Artikel 20
Als de dienst wordt verricht onder de beroepstitel van de lidstaat van vestiging of onder de opleidingstitel van de dienstverrichter, kunnen de bevoegde Vlaamse autoriteiten eisen dat de dienstverrichter, in aanvulling op de overige informatievoorschriften van het Unierecht, aan de afnemer van de dienst een van de volgende gegevens of al de volgende gegevens verstrekt:
- 1°het register waar hij is ingeschreven en zijn inschrijvingsnummer, of een vergelijkbaar middel ter identificatie in dat register als de dienstverrichter in een handelsregister of een vergelijkbaar openbaar register is ingeschreven;
- 2°de naam en het adres van de bevoegde toezichthoudende instantie als voor de uitoefening van de werkzaamheid in kwestie in de lidstaat van vestiging een vergunning vereist is;
- 3°de beroepsordes of soortgelijke organisaties waarbij de dienstverrichter is aangesloten;
- 4°de beroepstitel of, als een dergelijke titel niet bestaat, de opleidingstitel van de dienstverrichter en de lidstaat waar die is verleend;
- 5°het identificatienummer, vermeld in artikel 50 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, ingevolge artikel 22, lid 1, van de zesde richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag als de dienstverrichter een onder de btw vallende werkzaamheid uitoefent;
- 6°de gegevens over de verzekeringsdekking of de soortgelijke individuele of collectieve vormen van bescherming voor beroepsaansprakelijkheid.