§ flandrepo
10 regels · van kracht sinds 7 mrt 2026

Artikel 73

§1. Als de betrokkene in gebreke blijft bij het betalen van de administratieve geldboete, vermeld in artikel 70, §3, of van de verschuldigde kosten, vermeld in artikel 64, §2/1, vierde lid, en 72, §6 en §7, worden die bedragen, verhoogd met de invorderingskosten, bij dwangbevel ingevorderd. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een of meer statutaire of contractuele personeelsleden die de Vlaamse Regering daarvoor aanwijst.

§2. Het dwangbevel, vermeld in paragraaf 1, wordt aan de schuldenaar bij deurwaardersexploot betekend.

Binnen dertig dagen na de dag waarop de schuldenaar het voormelde dwangbevel heeft ontvangen, kan de schuldenaar verzet aantekenen door het Vlaamse Gewest te laten dagvaarden.

Het verzet, vermeld in het tweede lid, schorst de uitvoering van het voor-melde dwangbevel. Het Vlaamse Gewest kan de rechter verzoeken om de schorsing van de uitvoering van het voormelde dwangbevel op te heffen.

In het kader van het voormelde dwangbevel kan bewarend beslag gelegd worden. Op het voormelde bewarend beslag zijn de bepalingen van titel II van deel V van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing.

Een beroep tegen een dwangbevel als vermeld in paragraaf 1 kan alleen worden ingesteld voor geschillen die in verband met de uitvoering van dat dwangbevel rijzen. De voormelde geschillen worden overeenkomstig artikel 1395 van het Gerechtelijk Wetboek voor de beslagrechter gebracht.

§3. Op grond van het uitvoerbaar verklaarde dwangbevel en tot zekerheid van voldoening van de administratieve geldboete, vermeld in artikel 70, §3, of de kosten, vermeld in artikel 64, §2/1, vierde lid, en 72, §6 en §7, heeft het Vlaamse Gewest een algemeen voorrecht op alle roerende goederen van de schuldenaar en kan ze een wettelijke hypotheek nemen op al de goederen van de schuldenaar die daarvoor vatbaar zijn en die in het Vlaamse Gewest liggen of geregistreerd zijn in het Vlaamse Gewest.

Het voorrecht, vermeld in het eerste lid, neemt de rang in onmiddellijk na de voorrechten, vermeld in artikel 19 en 20 van de Hypotheekwet van 16 december 1851, en artikel 23 van boek II van het Wetboek van Koophandel.

De rang van de wettelijke hypotheek wordt bepaald door de dagtekening van de inschrijving die genomen wordt krachtens het uitvoerbaar verklaarde en betekende dwangbevel.

De hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van het personeelslid, vermeld in paragraaf 1. De inschrijving heeft plaats, niettegenstaande verzet, betwisting of beroep, op voorlegging van een afschrift van het dwangbevel dat eensluidend wordt verklaard door het personeelslid, vermeld in paragraaf 1, en dat de betekening ervan vermeldt.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd