Decreet tot wijziging van het decreet van 23 december 2022 over de premie kwalificerend werkplekleren voor ondernemingen en de leerlingenpremie alternerende opleiding
3 artikels gewijzigd
| 1 | De onderneming voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 2 | 1° de vestiging van de onderneming waar de werkplekcomponent wordt uitgevoerd, ligt in het Vlaamse Gewest; | ||
| 3 | 2° de onderneming heeft een overeenkomst met de lerende over de werkplekcomponent van een opleiding als vermeld in artikel 3 van dit decreet; | ||
| 4 | 3° de lerende is gedurende minstens vier maanden in een schooljaar op de werkplek. Het vervullen van die verplichting blijkt uit de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, uit de trimestriële aangifte aan de instelling die belast is met de inning van de sociale zekerheidsbijdragen of uit een verklaring op erewoord van de onderneming; | ||
| 5 | 4° de onderneming wijst binnen de onderneming een mentor aan die de lerende op de werkplek opleidt en begeleidt. De mentor heeft een mentoropleiding gevolgd; | ||
| 6 | 5° de onderneming heeft maximaal twee keer een premie kwalificerend werkplekleren of een stagebonus als vermeld in artikel 58, tweede lid, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, zoals van kracht op 31 augustus 2023, ontvangen voor de lerende. | ||
| 7 | De Vlaamse Regering bepaalt welke elementen de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, 2°, bevat. | ||
| 8 | De Vlaamse Regering bepaalt de berekeningswijze voor de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 3°, de wijze waarop het vervullen van die voorwaarde wordt bewezen en de wijze van aangifte. | ||
| 9 | De Vlaamse Regering kan een uitzondering op de referentieperiode, vermeld in het eerste lid, 3°, bepalen voor opleidingen met een afwijkende organisatievorm. | ||
| 10 | De Vlaamse Regering legt voorwaarden op om de kwaliteit van de mentoropleiding, vermeld in het eerste lid, 4°, te garanderen. |
| 1 | De leerling voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 2 | 1° de leerling heeft zijn hoofdverblijfplaats in het Vlaamse Gewest; | ||
| 3 | 2° de leerling heeft een van de overeenkomsten in het kader van een alternerende opleiding, vermeld in artikel 3 van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleiding; | ||
| 4 | 3° de leerling is gedurende minstens vier maanden in een schooljaar op de werkplek. De vervulling van die verplichting blijkt uit de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of uit de trimestriële aangifte aan de instelling die belast is met de inning van de socialezekerheidsbijdragen; | ||
| 5 | 4° de leerling heeft maximaal twee keer een leerlingenpremie alternerende opleiding of een startbonus als vermeld in artikel 58, eerste lid, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, zoals van kracht op 31 augustus 2023, ontvangen. | ||
| 6 | De Vlaamse Regering bepaalt de berekeningswijze voor de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 3°. | ||
| 7 | De Vlaamse Regering kan een uitzondering op de referentieperiode, vermeld in het eerste lid, 3°, bepalen voor opleidingen met een afwijkende organisatievorm. |
| 1 | De volgende persoonsgegevens worden verwerkt voor de toekenning van de premie kwalificerend werkplekleren voor ondernemingen: | ||
| 2 | 1° de volgende gegevens van de lerende: | ||
| 3 | a) identificatiegegevens, waaronder INSZ-nummer; | ||
| 4 | b) Dimona-gegevens; | ||
| 5 | c) DmfA-gegevens; | ||
| 6 | d) start- en einddatum van de overeenkomst, vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°; | ||
| 7 | e) opleidingsgegevens; | ||
| 8 | 2° de volgende gegevens van de mentor: | ||
| 9 | a) identificatiegegevens, waaronder INSZ-nummer; | ||
| 10 | b) Dimona-gegevens; | ||
| 11 | c) attest van de mentoropleiding; | ||
| 12 | 3° de volgende gegevens van de onderneming: | ||
| 13 | a) identificatiegegevens; | ||
| 14 | b) adres van de vestigingsplaats waar het werkplekleren plaatsvindt; | ||
| 15 | c) e-mailadres; | ||
| 16 | d) bankrekeningnummer. | ||
| 17 | De volgende persoonsgegevens van de lerende worden verwerkt in het kader van statistische doeleinden en rapportering: | ||
| 18 | 1° Dimona-gegevens; | ||
| 19 | 2° DmfA-gegevens; | ||
| 20 | 3° het geslacht; | ||
| 21 | 4° de leeftijd; | ||
| 22 | 5° de hoofdverblijfplaats. | ||
| 23 | De volgende persoonsgegevens worden verwerkt voor de toekenning van de leerlingenpremie alternerende opleiding: | ||
| 24 | 1° de volgende gegevens van de leerling: | ||
| 25 | a) identificatiegegevens, waaronder INSZ-nummer; | ||
| 26 | b) het e-mailadres; | ||
| 27 | c) de hoofdverblijfplaats; | ||
| 28 | d) Dimona-gegevens; | ||
| 29 | e) DmfA-gegevens; | ||
| 30 | f) de start- en einddatum van de overeenkomst, vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°; | ||
| 31 | g) opleidingsgegevens; | ||
| 32 | h) het bankrekeningnummer; | ||
| 33 | 2° de identificatiegegevens van de onderneming. | ||
| 34 | De volgende persoonsgegevens worden verwerkt in het kader van statistische doeleinden en rapportering: | ||
| 35 | 1° de volgende gegevens van de leerling: | ||
| 36 | a) geslacht; | ||
| 37 | b) leeftijd; | ||
| 38 | c) hoofdverblijfplaats; | ||
| 39 | d) paritair comité. | ||
| 40 | 2° de volgende gegevens van de onderneming: de vestigingsplaats waarop het werkplekleren plaatsvindt. | ||
| 41 | De dienst die de Vlaamse Regering aanwijst, vraagt de gegevens, vermeld in het eerste lid, 1°, b), c) en d), en 2°, b), en het derde lid, 1°, d), e) en f), en 2°, op bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. | ||
| 42 | De uitwisselingen van persoonsgegevens vinden plaats met tussenkomst van de bevoegde dienstenintegrator. | ||
| 43 | In het zesde lid wordt verstaan onder dienstenintegrator: de dienstenintegrator, vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator. |