Tot wijziging van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid en van het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19 #488
Gemerged 




cd&v, N-VA, Open Vld voegde 13 artikels samen in decreet-2003-11-21decreet-2020-05-29-1033074 · 14 oktober 2020 2 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: WEL
16 december 2020 (2020-2021)
Amendementen
op het voorstel van decreet
van Katrien Schryvers, Elke Sleurs, Freya Saeys, Lorin Parys,
Maaike De Rudder en Koen Daniëls
tot wijziging van het decreet van 21 november 2003
betreffende het preventieve gezondheidsbeleid
en van het decreet van 29 mei 2020
tot organisatie van de meldingsplicht
en het contactonderzoek in het kader van COVID-19
ingediend op
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
– Nr. 2: Advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking
van persoonsgegevens
– Nr. 3: Advies van de Raad van State
— 1011 B russel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
AMENDEMENT Nr. 1
voorgesteld door Katrien Schryvers, Elke Sleurs, Freya Saeys,
Lorin Parys, Maaike De Rudder en Koen Daniëls
Artikel 2/1 (nieuw)
Een artikel 2/1 invoegen, dat luidt als volgt:
“Art. 2/1. In artikel 44, §3, 3°, van hetzelfde decreet wordt tussen de zinsnede
“artikel 47” en de zinsnede “en artikel 48” de zinsnede “, artikel 47/1” ingevoegd.”.
VERANTWOORDING
Met dit nieuwe artikel wordt tegemoetgekomen aan opmerking nr. 11 van de Raad van State in zijn
advies 68.207/3 van 2 december 2020.
AMENDEMENT Nr. 2
voorgesteld door Katrien Schryvers, Elke Sleurs, Freya Saeys,
Lorin Parys, Maaike De Rudder en Koen Daniëls
Artikel 3
In de voorgestelde tekst van artikel 47/1, §2, vierde lid, 3°, op de eerste
regel de woorden “met een woonplaats in het Nederlandse taalgebied” schrappen.
VERANTWOORDING
In het voorgestelde artikel 47/1, §2, vierde lid, van het decreet van 21 november 2003 stond ten
onrechte vermeld dat bij een afwijking om essentiële redenen vereist is dat men een woonplaats in
het Nederlandse taalgebied heeft. De zinsnede “met een woonplaats in het Nederlandse taalgebied”
moet worden geschrapt: net zoals de regel (lees: een verplichte tijdelijke afzondering) niet beperkt is
tot wie in het Nederlandse taalgebied woont, moeten ook de afwijkingen niet aan die personen worden
voorbehouden.
Met die aanpassing in dit amendement wordt tegemoetgekomen aan opmerking nr. 9 van de Raad van
State in zijn advies 68.207/3 van 2 december 2020.
AMENDEMENT Nr. 3
voorgesteld door Katrien Schryvers, Elke Sleurs, Freya Saeys,
Lorin Parys, Maaike De Rudder en Koen Daniëls
Artikel 3
In de voorgestelde tekst van artikel 47/1, §3, eerste lid, op de derde regel,
tussen het woord “afzondering” en de zinsnede “, hetzij op zijn hoofdverblijfplaats” de zinsnede “als hij op de hoogte is gebracht van het feit dat hij een verhoogd risico heeft op COVID-19” invoegen.
VERANTWOORDING
In het voorgestelde artikel 47/1, §3, eerste lid, van het decreet van 21 november 2003 wordt naar
aanleiding van opmerking nr. 10 van de Raad van State in zijn advies 68.207/3 van 2 december 2020
verduidelijkt dat de verplichting om onmiddellijk in tijdelijke afzondering te gaan pas geldt als men op
de hoogte is gebracht van het feit dat men een verhoogd risico heeft op COVID-19.
Voortschrijdend inzicht leert dat het niet aangewezen is dat de personen die in tijdelijke afzondering
gaan op een andere gepaste plaats dan hun hoofdverblijfplaats die zelf nog actief moeten meedelen
aan de ambtenaren-artsen van het agentschap (lees: het agentschap Zorg en Gezondheid). Tijdens
een periode van tijdelijke afzondering is het immers toegestaan zich, mits extra aandacht voor
hygiënische maatregelen, met respect voor afstand en met een mondmasker, buiten te begeven voor
enkele noodzakelijke activiteiten (lees: dringende medische zorgen, aankoop van basisbenodigdheden,
regelen van dringende juridische/financiële kwesties).
AMENDEMENT Nr. 4
voorgesteld door Katrien Schryvers, Elke Sleurs, Freya Saeys,
Lorin Parys, Maaike De Rudder en Koen Daniëls
Artikel 3
In de voorgestelde tekst van artikel 47/1, paragraaf 4 schrappen.
VERANTWOORDING
Zie verantwoording bij amendement nr. 3.
AMENDEMENT Nr. 5
voorgesteld door Katrien Schryvers, Elke Sleurs, Freya Saeys,
Lorin Parys, Maaike De Rudder en Koen Daniëls
Artikel 8
Een punt 5° toevoegen, dat luidt als volgt:
“5° een zesde lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
“De Vlaamse Regering bepaalt welke technische en organisatorische maatregelen het samenwerkingsverband van externe partners treft ter bescherming
van de verwerking van de persoonsgegevens door het centrale contactcentrum, vermeld in het eerste lid.”.”.
VERANTWOORDING
Met de in dit amendement voorgestelde wijziging wordt tegemoetgekomen aan de opmerking nr. 12 van
de Raad van State in zijn advies 68.207/3 van 2 december 2020. Een vermelding van artikel 13 van het
samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020 is overbodig.
AMENDEMENT Nr. 6
voorgesteld door Katrien Schryvers, Elke Sleurs, Freya Saeys,
Lorin Parys, Maaike De Rudder en Koen Daniëls
Artikel 10
In de voorgestelde tekst van artikel 5, §2, tweede lid, in punt 6° het woord
“indexpatiënt” telkens vervangen door het woord “indexpersoon”.
VERANTWOORDING
Met de in dit amendement voorgestelde wijziging wordt tegemoetgekomen aan opmerking nr. 13 van
de Raad van State in zijn advies 68.207/3 van 2 december 2020.
AMENDEMENT Nr. 7
voorgesteld door Katrien Schryvers, Elke Sleurs, Freya Saeys,
Lorin Parys, Maaike De Rudder en Koen Daniëls
Artikel 11
In de voorgestelde tekst van artikel 6, derde lid, op de tweede regel, tussen het woord “is” en het woord “gebonden” de zinsnede “overeenkomstig
artikel 458 van het Strafwetboek” invoegen.
VERANTWOORDING
In opmerking nr. 4.3 in zijn advies 68.207/3 van 2 december 2020 wijst de Raad van State terecht
op het volgende: “Voor zover deze bepalingen de geheimhoudingsplicht regelen in hoofde van de erin
vermelde personen, brengen ze enkel de verplichting in herinnering die reeds voortvloeit uit artikel 458
van het Strafwetboek. De regeling van deze verplichting en het bepalen van de uitzonderingen op de
geheimhoudingsplicht behoren in beginsel tot de bevoegdheid van de federale wetgever. De voorgestelde
bepalingen moeten dan ook worden weggelaten, tenzij wanneer wordt geschreven “overeenkomstig
artikel 458 van …