§ flandrepo

Over het hybride onderwijs in het secundair onderwijs #1578

Gemerged Vlaamse Regering wijzigt geen gevolgde wet · 13 februari 2023 Alle checks geslaagd
Amendementen
6 maart 2023 · 3 blz.
1578/2 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier: : Ontwerp van decreet 2 maart 2023 (2022-2023) Amendementen op het ontwerp van decreet over het hybride onderwijs in het secundair onderwijs ingediend op verzendcode: OND — 1011 Brussel — 02 5 5 2 11 11 — www.vlaamsparlement.be AMENDEMENT Nr. 1 voorgesteld door Jan Laeremans, Roosmarijn Beckers, Kristof Slagmulder en Chris Janssens Artikel 6 In de voorgestelde tekst, in het eerste lid, op de eerste en de tweede regel, tussen de woorden “met uitzondering van” en de woorden “de aanloopstructuuronderdelen” de woorden “de B-stroom van de eerste graad alsook van” invoegen. VERANTWOORDING Het voorliggende ontwerp van decreet geeft enkele doelgroepen mee waarop de ontworpen regels over de organisatie van hybride onderwijs in het secundair onderwijs niet van toepassing zijn omdat de leermethode van het hybride onderwijs normaliter in globo niet gepast is voor de gemiddelde capaciteiten van de desbetreffende leerlingen en dus ook niet wenselijk is om in te voeren. In de opleidingsvormen 1, 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs, de aanloopstructuuronderdelen en in het stelsel van leren en werken kan zodoende geen hybride onderwijs georganiseerd worden, volgens de bepalingen in artikel 6. Hybride onderwijs, dus met gedeeltelijk afstandsonderwijs, vereist vooral ook meer en andere competenties van de leerlingen dan volledig fysiek contactonderwijs om het succesvol te kunnen volbrengen (zelfs al betreft dat afstandsonderwijs maar een beperkt aandeel lesuren per week). Bij afstandsonderwijs spelen metacognitieve kennis en metacognitieve vaardigheden een grotere rol dan bij fysiek contactonderwijs. Vooral ook executieve functies (regelfuncties van de hersenen die essentieel zijn voor het realiseren van doelgericht en aangepast gedrag), zoals kunnen plannen, organisatie, timemanagement, doelgericht doorzettingsvermogen enzovoort, en daarbinnen vooral zelfregulatie, spelen daarbij een erg belangrijke rol. Die metavaardigheden komen echter vaak maar traag op gang bij jongeren. Zolang die nog niet goed ontwikkeld zijn bij de leerlingen, zal het onderwijs (dus de leraar) daarvoor moeten compenseren door zelf (voor een deel) nog de touwtjes in handen te houden. Die compensatie is nu eenmaal een gegeven dat bij afstandsonderwijs minder vlot lukt dan bij fysiek onderwijs. Om die reden is ontwikkelings- en instructiepsychologisch gezien hybride onderwijs in veruit de meeste gevallen geen verstandige optie in de onderwijssegmenten die in dit ontwerp van decreet worden uitgesloten van hybride onderwijs. Om gelijkaardige redenen komt er ook geen dergelijk ontwerp van decreet met betrekking tot het basisonderwijs. Daar wordt door de Vlaamse Regering ook uitgegaan van het principe van geheel contactonderwijs in het basisonderwijs. De voorgestelde wijziging beoogt de doelgroep van leerlingen in de B-stroom van de eerste graad toe te voegen aan de lijst met leerlingengroepen waarvoor de organisatie van hybride onderwijs niet wordt toegestaan. De indieners van het voorliggende amendement verwachten dat de organisatie van hybride onderwijs in de eerste graad van het secundair onderwijs in veel gevallen problemen zal geven en dus niet wenselijk is, net wegens de ontwikkelings- en psychologische redenen. In de praktijk zal dat volgens de indieners van het voorliggende amendement in de eerste graad slechts mogelijk zijn in erg sterke klassen, waar de leerlingen al voldoende executieve functies en vooral zelfregulatie bezitten en waar de metakennis en metacognitieve vaardigheden al voldoende aan het ontwikkelen zijn. In dat opzicht kan hybride onderwijs in bepaalde scholen en in bepaalde klassen van de A-stroom al wenselijk zijn. Tussen 10 en 12 jaar ontwikkelen kinderen gedragsevaluatie, dat wil zeggen dat ze naar het eigen gedrag kunnen kijken en dat kunnen checken. Op het einde van de lagere school wordt daar dan ook erg op ingezet. In ideale omstandigheden heeft een leerling in de eerste graad hier dus al ervaring in, maar veel leerlingen zitten niet in die ideale omstandigheden, bijvoorbeeld leerlingen met hoge zorgnoden. Maar zelfs los van leerlingen met zorgnoden is er het gegeven dat veel kinderen uit de B-stroom van de eerste graad die vaardigheden (volledig) missen. De meesten onder hen hebben – sinds de nieuwe invulling van de B-stroom bij de onderwijshervorming – dan ook geen getuigschrift van het basisonderwijs, maar zijn op basis van leeftijd naar de B-stroom doorgestroomd. In het schooljaar 2019-2020 bezat 96,34 procent van de leerlingen in het eerste leerjaar B geen getuigschrift basisonderwijs. In het schooljaar 2020-2021 lag dit aandeel ‘maar’ op 90,84 procent, maar toen werd ook, in het licht van de coronapandemie, duidelijk gesteld en gecommuniceerd naar de schoolbesturen dat het mogelijk was ook leerlingen met een getuigschrift basisonderwijs toe te laten in het eerste leerjaar B bij de initiële inschrijvingen. Dat betekent dat erg veel leerlingen in de B-stroom totaal niet op een niveau staan waarbij ze door middel van (gedeeltelijk) afstandsonderwijs effectief op duurzame wijze leerstof onder de knie kunnen krijgen. Het is voor de indieners van het voorliggende amendement dan ook onlogisch en onbegrijpelijk waarom ook voor deze doelgroep afstandsonderwijs tot maximum 20 procent mogelijk wordt gemaakt door middel van dit ontwerp van decreet. Die bekommernis resoneert ook met de bezorgdheden van heel wat leraren uit de B-stroom die klaar en duidelijk zeggen dat afstandsonderwijs voor de doelgroep gewoonweg niet lukt. Dat hebben die leraren dan ook klaar en duidelijk ervaren tijdens de coronaperiodes en de daarmee gepaard gaande schoolsluitingen. Daarenboven stelt de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet duidelijk dat hybride onderwijs en dus gedeeltelijk afstandsonderwijs in het basisonderwijs niet wenselijk is. De indieners van het voorliggende amendement zijn de mening toegedaan dat men die redenering dan ook moet doortrekken naar de leerlingen uit …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd