woorden een directe
besparing in op zorg en ondersteuning en geenszins een inspanning van de overheid zelf. De indiener
verwijst daarvoor ook naar het advies nr. 77.161/1-3-16 van 4 november 2024 van de afdeling Wetgeving
van de Raad van State, over een voorontwerp van programmadecreet ‘van de begrotingsopmaak 2025’,
dat waarschuwt voor de mogelijke gevolgen op lange termijn van een aanhoudende niet-indexering – in
dit geval gecombineerd met een gedeeltelijke, met de helft verlaagde niet-indexering – in het licht van
het beschermingsniveau geboden door artikel 23 van de Grondwet. In vergelijking met de periode van
voor die niet-indexering, dreigt er immers een aanzienlijke vermindering van het beschermingsniveau
dat geboden wordt met betrekking tot de in artikel 23 van de Grondwet opgesomde grondrechten. In
zijn eerdere advies met nr. 66.660/1/3 van 25 oktober 2019 over een voorontwerp van decreet van de
Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting
2020, waarschuwde de Raad van State al dat er voor een niet-indexering of een gedeeltelijke indexering
redenen beschikbaar moeten zijn die verband houden met het algemene belang.
Rekening houdend met het advies van de Raad van State en verwijzend naar de adviezen bij dit voorstel
van programmadecreet van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) en de Vlaamse Raad
voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (Vlaamse Raad WVG), stelt de indiener voor om voor de periode
2025-2029 de werkingskosten in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin over de hele
lijn volledig te indexeren, zodat de huidige dienstverlening kan worden voortgezet.
De budgettaire impact van die maatregel is beperkt tot een budgettoename van 6,9 miljoen euro vastleggingskrediet (VAK) en 5,6 miljoen vereffeningskrediet (VEK) voor de begrotingsopmaak (BO) 2025
en valt dus te verantwoorden om zo ook tegemoet te komen aan de noden in de sector op het vlak van
het wegwerken van onder andere wachtlijsten en de aanpak van personeelstekorten.
■