Tot wijziging van het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de beëindiging van de hoedanigheid van het statutaire personeelslid #1631
Gemerged Vlaamse Regering voegde 4 artikels samen in decreet-2017-12-22-1029017 · 15 maart 2023 1 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
– Nr. 2: Amendementen
verzendcode: BIN
ingediend op 30 mei 2023 (2022-2023)
Verslag
namens de Commissie voor Binnenlands Bestuur,
Gelijke Kansen en Inburgering
uitgebracht door Paul Van Miert en Staf Aerts
over het ontwerp van decreet
tot wijziging
van het Provinciedecreet van 9 december 2005
en het decreet van 22 december 2017
over het lokaal bestuur,
wat betreft de beëindiging van de hoedanigheid
van het statutaire personeelslid
Samenstelling van de Commissie voor Binnenlands Bestuur, Gelijke Kansen en Inburgering:
Voorzitter: Kris Van Dijck.
Vaste leden:
Maaike De Vreese, Nadia Sminate, Annabel Tavernier, Kris Van Dijck, Paul Van Miert;
Yves Buysse, Chris Janssens, Sam Van Rooy;
Katrien Partyka, Brecht Warnez;
Tom Ongena, Bart Tommelein;
Staf Aerts, An Moerenhout;
Maxim Veys.
Plaatsvervangers:
Andries Gryffroy, Liesbeth Homans, Bert Maertens, Freya Perdaens, Elke Sleurs;
Adeline Blancquaert, Guy D'haeseleer, Kristof Slagmulder;
Koen Van den Heuvel, Hilâl Yalçin;
Stephanie D'Hose, Emmily Talpe;
Celia Groothedde, Jeremie Vaneeckhout;
Kurt De Loor.
Toegevoegde leden:
Lise Vandecasteele.
INHOUD
I. Toelichting door Bart Somers, viceminister-president van de Vlaamse
Regering en Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken,
Inburgering en Gelijke Kansen ............................................................... 4
II. Algemene bespreking ........................................................................... 5
1. Vragen en opmerkingen van de commissieleden ............................... 5
1.1. Tussenkomst van Paul Van Miert ............................................. 5
1.2. Tussenkomst van Yves Buysse ................................................ 6
1.3. Tussenkomst van Tom Ongena ............................................... 6
1.4. Tussenkomst van Brecht Warnez ............................................ 7
1.5. Tussenkomst van Staf Aerts ................................................... 7
1.6. Tussenkomst van Kurt De Loor ............................................... 7
1.7. Tussenkomst van Jos D’Haese ................................................ 9
2. Antwoorden van de minister ......................................................... 10
III. Replieken van de commissieleden ........................................................ 14
1. Tussenkomst van Kurt De Loor ..................................................... 14
2. Tussenkomst van Tom Ongena ..................................................... 15
3. Tussenkomst van Staf Aerts ......................................................... 15
IV. Bijkomende antwoorden van de minister............................................... 16
V. Artikelsgewijze bespreking .................................................................. 17
VI. Eindstemming ................................................................................... 19
Gebruikte afkortingen ................................................................................ 20
Tekst aangenomen door de commissie......................................................... 21
De Commissie voor Binnenlands Bestuur, Gelijke Kansen en Inburgering besprak op
16 en 23 mei 2023 het ontwerp van decreet tot wijziging van het Provinciedecreet
van 9 december 2005 en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur,
wat betreft de beëindiging van de hoedanigheid van het statutaire personeelslid.
I. Toelichting door Bart Somers, viceminister-president van
de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Binnenlands
Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen
Minister Bart Somers zegt dat voorliggend ontwerp van decreet past binnen de
hedendaagse context van het bestaande personeelsbeleid binnen de lokale besturen. De lokale besturen wierven de afgelopen jaren meer personeelsleden contractueel aan dan dat ze statutair benoemden. Van de ruim 171.000 personeelsleden
bij de lokale besturen is 69 procent contractueel aangeworven en 31 procent werkt
binnen een statutair kader. De redenen hiervoor zijn divers, maar een belangrijke
reden is dat de arbeidsregeling van toepassing op de contractuele personeelsleden
beter aansluit op de veranderende noden, taken en prioriteiten. Gelet op die tendens is het dan ook een vraag van de besturen om de verschillen tussen beide
tewerkstellingsvormen op elkaar af te stemmen zodat de besturen hun personeelsleden op voet van gelijkheid kunnen behandelen.
Binnen de Vlaamse Regering werd rekening gehouden met die context en werd in
het Vlaamse regeerakkoord (Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr. 31/1) opgenomen dat
de bestaande verschillen tussen de contractuele en statutaire personeelsleden verder zullen worden weggewerkt. Met het nieuw kaderbesluit Rechtspositieregeling
nam de minister ter zake een eerste initiatief en met het ontwerp van decreet
bouwt hij daarop verder.
Het ontwerp van decreet bevat twaalf artikelen en regelt de nieuwe ontslagregeling
voor de statutaire personeelsleden van de lokale besturen. Met de nieuwe regeling
wordt niet geraakt aan de lokale autonomie van een bestuur met betrekking tot de
hoedanigheid waarin zij een kandidaat kan aanwerven. De besturen blijven met
andere woorden de vrijheid behouden of ze een kandidaat een contract aanbieden
of statutair benoemen.
De nieuwe ontslagregeling bestaat uit twee grote onderdelen. Als een bestuur overgaat tot ontslag van een statutair personeelslid, moet het voortaan de principes
van de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 naleven. Dat betekent drie zaken. Ten eerste mag het ontslag ‘niet kennelijk onredelijk’ zijn. Dat wil zeggen dat
het ontslag alleen mag worden gegeven vanwege motieven die te maken hebben
met het gedrag of de geschiktheid van het personeelslid, of de noodwendigheden
van de dienst. Ten tweede worden andere ontslaggronden zoals het ontslag wegens dringende reden en het ontslag wegens herstructurering ook van toepassing.
Ten derde zal ontslag of afzetting via tucht niet langer mogelijk zijn. …