Artikel 21/1
§1. Het gebruik van afzondering en fixatie door het onderwijsinternaat is verboden, behalve onder de in artikel 21/2 en 21/3 omschreven voorwaarden.
Afzondering of fixatie als sanctie, straf of collectieve maatregel zijn te allen tijde verboden.
§2. Als een onderwijsinternaat inschat dat er een reële kans bestaat dat een maatregel inzake afzondering of fixatie genomen moet worden of als een onderwijsinternaat reeds eerder een maatregel inzake afzondering of fixatie heeft moeten nemen, ontwikkelt het onderwijsinternaat een procedure ter bescherming van de betrokken interne of de groep van de betrokken internen. Daarbij ligt de focus op de preventie van afzondering en/of fixatie en voor de afbouw ervan. Deze procedure omvat minstens:
- 1°de preventieve interventies en alternatieven om afzondering en fixatie te vermijden;
- 2°de wijze waarop de ouders zullen worden gecontacteerd als een maatregel inzake afzondering of fixatie genomen wordt;
- 3°algemene afspraken met betrekking tot de nabespreking.
Het onderwijsinternaat betrekt de internen, het personeel en hun ouders om het beleid, vermeld in het eerste lid, te ontwikkelen. Het beleid met betrekking tot afzondering en fixatie wordt opgenomen in het reglement, vermeld in artikel 22.
§3. Binnen het beleid voor de preventie van afzondering en fixatie en voor de afbouw ervan wordt bepaald welke preventieve interventies en alternatieven ingezet worden om afzondering en fixatie in de toekomst te vermijden.