§ flandrepo

Bij de begroting 2020 #152

Gemerged Vlaamse Regering voegde 43 artikels samen in circusdecreet-van-1-maart-2019decreet-2016-05-20decreet-2003-07-18 · 15 november 2019 10 checks vragen aandacht
Amendementen
N-VAcd&vOpen Vld Freya Perdaens, Tinne Rombouts, Gwenny De Vroe, Andries Gryffroy, Koen Van den Heuvel, Wilfried Vandaele 29 november 2019 · 5 blz.
152/2 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: BEG 22 november 2019 (2019-2020) Amendement op het ontwerp van programmadecreet bij de begroting 2020 ingediend op Documenten in het dossier: : Ontwerp van programmadecreet — 1011 Brussel — 02/552.11.11 — www.vlaamsparlement.be LEGENDE FIN Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting en Justitie BIN Commissie voor Binnenlands Bestuur, Gelijke Kansen en Inburgering BRU Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand en Dierenwelzijn BUI Commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Internationale Samenwerking en Toerisme CUL Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media ECO Commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Wetenschap en Innovatie LAN Commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid LEE Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie OPE Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken OND Commissie voor Onderwijs WEL Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding WON Commissie voor Wonen en Onroerend Erfgoed AMENDEMENT Nr. 1 voorgesteld door Freya Perdaens, Tinne Rombouts, Gwenny De Vroe, Andries Gryffroy, Koen Van den Heuvel en Wilfried Vandaele Hoofdstuk 4 Een afdeling 2, die bestaat uit de artikelen 10/1, 10/2, 10/3 en 10/4, toevoegen, die luidt als volgt: “Afdeling 2. Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen – Milieuheffingen OVAM Art. 10/1. In artikel 46, §1, 6°, c), van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen wordt de zin “voor het storten van niet-brandbare, niet-recycleerbare slibresidu’s afkomstig van PST-installaties op een daarvoor vergunde stortplaats.” vervangen door de zin “voor het storten op een daarvoor vergunde stortplaats van zandachtige niet-recycleerbare procesresidu’s afkomstig van PST-installaties waarbij overeenkomstig het advies van de OVAM andere verwerkingswijzen dan storten onredelijk hoge kosten met zich meebrengen of onmogelijk zijn.”. Art. 10/2. In artikel 46, §1, 11°, van hetzelfde decreet wordt in de voorlaatste zin “2019” vervangen door “2022” en wordt in de laatste zin de zinsnede “2017, 2018 en 2019” vervangen door de zinsnede “vanaf 2017 tot en met 2022.”. Art. 10/3. In artikel 46, §1, van hetzelfde decreet worden in het vierde lid de woorden “de verwerking” vervangen door de woorden “het verbranden of meeverbranden”. Art. 10/4. In artikel 46, §3, eerste lid, 7°, van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° tussen de woorden “voor wat betreft het” en de woorden “in het Vlaamse Gewest” worden de woorden “buiten het Vlaamse Gewest ingezameld en” ingevoegd; 2° het woord “geproduceerd” wordt vervangen door het woord “gesorteerd”.”. VERANTWOORDING Deze wijzigingen zijn noodzakelijk om het sturende effect van de afvalheffingen ter ondersteuning van het gevoerde afval- en materialenbeleid te optimaliseren. 1. Inzake de heffing voor het storten van niet-brandbare, niet-recycleerbare slibresidu’s afkomstig van PST-installaties (Post Shredder Technologie) (artikel 10/1) De betrokken verlaagde heffing werd ingevoerd voor het storten van niet-brandbare, niet-recycleerbare slibresidu’s afkomstig van PST-installaties. Deze heffing werd ingevoerd om de betrokken onvermijdbare en ultieme residu’s uit de massabalans te halen bepaald in het vijfde lid van artikel 46, §2, 2°, zodat die massabalans beperkt wordt tot effectief recycleerbare afvalstoffen. De niet-brandbaarheid wordt bepaald aan de hand van de parameters gloeiverlies en totaal organische koolstof (TOC). De residu’s zijn niet brandbaar als het gloeiverlies < 10% én het TOC-gehalte < 6% is. Uit de ervaring van de afgelopen jaren blijkt dat de grenswaarden 10% of 6% soms licht worden overschreden zonder dat het dan over brandbaar afval gaat waarvoor verbranding een meerwaarde zou kunnen hebben. Anderzijds komen de betrokken residu’s in sommige PST-installaties niet vrij in een natte (slib)vorm maar in een droge vorm via zand- en stofafzuiging. Kenmerkend is dat de residu’s doorgaans een zeer beperkt zandgehalte hebben en meestal verontreinigd zijn met metalen zodat noch zandafscheiding, noch reiniging haalbaar zijn. C-LEE Dit artikel wijzigt de betrokken bepalingen op basis van de ervaringen in de praktijk en schrapt de nietbrandbaarheid als voorwaarde voor het toepassen van het verlaagd tarief. Het blijft evenwel nodig dat de niet-recycleerbaarheid van de betrokken residu’s steeds wordt nagegaan zoals dat het geval is voor de vergelijkbare residu’s bedoeld in artikel 46, §1, 6°, b), en zodat bijgevolg het toepassen van het verlaagd tarief onderworpen wordt aan het advies van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) dat moet bevestigen dat andere verwerkingswijzen dan storten onredelijk hoge kosten met zich meebrengen of onmogelijk zijn. 2. Inzake de verlaagde heffing voor het storten niet-recycleerbare residu’s van selectief ingezameld gipsafval, afkomstig van bedrijven die selectief ingezameld gipsafval verwerken tot grondstof voor de productie van nieuwe gipsproducten (artikel 10/2) Dit tarief betreft het storten van residu’s afkomstig van selectief ingezameld gipsafval, onder meer gipskarton ingezameld via containerparken. Dit verlaagd tarief werd in 2016 verlengd voor een overgangsperiode van vier jaar. Op basis van de prognoses in 2016 werd verwacht dat het storten van de betrokken residu’s vanaf 2020 volledig kon worden voorkomen. De hoeveelheid residu’s is de afgelopen jaren gestaag afgenomen. Het productieproces om van afval een hoogwaardige grondstof te maken, is een technisch hoogstaand proces. Echter om de kwaliteit te kunnen leveren die voor de afnemers noodzakelijk is, blijft er anno 2019 een hoeveelheid residu van ongeveer 5% die nog moet worden gestort. Daarnaast blijft er ook de moeilijk volledig aan banden te leggen competitie met de groenelijstafvoer naar omgevende landen waarbij het gipsafval op een veel minder performante wijze nuttig wordt …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd