§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges en het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten, wat betreft het optimaliseren van de regelgeving inzake complexe projecten #2072

Gemerged Vlaamse Regering voegde 15 artikels samen in decreet-2014-04-04decreet-2014-04-25-1024468 · 28 februari 2024 1 checks vragen aandacht
Verslag
21 maart 2024 · 10 blz.
2072/3 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier: : Ontwerp van decreet – Nr. 2: Amendement verzendcode: LEE ingediend op 20 maart 2024 (2023-2024) Verslag namens de Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie uitgebracht door Inez De Coninck over het ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges en het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten, wat betreft het optimaliseren van de regelgeving inzake complexe projecten Samenstelling van de Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie: Voorzitter: Gwenny De Vroe. Vaste leden: Inez De Coninck, Andries Gryffroy, Freya Perdaens, Jeroen Tiebout, Wilfried Vandaele; Bart Claes, Leo Pieters, Sam Van Rooy; Stijn De Roo, Tinne Rombouts; Steven Coenegrachts, Gwenny De Vroe; Staf Aerts, Mieke Schauvliege; Bruno Tobback. Plaatsvervangers: Annick De Ridder, Marius Meremans, Joris Nachtergaele, Axel Ronse, Nadia Sminate; Carmen Ryheul, Stefaan Sintobin, Wim Verheyden; Robrecht Bothuyne, Brecht Warnez; Bart Tommelein, Bart Van Hulle; Johan Danen, Chris Steenwegen; Hannes Anaf. Toegevoegde leden: Jos D'Haese. INHOUD 1. Toelichting .......................................................................................... 4 1.1. het statuut van het voorkeursbesluit als point of no return ................ 4 1.2. Detailleringsgraad van het milieueffectrapport op strategisch niveau .. 5 1.3. De projectonderzoeksnota die wordt opgemaakt in de uitwerkingsfase, ................................................................... 5 1.4. Technische aanpassingen .............................................................. 5 2. Bespreking .......................................................................................... 6 2.1. Toelichting van het amendement door Inez De Coninck .................... 6 2.2. Tussenkomst van Mieke Schauvliege .............................................. 6 2.3. Antwoord van minister Zuhal Demir ............................................... 6 2.4. Aanvullende tussenkomst van Mieke Schauvliege ............................. 6 2.5. Slotrepliek van minister Zuhal Demir .............................................. 6 3. Stemming ........................................................................................... 7 Tekst aangenomen door de commissie........................................................... 8 Op dinsdag 19 maart 2024 besprak de Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie het ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges en het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten, wat betreft het optimaliseren van de regelgeving inzake complexe projecten (Parl.St. Vl.Parl. 2023-24, nr. 2072/1). Op dit ontwerp van decreet werd door de meerderheid ook één amendement (Parl.St. Vl.Parl. 2023-24, nr. 2072/2) ingediend. 1. Toelichting Minister Zuhal Demir licht het ontwerp van decreet toe dat beperkte wijzigingen aanbrengt aan het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten. Dat decreet werd in het leven geroepen om bij moeilijke dossiers een maximaal draagvlak en een goede oplossing te vinden voor maatschappelijk heel belangrijke projecten, zoals de Limburgse Noord-Zuidverbinding. De essentie van het proceduredecreet voor complexe projecten is de zogenaamde drietrapsladder: startbeslissing, voorkeursbesluit en projectbesluit. Finaal kunnen er ook meerdere projectbesluiten zijn, die allemaal voortbouwen op het gevoerde proces en alternatievenonderzoek en het voorkeursbesluit. Een dergelijk projectbesluit kan bovendien ook zowel een ruimtelijk uitvoeringsplan als een vergunning of andere machtigingen bevatten. Het was nooit de intentie dat het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten een wonderoplossing zou zijn, noch dat het inspraak of beroep zou tegenhouden. Aan al die principes raakt dit ontwerp van decreet niet. Wel voert het een aantal optimalisaties door om te zorgen voor een betere werking. In sommige gevallen waren er immers wat tegenstellingen. De zelfevaluatie uit 2021 over de lopende complexe projecten bracht duidelijk aan het licht dat de meerwaarde van een complexprojecttraject niet zozeer in de procedures, maar wel in het proces zit. Om een draagvlak te vinden bij verschillende actoren, bestuursniveaus en burgers, wordt een intensief en participatief traject afgelegd dat focust op cocreatie, winwinsituaties en een integrale benadering. 1.1. Het statuut van het voorkeursbesluit als point of no return Naast een aantal technische aanpassingen voert het ontwerp drie optimalisaties door. Een eerste optimalisatie bevestigt en verduidelijkt het statuut van het voorkeursbesluit als point of no return. Het voorkeursbesluit rondt de onderzoeksfase af en kiest definitief voor één alternatief, dat in de uitwerkingsfase verder uitgewerkt wordt. Het belang van het voorkeursbesluit wordt verder onderstreept door het invoeren van een versnelde annulatieprocedure tegen het voorkeursbesluit bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Na het tot stand komen van een voorkeursbesluit geldt het gekozen strategische alternatief als vaststaande leidraad bij de verdere procedurestappen richting definitief projectbesluit. Het voorkeursbesluit is immuun voor wettigheidstoetsing zodra de beroepstermijn om het besluit aan te vechten bij de raad verstreken is zonder dat een beroep tegen het voorkeursbesluit werd ingesteld. Dit staat nu al in artikel 45 van het decreet en wordt verduidelijkt. Dat is belangrijk in het licht van de bedoeling van de decreetgever om de complexeprojectenprocedure te trechteren richting een bepaald alternatief, dat achteraf niet meer ter discussie kan worden gesteld. Het is essentieel dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen snel tot een uitspraak komt als het voorkeursbesluit wordt aangevochten …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd