Artikel 89
Voor de subsidies, forfaits en tegemoetkomingen die opgenomen zijn in de volgende wettelijke bepalingen of hun uitvoeringsbesluiten en die voorzien in een koppeling aan een prijsindex, moet altijd de afgevlakte gezondheidsindex in aanmerking worden genomen:
- 1°hoofdstuk IV, afdeling 5, artikelen 99 tot en met 107bis, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen;
- 2°artikel 13, 41bis, 48, 85 en 87 van het Bosdecreet van 13 juni 1990, ingevoegd bij het decreet van 15 mei 1999 en gewijzigd bij de decreten van 30 april 2004 en 7 december 2007;
- 3°artikel 3ter van het Onderwijsdecreet II van 31 juli 1990;
- 4°artikel 11 tot en met 16 van het decreet van 29 april 1991 tot vaststelling van de algemene regelen inzake de erkenning en de subsidiëring van de milieu- en natuurverenigingen, gewijzigd bij decreten van 30 april 2004 en 21 december 2014;
- 5°artikel 4 van het decreet van 26 juni 1991 betreffende de erkenning en subsidiëring van het maatschappelijk opbouwwerk;
- 6°artikel 27 van het decreet van 1 december 1993 inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken;
- 7°artikel 22, 6°, 23, § 3bis, 34, eerste lid, 13°, 35, § 3, 37, § 12 en § 20, 47, 56, § 2, eerste lid, 3°, en 56, § 3, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995, 22 februari 1998, 24 december 1999, 10 augustus 2001, 17 december 2004, 27 december 2005, 24 juli 2008, 19 december 2008, 22 december 2008, 10 december 2009 en 27 december 2012;
- 8°artikel 10bis en artikel 10ter van het decreet van 24 juli 1996 houdende regeling tot erkenning en subsidiëring van de instellingen voor schuldbemiddeling en tot subsidiëring van een Vlaams Centrum Schuldenlast, gewijzigd bij de decreten van 28 april 2006, 10 juli 2008 en 21 juni 2013;
- 9°artikel 91 en artikel 169 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;
- 10°artikel 4.56, 4.70 en 4.74 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
- 11°artikel 13, 36, 44 en 51 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, gewijzigd bij de decreten van 19 juli 2002, 30 april 2004, 7 december 2007, 1 maart 2013, 28 maart 2014 en 9 mei 2014;
- 12°het decreet van 28 april 1998 betreffende het Vlaamse integratiebeleid, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009 en 6 juli 2012;
- 13°artikel 29bis en 29ter van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, artikel 29bis, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, en artikel 29ter, ingevoegd bij het decreet van 24 december 2004;
- 14°artikel 17, eerste lid, 3°, en derde lid, van het decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering, gewijzigd bij het decreet van 18 mei 2001 en 24 juni 2005;
- 15°artikel 26 van het decreet van 18 mei 1999 betreffende de geestelijke gezondheidszorg, gewijzigd bij het decreet van 25 november 2005;
- 16°artikel 18 van het decreet van 8 december 2000 houdende diverse bepalingen;
- 17°artikel 12 van het decreet van 22 december 2000 betreffende de amateurkunsten;
- 18°artikel 57, 59, 59ter en 67bis van de programmawet van 2 januari 2001, gewijzigd bij de wetten van 24 december 2002, 23 december 2005 en 27 december 2006;
- 19°artikel 43, § 7, 50, § 4, 53, 54, 55 en 56 van het decreet van 13 juli 2001 houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding;
- 20°artikel 4 van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, gewijzigd bij de wetten van 17 juni 2009 en 22 juni 2012;
- 21°artikel 65 tot en met 71 van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, gewijzigd bij het decreet van 20 december 2002;
- 22°artikel X.5 van het Onderwijsdecreet XIV van 14 februari 2003;
- 23°artikel 10, 14, 17 en 18/1 van het decreet van 21 maart 2003 betreffende de armoedebestrijding, gewijzigd bij decreet van 18 juli 2008 en 20 december 2013;
- 24°artikel 47 van het decreet van 4 april 2003 betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk;
- 25°artikel 8, 10, 12 en 18 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende de verblijven en verenigingen die een werking uitoefenen in het kader van Toerisme voor Allen;
- 26°artikel 16, 20, § 2, 21, § 3, 23, § 1 en § 3, 26, 28, § 1 en § 3, 75bis, § 3, vierde lid, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, gewijzigd bij decreet van 20 maart 2009;
- 27°artikel 6bis, 7, § 4, 8, § 1 en § 3, 14, vierde lid, 15bis, eerste en vierde lid, van het decreet van 3 maart 2004 betreffende de eerstelijnsgezondheidszorg en de samenwerking tussen de zorgaanbieders, gewijzigd bij decreten van 3 maart 2009, 20 maart 2009 en 21 juni 2013;
- 28°artikel 12 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin;
- 29°artikel 26 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp, gewijzigd bij het decreet van 29 juni 2012;
- 30°artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de toepassing van intersectorale akkoorden voor organisaties ressorterend onder het paritair comité voor de sociaal-culturele sector;
- 31°artikel 11 van het decreet van 7 mei 2004 houdende aanvullende subsidies voor tewerkstelling in de culturele sector;
- 32°artikel 10 tot en met 10/2 van het decreet van 7 mei 2004 houdende omvorming van de v.z.w. ``de Rand'' tot een privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap en houdende vaststelling van de bevoegdheden van de provincie Vlaams-Brabant inzake de ondersteuning van de Vlaamse Rand;
- 33°artikel 8, 17, 18 en 19 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, gewijzigd bij de decreten van 22 december 2006, 20 maart 2009, 21 juni 2013 en 25 april 2014;
- 34°artikel 6, § 4, van het decreet van 5 mei 2006 houdende de erkenning van de Vlaamse Gebarentaal;
- 35°artikel 32 van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum;
- 36°artikel 63 van het decreet van 22 december 2006 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2007;
- 37°decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;
- 38°artikel 43 van het Participatiedecreet van 18 januari 2008;
- 39°artikel 52 van het decreet van 7 maart 2008 inzake bijzondere jeugdbijstand;
- 40°het decreet van 23 mei 2008 betreffende een inhaalbeweging in sportinfrastructuur via alternatieve financiering;
- 41°artikel 95, 96, 105 en 170 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008 en gewijzigd bij de wet van 10 april 2014;
- 42°artikel 32, § 3, tweede lid, 65 en 66/30, § 3, tweede lid, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het beheer en de uitbating van de regionale luchthavens Oostende-Brugge, Kortrijk-Wevelgem en Antwerpen, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009;
- 43°artikel 25 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het toeristische logies;
- 44°artikel 29 van het Circusdecreet van 21 november 2008;
- 45°decreet hogere zeevaartschool van 20 februari 2009;
- 46°artikel 60, 62, 64, 68 en 69 van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009, gewijzigd bij het decreet van 21 juni 2013;
- 47°artikel 4 van het decreet van 20 maart 2009 houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
- 48°artikel 26/10, § 2, en 26/11, van het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid, ingevoegd bij het decreet van 10 februari 2012;
- 49°artikel 10 van het decreet van 3 april 2009 betreffende het georganiseerde vrijwilligerswerk in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
- 50°artikel 3 van het decreet van 3 april 2009 houdende de toekenning voor de uitbouw, de coördinatie en de promotie van het sportaanbod van de studentenvoorzieningen van de Vlaamse universiteiten en hogescholen en de erkenning en subsidiëring van een Vlaamse overkoepelende studentensportvereniging;
- 51°artikel 17 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende het algemeen welzijnswerk, gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2012;
- 52°decreet van 8 mei 2009 betreffende kwaliteit van onderwijs;
- 53°artikel 6 van het decreet van 14 december 2009 houdende de organisatie en werking van de regionale technologische centra;
- 54°artikel 10 van het decreet van 19 november 2010 tot oprichting van een Vlaams communicatiehuis in Brussel onder de vorm van het extern verzelfstandigd agentschap Muntpunt vzw;
- 55°artikel 5 van het decreet van 15 juli 2011 houdende de erkenning van en de subsidieregeling voor het Memoriaal van de Vlaamse Ontvoogding en Vrede;
- 56°artikel 2, 8, § 7, 13, § 3, en 20, van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid;
- 57°artikel 9, 13 en 19 van het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen;
- 58°artikel 7 en 12 van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters;
- 59°artikel 49 en 73 van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014;
- 60°artikel 13 en 19, § 3, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg;
- 61°artikel 51 van het decreet van 6 juli 2012 betreffende het Lokaal Cultuurbeleid;
- 62°artikel 182 en 185 van het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012;
- 63°artikel 2, 3°, en 8, van het decreet van 6 juli 2012 houdende subsidiëring van hostels, jeugdverblijfcentra, ondersteuningsstructuren en de vzw Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme;
- 64°artikel 3 van het decreet van 6 juli 2012 houdende het stimuleren en subsidiëren van een lokaal sportbeleid;
- 65°artikel 8 van het decreet van 7 december 2012 houdende de stimulering van een inclusief Vlaams ouderenbeleid en de beleidsparticipatie van ouderen;
- 66°artikel 6 van het decreet van 21 december 2012 tot compensatie van de openbaredienstverplichting tot het vervoer van personen met een handicap of een ernstig beperkte mobiliteit;
- 67°artikel 14 van het decreet van 21 juni 2013 houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
- 68°artikel 22, 26, § 1, 28, 42, § 2, 67 en 68, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
- 69°artikel 16, 20 en 59 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling;
- 70°artikel 3 van het decreet van 8 november 2013 houdende het stimuleren, het coördineren en het subsidiëren van de tewerkstelling in de sportsector;
- 71°Codex Hoger Onderwijs, gecodificeerd op 11 oktober 2013;
- 72°artikel 25 en 42 van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie;
- 73°artikel 14, § 2, van het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning;
- 74°artikel 25 van het Kunstendecreet van 13 december 2013, gewijzigd bij decreet van 18 mei 2015;
- 75°het decreet van 20 december 2013 inzake gezond en ethisch sporten;
- 76°het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting;
- 77°artikel 10 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
- 78°artikel 12, § 3, van het decreet van 14 juli 1998 inzake sociale werkplaatsen.
Voor alle overeenkomsten en akkoorden gesloten ter uitvoering van de bepalingen, vermeld in het eerste lid, die voorzien in een koppeling aan de prijsindex, moet ook altijd de afgevlakte gezondheidsindex in aanmerking worden genomen.
De afgevlakte gezondheidsindex moet berekend en toegepast worden overeenkomstig artikel 2 tot en met 2quater van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.
De toepassing van het eerste tot en met het derde lid mag niet leiden tot een nominale vermindering van de subsidies, forfaits en tegemoetkomingen, vermeld in het eerste lid, in de periode van 1 april tot aan de referentiemaand, vermeld in artikel 2, § 4, van het voormelde koninklijk besluit.