§ flandrepo
24 regels · van kracht sinds 10 jun 2021

Artikel 18

§ 1. De bevoegde Vlaamse autoriteit kan eisen dat de dienstverrichter, als hij zich voor het eerst van een andere lidstaat naar het Vlaamse Gewest begeeft om er diensten te verrichten, haar vooraf met een schriftelijke verklaring, met daarin de gegevens over de verzekeringsdekking of de soortgelijke individuele of collectieve vormen van bescherming voor beroepsaansprakelijkheid, op de hoogte brengt. Die verklaring wordt eenmaal per jaar verlengd als de dienstverrichter de bedoeling heeft om gedurende dat jaar in het Vlaamse Gewest tijdelijke of incidentele diensten te verrichten. De dienstverrichter mag de verklaring met alle middelen aanleveren.

§ 2. Voor de eerste dienstverrichting of als zich een wezenlijke verandering heeft voorgedaan in de door de documenten gestaafde situatie, kan de bevoegde Vlaamse autoriteit eisen dat de volgende documenten bij de verklaring gevoegd zijn:

  1. 1°een bewijs van de nationaliteit van de dienstverrichter;
  2. 2°een attest dat de houder ervan rechtmatig in een lidstaat gevestigd is om er de werkzaamheden in kwestie uit te oefenen, en dat hem op het moment van afgifte van het attest geen beroepsuitoefeningsverbod is opgelegd, ook al is het maar tijdelijk;
  3. 3°een bewijs van beroepskwalificaties;
  4. 4°een bewijs dat de dienstverrichter de werkzaamheden in kwestie in de tien voorafgaande jaren gedurende ten minste een jaar heeft uitgeoefend, voor de gevallen, vermeld in artikel 16, eerste lid, 2° ;
  5. 5°voor beroepen in de veiligheidssector en de gezondheidssector en voor beroepen in de onderwijssector waar met minderjarigen wordt gewerkt, inclusief kinderopvang en het voor- en vroegschoolse onderwijs, een verklaring waarin wordt bevestigd dat de desbetreffende persoon geen tijdelijk of permanent beroepsverbod heeft of niet strafrechtelijk is veroordeeld, als de bevoegde Vlaamse autoriteit dat ook eist van de personen die hun beroepskwalificaties in het Vlaamse Gewest hebben verworven;
  6. 6°voor beroepen met patiëntveiligheidsimplicaties, een verklaring over de kennis van de taal die voor de uitoefening van het beroep van de aanvrager in de ontvangende lidstaat noodzakelijk is;
  7. 7°voor beroepen betreffende de werkzaamheden, vermeld in bijlage 2, die bij dit decreet is gevoegd, en die door een lidstaat overeenkomstig artikel 59, lid 2, van de richtlijn, zijn aangemeld, een certificaat over de aard en de duur van de activiteit, afgegeven door de bevoegde autoriteit of instantie van de lidstaat waar de dienstverrichter is gevestigd.

§ 3. De indiening van een vereiste verklaring door de dienstverrichter conform paragraaf 1 geeft die dienstverrichter recht op toegang tot de beoogde dienstenactiviteit of recht om die activiteit uit te oefenen op het hele grondgebied van het Vlaamse Gewest.

§ 4. De dienst wordt verricht onder de beroepstitel van de lidstaat van vestiging, als voor de beroepswerkzaamheid in kwestie in die lidstaat een dergelijke titel bestaat. De titel wordt vermeld in de officiële taal of in een van de officiële talen van de lidstaat van vestiging om verwarring met de in het Vlaamse Gewest gehanteerde beroepstitel te vermijden.

Als de betrokken beroepstitel in de lidstaat van vestiging niet bestaat, vermeldt de dienstverrichter zijn opleidingstitel in de officiële taal of in een van de officiële talen van die lidstaat.

§ 5. In geval van gereglementeerde beroepen met implicaties voor de volksgezondheid of de openbare veiligheid waarop de automatische erkenning op basis van artikel 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33 en 34 niet van toepassing is, kan de bevoegde Vlaamse autoriteit vóór de eerste dienstverrichting de beroepskwalificaties van de dienstverrichter controleren.

Een controle vooraf als vermeld in het eerste lid, is alleen mogelijk als de controle bedoeld is om ernstige schade voor de gezondheid of de veiligheid van de afnemer van de dienstverrichting ingevolge een ontoereikende beroepskwalificatie van de dienstverrichter te voorkomen en als de controle niet meer omvat dan voor dat doel noodzakelijk is.

Binnen een termijn van ten hoogste een maand na de ontvangst van de verklaring en de begeleidende documenten, vermeld in paragraaf 1 en 2, brengt de bevoegde Vlaamse autoriteit de dienstverrichter op de hoogte van zijn beslissing om:

  1. 1°zijn beroepskwalificaties niet te controleren;
  2. 2°na de controle van zijn beroepskwalificaties:
  3. a)het afleggen van een proeve van bekwaamheid te eisen van de dienstverrichter;
  4. b)het verrichten van de diensten toe te staan.

Als er zich problemen voordoen die een vertraging veroorzaken bij het nemen van een besluit met toepassing van het derde lid, brengt de bevoegde Vlaamse autoriteit de dienstverrichter binnen de termijn, vermeld in het derde lid, op de hoogte van de reden van de vertraging. Het probleem wordt voor het einde van de eerste maand na de voormelde kennisgeving opgelost en het besluit wordt vastgesteld binnen twee maanden nadat het probleem is opgelost.

Als de beroepskwalificaties van de dienstverrichter wezenlijk verschillen van de in het Vlaamse Gewest vereiste opleiding, zodat het verschil de volksgezondheid of de openbare veiligheid schaadt, en als de dienstverrichter dat niet kan compenseren door beroepservaring of door in het kader van een leven lang leren verworven kennis, vaardigheden of competenties die formeel zijn gevalideerd door een daarvoor bevoegde instantie, biedt de bevoegde Vlaamse autoriteit de dienstverrichter de mogelijkheid om in het bijzonder met een proeve van bekwaamheid te bewijzen dat hij de ontbrekende kennis, vaardigheden of competenties heeft verworven. De bevoegde Vlaamse autoriteit neemt op basis daarvan een besluit over het toestaan van het verrichten van de diensten. De dienstverrichting vindt in ieder geval plaats in de maand nadat het overeenkomstig het derde lid genomen besluit is uitgevoerd.

Als de bevoegde Vlaamse autoriteit binnen de termijnen, vermeld in het derde en vierde lid, niet reageert, kan de dienst worden verricht.

In de gevallen waarin de kwalificaties overeenkomstig deze paragraaf zijn geverifieerd, wordt de dienst verricht onder de in het Vlaamse Gewest gehanteerde beroepstitel.

§ 6. De dienstverrichter die al een schriftelijke verklaring heeft afgelegd bij de bevoegde autoriteit van een andere gewest of gemeenschap van België moet de in paragraaf 1 genoemde schriftelijke verklaring niet opnieuw bezorgen aan de Vlaamse bevoegde autoriteit.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd