Artikel 3/1
§ 1. Als de Hogere Zeevaartschool voor de eerste keer een graduaatsopleiding aanbiedt in het academiejaar t-2/t-1, dan wordt vanaf het begrotingsjaar t een variabel onderwijsdeel voor de graduaatsopleidingen VOWhbo toegevoegd aan de werkingsuitkering, vermeld in artikel 2, § 2, eerste lid.
§ 2. In het begrotingsjaar t is het bedrag van VOWhbo, vermeld in paragraaf 1, gelijk aan het aantal opgenomen studiepunten in de graduaatsopleidingen aangeboden door de Hogere Zeevaartschool in het academiejaar t-2/t-1, vermenigvuldigd met een gemiddeld bedrag per opgenomen studiepunt voor een graduaatsopleiding.
De Vlaamse Regering legt het gemiddelde bedrag, vermeld in het eerste lid, vast. De Vlaamse Regering baseert zich daarvoor op :
- 1°het totale aantal opgenomen studiepunten in de graduaatsopleidingen waarvoor studenten onder diplomacontract zich hebben ingeschreven in de hogescholen, vermeld in artikel II.3 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, met uitzondering van de Hogere Zeevaartschool, in het academiejaar t-2/t-1;
- 2°de som van de werkingsmiddelen die de hogescholen, vermeld in artikel II.3 van de Codex Hoger Onderwijs, ontvangen voor de graduaatsopleidingen in het begrotingsjaar t.
Voor de begrotingsjaren t+1 tot en met t+3 wordt het bedrag van VOWhbo, vermeld in paragraaf 1, cumulatief vermenigvuldigd met het volgende percentage :
- 1°voor het begrotingsjaar t+1 : het percentage van de evolutie tussen het aantal opgenomen studiepunten in de graduaatsopleidingen van het academiejaar t-1/t en het aantal opgenomen studiepunten van het academiejaar t-2/t-1 in de Hogere Zeevaartschool;
- 2°voor het begrotingsjaar t+2 : het percentage van de evolutie tussen het aantal opgenomen studiepunten in de graduaatsopleidingen van het academiejaar t/t+1 en het aantal opgenomen studiepunten van het academiejaar t-1/t in de Hogere Zeevaartschool;
- 3°voor het begrotingsjaar t+3 : het percentage van de evolutie tussen het aantal opgenomen studiepunten in de graduaatsopleidingen van het academiejaar t+1/t+2 en het aantal opgenomen studiepunten van het academiejaar t/t+1 in de Hogere Zeevaartschool.
§ 3. Vanaf het begrotingsjaar t+4 evolueert het bedrag voor het variabel onderwijsdeel VOWhbo, dat is berekend op de wijze, vermeld in paragraaf 2, derde lid, 3°, conform artikel 3, § 1, eerste lid.
Voor de vaststelling van het aantal opgenomen studiepunten in het variabele onderwijsdeel VOWhbo voor het begrotingsjaar x, waarbij x gelijk is aan of groter dan t+4, wordt het gemiddelde aantal opgenomen studiepunten in aanmerking genomen over de academiejaren x-5/x-4 tot en met x-3/x-2 waarvoor studenten onder diplomacontract zich ingeschreven hebben voor een graduaatsopleiding.
De eerste referentiepunten voor het variabele onderwijsdeel VOWhbo zijn gelijk aan het gemiddelde aantal opgenomen studiepunten in de academiejaren t-2/t-1 tot en met t/t+1 in de graduaatsopleidingen, vastgesteld conform het tweede lid.
Bij elke daling of stijging van het aantal opgenomen studiepunten met 2 % of meer in het variabele onderwijsdeel VOWhbo worden er nieuwe referentiepunten vastgelegd. De nieuwe referentiepunten zijn gelijk aan de vorige referentiepunten plus of min 2 %.