f) voor de organisatie van de masteropleiding “master in musical” wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 900 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 3.
306
f) voor de organisatie van de masteropleiding “master in musical” wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 900 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 3.
307
Voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma-initieel, vermeld in artikel III.14, is voor de opleidingen vermeld in het eerste lid, het puntengewicht gelijk aan de som van het puntengewicht van het studiegebied waaronder deze opleiding ressorteert, vermeld in paragraaf 1, en het bijkomende puntengewicht voor deze opleiding, vermeld in het eerste lid.
307
Voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma-initieel, vermeld in artikel III.14, is voor de opleidingen vermeld in het eerste lid, het puntengewicht gelijk aan de som van het puntengewicht van het studiegebied waaronder deze opleiding ressorteert, vermeld in paragraaf 1, en het bijkomende puntengewicht voor deze opleiding, vermeld in het eerste lid.
308
Voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-input, vermeld in artikel III.12, en het aantal financieringspunten FPi-output, vermeld in artikel III.13, is voor de opleidingen vermeld in het eerste lid, het puntengewicht voor de berekening van de bijkomende financieringspunten gegenereerd door de financieringsboni voor beursstudenten, studenten met een functiebeperking en werkstudenten gelijk aan de som van het puntengewicht van het studiegebied waaronder deze opleiding ressorteert, vermeld in paragraaf 1, en het bijkomende puntengewicht voor deze opleiding, vermeld in het eerste lid.
308
Voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-input, vermeld in artikel III.12, en het aantal financieringspunten FPi-output, vermeld in artikel III.13, is voor de opleidingen vermeld in het eerste lid, het puntengewicht voor de berekening van de bijkomende financieringspunten gegenereerd door de financieringsboni voor beurstariefstudenten, studenten met een functiebeperking en werkstudenten gelijk aan de som van het puntengewicht van het studiegebied waaronder deze opleiding ressorteert, vermeld in paragraaf 1, en het bijkomende puntengewicht voor deze opleiding, vermeld in het eerste lid.
309
Bij een herstructurering, vermeld in artikel I.3, 34°, kan de Vlaamse Regering de aantallen wijzigen die zijn vastgelegd in deze paragraaf. In voorkomend geval kan de Vlaamse Regering bepalen dat de maximale aantallen gelden per vestigingsplaats.
309
Bij een herstructurering, vermeld in artikel I.3, 34°, kan de Vlaamse Regering de aantallen wijzigen die zijn vastgelegd in deze paragraaf. In voorkomend geval kan de Vlaamse Regering bepalen dat de maximale aantallen gelden per vestigingsplaats.
310
§ 4/1. In afwijking van paragraaf 4 worden bij het vaststellen van het aantal opgenomen en verworven studiepunten, vermeld in punt 1°, de opgenomen en verworven studiepunten voor een educatieve masteropleiding voor kunstvakken in het studiegebied Audiovisuele en beeldende kunst beperkt tot zestig studiepunten voor de gehele masteropleiding.
310
§ 4/1. In afwijking van paragraaf 4 worden bij het vaststellen van het aantal opgenomen en verworven studiepunten, vermeld in punt 1°, de opgenomen en verworven studiepunten voor een educatieve masteropleiding voor kunstvakken in het studiegebied Audiovisuele en beeldende kunst beperkt tot zestig studiepunten voor de gehele masteropleiding.
Doctoraten die over de studiegebieden heen gerangschikt worden, worden voor de bepaling van het puntengewicht gerangschikt in het studiegebied met het laagste puntengewicht dat in de combinatie voorkomt.
290
Doctoraten die over de studiegebieden heen gerangschikt worden, worden voor de bepaling van het puntengewicht gerangschikt in het studiegebied met het laagste puntengewicht dat in de combinatie voorkomt.
291
§2. Opleidingen die over de studiegebieden heen gerangschikt worden, worden voor de bepaling van het puntengewicht gerangschikt in het studiegebied met het laagste puntengewicht dat in de combinatie voorkomt.
291
§2. Opleidingen die over de studiegebieden heen gerangschikt worden, worden voor de bepaling van het puntengewicht gerangschikt in het studiegebied met het laagste puntengewicht dat in de combinatie voorkomt.
292
§3. In afwijking van paragraaf 1, punt 1°, d), bedraagt vanaf het begrotingsjaar 2014 het puntengewicht voor de bacheloropleiding “bachelor in de audiovisuele kunsten” 1,00 .
292
§3. In afwijking van paragraaf 1, punt 1°, d), bedraagt vanaf het begrotingsjaar 2014 het puntengewicht voor de bacheloropleiding “bachelor in de audiovisuele kunsten” 1,00 en bedraagt vanaf het begrotingsjaar 2024 het puntengewicht voor de bacheloropleiding “bachelor in visual design” 1,00.
293
§4. In de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst en Muziek en podiumkunsten wordt een bijkomend puntengewicht toegekend overeenkomstig het volgende schema:
293
§4. In de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst en Muziek en podiumkunsten wordt een bijkomend puntengewicht toegekend overeenkomstig het volgende schema:
294
1° studiegebied Audiovisuele en beeldende kunst :
294
1° studiegebied Audiovisuele en beeldende kunst :
297
c) tot en met het begrotingsjaar 2013 wordt voor de organisatie van de academische bachelor- en masteropleiding in de conservatie-restauratie samen, de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 6.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 2;
297
c) tot en met het begrotingsjaar 2013 wordt voor de organisatie van de academische bachelor- en masteropleiding in de conservatie-restauratie samen, de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 6.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 2;
298
d) vanaf het begrotingsjaar 2014 wordt voor de organisatie van de professionele bacheloropleiding “bachelor in de audiovisuele kunsten” de som van het aantal opgenomen studiepunten, vermeld in artikel III. 12, §2, en het aantal verworven studiepunten, vermeld in artikel III.13, §4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 12.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 2.
298
d) vanaf het begrotingsjaar 2014 wordt voor de organisatie van de professionele bacheloropleiding “bachelor in de audiovisuele kunsten” de som van het aantal opgenomen studiepunten, vermeld in artikel III. 12, §2, en het aantal verworven studiepunten, vermeld in artikel III.13, §4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 12.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 2.
299
e) vanaf het begrotingsjaar 2024 wordt voor de organisatie van de professionele bacheloropleiding “bachelor in visual design” de som van het aantal opgenomen studiepunten, vermeld in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, vermeld in artikel III.13, §4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 9.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 2.
299
2° studiegebied Muziek en podiumkunsten :
300
2° studiegebied Muziek en podiumkunsten :
300
a) voor de organisatie van de academische bachelor- en masteropleiding in de muziek en van de academische bachelor- en masteropleiding in het drama en van de educatieve masteropleiding voor kunstvakken samen, wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, § 2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, § 4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 27.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 3;
301
a) voor de organisatie van de academische bachelor- en masteropleiding in de muziek en van de academische bachelor- en masteropleiding in het drama en van de educatieve masteropleiding voor kunstvakken samen, wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, § 2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, § 4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 27.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 3;
302
c) voor de organisatie van de professionele bacheloropleiding in de dans wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a), in een hogeschool, met een maximum van 1.500 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 4;
303
c) voor de organisatie van de professionele bacheloropleiding in de dans wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a), in een hogeschool, met een maximum van 1.500 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 4;
303
d) voor de organisatie van de professionele bacheloropleiding in de pop- en rockmuziek wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a), in een hogeschool, met een maximum van 9.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 2,5.
304
d) voor de organisatie van de professionele bacheloropleiding in de pop- en rockmuziek wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a), in een hogeschool, met een maximum van 9.000 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 2,5.
305
e) voor de organisatie van de masteropleiding “master in de dans” wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 600 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 3;
306
f) voor de organisatie van de masteropleiding “master in musical” wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 900 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 3.
