Artikel 21
Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek wordt een buitenlandse onderdaan gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 300 tot 3000 euro, of met een van die straffen alleen, als hij in strijd met de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan:
- 1°een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent zonder in het bezit te zijn van een beroepskaart;
- 2°een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent zonder de grenzen of de voorwaarden van de beroepskaart te respecteren;
- 3°een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent niettegenstaande de staking van de bedrijvigheid is gelast of de sluiting van de zaak is bevolen.