Artikel 22
In afwijking van artikel 211 en 222 van dezelfde codex kan bij een tekort aan onderwijzend personeel het schoolbestuur de specifieke uren-leraar voor de organisatie van het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers, zoals volgend uit artikel 222 van dezelfde codex, omzetten naar punten en aanwenden in ambten van het ondersteunend personeel. De omzetting verloopt conform volgend principe:
- 1°11 uren-leraar = 31,5 punten in het geval van een halftijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste secundair onderwijs;
- 2°22 uren-leraar = 63 punten in het geval van een voltijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste secundair onderwijs;
- 3°11 uren-leraar = 41 punten in het geval van een halftijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste bachelor;
- 4°22 uren-leraar = 82 punten in het geval van een voltijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste bachelor;
- 5°10 uren-leraar = 60 punten in het geval van een halftijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste master;
- 6°20 uren-leraar = 120 punten in het geval van een voltijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste master.
De omzettingen, vermeld in het eerste lid, kunnen telkens gebeuren vanaf 1 oktober van het lopende schooljaar en gelden voor de duur van het lopende schooljaar. In afwijking hiervan eindigt een omzetting van uren-leraar als het personeelslid dat aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd opgericht in een ambt van het ondersteunend personeel, tijdens het schooljaar vrijwillig ontslag neemt volgens artikel 25 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of volgens artikel 26 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. In dit geval eindigt de omzetting voor het overeenkomend deel van de uren-leraar vanaf het ogenblik dat het ontslag ingaat.
De punten die verkregen worden door de omzetting, vermeld in het eerste lid, worden maximaal op de klasvloer aangewend ter ondersteuning van de anderstalige nieuwkomers.
De criteria om het tekort aan onderwijzend personeel te bepalen en de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel, vermeld in het eerste lid, worden vastgelegd na onderhandeling in het bevoegde lokaal comité.
De betrekkingen die opgericht worden in ambten van het ondersteunend personeel, vermeld in het eerste lid, komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.