304
Voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma-initieel, vermeld in artikel III.14, is voor de opleidingen vermeld in het eerste lid, het puntengewicht gelijk aan de som van het puntengewicht van het studiegebied waaronder deze opleiding ressorteert, vermeld in paragraaf 1, en het bijkomende puntengewicht voor deze opleiding, vermeld in het eerste lid.
307
Voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma-initieel, vermeld in artikel III.14, is voor de opleidingen vermeld in het eerste lid, het puntengewicht gelijk aan de som van het puntengewicht van het studiegebied waaronder deze opleiding ressorteert, vermeld in paragraaf 1, en het bijkomende puntengewicht voor deze opleiding, vermeld in het eerste lid.
305
Voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-input, vermeld in artikel III.12, en het aantal financieringspunten FPi-output, vermeld in artikel III.13, is voor de opleidingen vermeld in het eerste lid, het puntengewicht voor de berekening van de bijkomende financieringspunten gegenereerd door de financieringsboni voor beursstudenten, studenten met een functiebeperking en werkstudenten gelijk aan de som van het puntengewicht van het studiegebied waaronder deze opleiding ressorteert, vermeld in paragraaf 1, en het bijkomende puntengewicht voor deze opleiding, vermeld in het eerste lid.
308
Voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-input, vermeld in artikel III.12, en het aantal financieringspunten FPi-output, vermeld in artikel III.13, is voor de opleidingen vermeld in het eerste lid, het puntengewicht voor de berekening van de bijkomende financieringspunten gegenereerd door de financieringsboni voor beursstudenten, studenten met een functiebeperking en werkstudenten gelijk aan de som van het puntengewicht van het studiegebied waaronder deze opleiding ressorteert, vermeld in paragraaf 1, en het bijkomende puntengewicht voor deze opleiding, vermeld in het eerste lid.
In afwijking van punt 1°, i), bedraagt voor het begrotingsjaar 2021 het puntengewicht voor het studiegebied Handelswetenschappen en bedrijfskunde 1,01;
219
In afwijking van punt 1°, i), bedraagt voor het begrotingsjaar 2021 het puntengewicht voor het studiegebied Handelswetenschappen en bedrijfskunde 1,01;
220
8° in afwijking van punt 1°, i), bedraagt voor het begrotingsjaar 2021 het puntengewicht voor de bacheloropleiding "bachelor in de toegepaste informatica" 1,25.
220
8° in afwijking van punt 1°, i), bedraagt voor het begrotingsjaar 2021 het puntengewicht voor de bacheloropleiding "bachelor in de toegepaste informatica" 1,25.
221
9° in afwijking van punt 1°, c), bedraagt het puntengewicht voor het studiegebied Industriële wetenschappen en technologie 1,27 voor het begrotingsjaar 2022 en 1,30 vanaf het begrotingsjaar 2023.
222
In afwijking van punt 1°, i), bedraagt het puntengewicht voor het studiegebied Handelswetenschappen en bedrijfskunde:
223
a) voor het begrotingsjaar 2022: 1,02;
224
b) voor het begrotingsjaar 2023: 1,04;
225
c) vanaf het begrotingsjaar 2024: 1,06.
221
§ 1/1. In het begrotingsjaar 2014 bedraagt het puntengewicht voor de doctoraten in het studiegebied Nautische wetenschappen 3.
226
§ 1/1. In het begrotingsjaar 2014 bedraagt het puntengewicht voor de doctoraten in het studiegebied Nautische wetenschappen 3.
222
Voor de berekening van het variabele onderzoeksdeel, vermeld in artikel III.22, worden met ingang van het begrotingsjaar 2015 voor de weging van het aantal doctoraatsdiploma's de volgende puntengewichten gebruikt:
227
Voor de berekening van het variabele onderzoeksdeel, vermeld in artikel III.22, worden met ingang van het begrotingsjaar 2015 voor de weging van het aantal doctoraatsdiploma's de volgende puntengewichten gebruikt: