§ flandrepo
8 regels · van kracht sinds 3 mei 2026

Artikel 2.12.3.0.1

§ 1. De belasting op de spelen en weddenschappen wordt geheven op de opbrengst van de spelen en de weddenschappen, met inbegrip van deze die ingezet worden via informatiemaatschappij-instrumenten als vermeld in artikel 2, 10°, van de Kansspelwet van 7 mei 1999.

In het eerste lid wordt verstaan onder opbrengst: het bedrag van de sommen of inleggelden die worden ingezet bij de spelen en weddenschappen in kwestie, verminderd met de winsten die voor die spelen en weddenschappen werkelijk verdeeld zijn. Dat geldt ook voor sommen of inleggelden die worden ingezet in private kringen.

In afwijking van het tweede lid wordt voor de casinospelen de opbrengst gevormd per kansspelinrichting door het verschil tussen het bedrag van de incasso's die vastgesteld worden op het einde van de partijen en het samengevoegde bedrag van de aanvangsvoorschotten en de bijkomende voorschotten, verminderd met de afnemingen tijdens de partijen. Voor de met casinospelen gelijkgestelde automatische ontspanningstoestellen wordt de opbrengst gevormd per kansspelinrichting door het verschil van de sommen die per toestel worden ingezet, verminderd met de winsten die voor dat toestel werkelijk verdeeld zijn.

De opbrengst, vermeld in het derde lid, wordt dagelijks vastgesteld. Het eventuele verlies dat voor een dag wordt vastgesteld, wordt in mindering gebracht van de opbrengst van de volgende dagen.

Voor de toepassing van het eerste lid worden de sommen of inleggelden geacht ingezet te zijn in het Vlaamse Gewest als de spelen of weddenschappen worden ontvangen via een server die in het Vlaamse Gewest gevestigd is of uitgebaat wordt.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, wordt de belasting geheven op:

  1. 1°het bedrag van de sommen of inleggelden die ingezet worden bij spelen of weddenschappen in geval van mediaspelen als vermeld in artikel 1.1.0.0.2, veertiende lid, van deze codex, met uitzondering van mediaspelen via informatiemaatschappij-instrumenten als vermeld in artikel 2, eerste lid, 10°, van de Kansspelwet van 7 mei 1999;
  2. 2°het vermoedelijke bedrag van de sommen of inleggelden die ingezet worden bij spelen of weddenschappen in het geval van een ambtshalve aanslag als vermeld in artikel 2.12.7.0.1.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd