§ flandrepo
32 regels · van kracht sinds 30 jul 2020

Artikel 3

§ 1. In dit decreet wordt verstaan onder:

  1. 1°gereglementeerd beroep: een beroepswerkzaamheid of een geheel van beroepswerkzaamheden waartoe de toegang of waarvan de uitoefening of een van de wijzen van uitoefening krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen direct of indirect afhankelijk wordt gesteld van het bezit van bepaalde beroepskwalificaties, namelijk het voeren van een beroepstitel die door wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen beperkt is tot personen die een specifieke beroepskwalificatie bezitten, geldt als een wijze van uitoefening. Als de voormelde definitie niet van toepassing is, wordt het beroep, vermeld in paragraaf 2, met een gereglementeerd beroep gelijkgesteld;
  2. 2°beroepskwalificaties: de kwalificaties die worden gestaafd door een opleidingstitel, een bekwaamheidsattest als vermeld in artikel 22, 1°, a), of beroepservaring;
  3. 3°opleidingstitel: een diploma dat, een certificaat dat of een andere titel die door een volgens de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van een lidstaat aangewezen autoriteit is afgegeven ter afsluiting van een overwegend in de Europese Unie gevolgde beroepsopleiding. Als de voormelde definitie niet van toepassing is, wordt de opleidingstitel, vermeld in paragraaf 3, met een opleidingstitel gelijkgesteld;
  4. 4°bevoegde autoriteit: elke door de lidstaten gemachtigde autoriteit of instelling die bevoegd is bewijsstukken van een opleiding en andere documenten of informatie af te geven, respectievelijk aan te nemen, alsook aanvragen te ontvangen en besluiten te nemen als vermeld in dit decreet;
  5. 5°gereglementeerde opleiding: elke opleiding die specifiek op de uitoefening van een bepaald beroep gericht is en die uit een studiecyclus bestaat die eventueel met een beroepsopleiding, een beroepsstage of praktijkervaring wordt aangevuld. De structuur en het niveau van de beroepsopleiding, de beroepsstage of de praktijkervaring worden in wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaat in kwestie vastgesteld of door een daarvoor aangewezen autoriteit gecontroleerd of erkend;
  6. 6°beroepservaring: de daadwerkelijke en geoorloofde voltijdse of gelijkwaardige deeltijdse uitoefening van het beroep in kwestie in een lidstaat;
  7. 7°aanpassingsstage: de uitoefening van een gereglementeerd beroep in het Vlaamse Gewest onder verantwoordelijkheid van een gekwalificeerde beoefenaar van het beroep in kwestie, eventueel gekoppeld aan een aanvullende opleiding. De stage wordt beoordeeld. De nadere regels voor de aanpassingsstage en de beoordeling, alsook de status van de migrerende stagiair worden door de bevoegde Vlaamse autoriteit vastgesteld;
  8. 8°proeve van bekwaamheid: een controle van de beroepskennis, -vaardigheden en -competenties van de aanvrager, die door de bevoegde Vlaamse autoriteiten wordt verricht of erkend en die tot doel heeft te beoordelen of de aanvrager de bekwaamheid bezit om in het Vlaamse Gewest een gereglementeerd beroep uit te oefenen. Voor deze controle stellen de bevoegde Vlaamse autoriteiten op basis van een vergelijking tussen de in het Vlaamse Gewest vereiste opleiding en de opleiding die de aanvrager heeft gevolgd, een lijst op van de vakgebieden die niet bestreken worden door het diploma of de andere opleidingstitel(s) waarover de aanvrager beschikt. Bij de proeve van bekwaamheid wordt in aanmerking genomen dat de aanvrager in de lidstaat van oorsprong of herkomst een gekwalificeerde beroepsbeoefenaar is. De proef heeft betrekking op de vakgebieden die moeten worden gekozen uit die welke op de lijst staan en waarvan de kennis een wezenlijke voorwaarde is om het beroep in kwestie in het Vlaamse Gewest te kunnen uitoefenen. Deze proef kan ook betrekking hebben op de kennis van de deontologie die in het Vlaamse Gewest op de activiteiten in kwestie van toepassing is. De nadere regelingen voor de proeve van bekwaamheid, alsook de status die de aanvrager die zich op de proeve van bekwaamheid in het Vlaamse Gewest wil voorbereiden in het Vlaamse Gewest heeft, worden vastgesteld door de bevoegde Vlaamse autoriteiten;
  9. 9°bedrijfsleider: eenieder die in een onderneming van de bedrijfstak in kwestie een van de volgende functies uitgeoefend heeft:
  10. a)bedrijfsleider of leider van een filiaal van een onderneming;
  11. b)plaatsvervanger van de ondernemer of van de bedrijfsleider als die functie, wat verantwoordelijkheid betreft, met die van de vertegenwoordigde ondernemer of bedrijfsleider overeenstemt;
  12. c)lid van het leidinggevend personeel, belast met commerciële of technische taken en verantwoordelijk voor een of meer afdelingen van de onderneming;
  13. 10°bevoegde Vlaamse autoriteit: de autoriteit of instelling die in het Vlaamse Gewest bevoegd is bewijsstukken van opleiding en andere documenten of informatie af te geven, respectievelijk aan te nemen, alsook aanvragen te ontvangen en besluiten te nemen als vermeld in dit decreet;
  14. 11°richtlijn: Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties;
  15. 12°lidstaat: lidstaat van de Europese Unie, alsook de andere staten waarop de richtlijn van toepassing is;
  16. 13°lidstaat van oorsprong: een andere lidstaat of andere lidstaten waar de aanvrager zijn beroepskwalificaties heeft verworven;
  17. 14°lidstaat van vestiging: de lidstaat waar de dienstverrichter op wettige wijze is gevestigd;
  18. 15°derde land: een staat waarop de richtlijn niet van toepassing is;
  19. 16°aanvrager: de onderdaan van een lidstaat die zijn beroepskwalificaties in een andere lidstaat dan België heeft verkregen, of de onderdaan van een derde land die op basis van een andere richtlijn onder het toepassingsgebied van de richtlijn valt, en die de erkenning van zijn beroepskwalificaties vraagt met het oog op de uitoefening van een gereglementeerd beroep in het Vlaamse Gewest;
  20. 17°beroepsstage: een periode van beroepsuitoefening onder toezicht als dat een voorwaarde voor de toegang tot een gereglementeerd beroep vormt, die kan plaatsvinden tijdens of na afloop van een opleiding die leidt tot een diploma;
  21. 18°Europese beroepskaart: een elektronisch certificaat dat wordt afgegeven om te bewijzen dat de beroepsbeoefenaar aan alle noodzakelijke voorwaarden voldoet om tijdelijk en incidenteel diensten te verrichten in een ontvangende lidstaat of om te bewijzen dat de beroepskwalificaties met het oog op vestiging in een ontvangende lidstaat erkend zijn;
  22. 19°een leven lang leren: alle vormen van algemeen onderwijs, beroepsonderwijs en beroepsopleidingen, niet-formeel onderwijs en informeel leren die gedurende het hele leven plaatsvinden en die tot meer kennis, vaardigheden en competenties leiden, eventueel ook op het gebied van de beroepsethiek;
  23. 20°Europees systeem voor de overdracht van studiepunten of ECTS-studiepunten: het in het Europese hogeronderwijsstelsel gangbare studiepuntenoverdrachtsysteem;
  24. 21°IMI: het informatiesysteem van de interne markt, vermeld in Verordening (EU) nr. 1024/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende de administratieve samenwerking via het informatiesysteem interne markt en tot intrekking van beschikking 2008/49/EG van de Commissie;
  25. 22°beschermde beroepstitel: een vorm van reglementering van een beroep waarbij het voeren van een titel in het kader van een beroepsactiviteit of een geheel van beroepsactiviteiten op grond van wettelijke, verordenende of bestuursrechtelijke bepalingen direct of indirect afhankelijk wordt gesteld van het bezit van een specifieke beroepskwalificatie en waarbij het onterecht voeren van die titel aanleiding geeft tot sancties;
  26. 23°voorbehouden activiteiten: een vorm van reglementering van een beroep waarbij de toegang tot een beroepsactiviteit of een geheel van beroepsactiviteiten op grond van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen direct of indirect voorbehouden is aan de beoefenaars van een gereglementeerd beroep die een specifieke beroepskwalificatie bezitten, ook als de activiteit wordt gedeeld met andere gereglementeerde beroepen;
  27. 24°bepalingen voor de reglementering van een beroep: elke wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling die de toegang tot of de uitoefening, dan wel een van de wijzen van uitoefening, van een gereglementeerd beroep beperkt, met inbegrip van het voeren van beroepstitels en de beroepsactiviteiten die een dergelijke titel toelaten, en die binnen het toepassingsgebied valt van dit decreet en van de regelgeving onder het toepassingsgebied van de richtlijn;
  28. 25°Vlaamse instantie: de Vlaamse overheid, vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, of elke andere instantie die bevoegd is om krachtens de wetgeving of de reglementering bepalingen voor de reglementering van een beroep aan te nemen in het Vlaamse Gewest.

§ 2. Met een gereglementeerd beroep wordt gelijkgesteld een beroep dat door de leden van een van de verenigingen of organisaties, vermeld in bijlage 1, die bij dit decreet is gevoegd, wordt uitgeoefend.

De verenigingen of organisaties, vermeld in het eerste lid, hebben tot doel een hoog niveau in het beroepsgebied in kwestie te bevorderen en te handhaven. Ze genieten een specifieke erkenning door een lidstaat, geven aan hun leden een opleidingstitel af, onderwerpen hun leden aan beroepsregels die ze uitvaardigen, en geven hun het recht op een titel, afkorting of status die met de opleidingstitel overeenstemt.

§ 3. Met een opleidingstitel wordt gelijkgesteld elke opleidingstitel die afgegeven is in een derde land, als de houder ervan in het beroep in kwestie een beroepservaring van drie jaar heeft op het grondgebied van de lidstaat die de opleidingstitel in kwestie heeft erkend en als die lidstaat de beroepservaring bevestigt.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd