§ flandrepo
17 regels · van kracht sinds 1 sep 2024

Artikel 134/2

Voor de organisatie van een 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt kan een school samenwerken met:

  1. 1°een of meer andere scholen voor secundair onderwijs, centra voor volwassenenonderwijs of hogescholen;
  2. 2°een of meer publieke verstrekkers van beroepsopleidingen voor volwassenen;
  3. 3°andere organisaties of bedrijven uit de publieke of private sector.

Bij de organisatie van een structuuronderdeel van de derde graad en uitsluitend voor die leerling die dreigt ongekwalificeerd uit te stromen én waarvoor de school reeds schoolinterne trajecten doorliep die niet het verhoopte resultaat hebben, kan in die uitzonderlijke gevallen voor het realiseren van een bijzonder kwalificerend onderwijstraject een school samenwerken met:

  1. 1°een of meer andere scholen voor secundair onderwijs of centra voor volwassenenonderwijs;
  2. 2°een of meer publieke verstrekkers van beroepsopleidingen voor volwassenen; 3° andere organisaties of bedrijven uit de publieke of private sector.

Dat onderwijstraject is een individueel traject op basis van de onderwijsbehoeften van de leerling die worden vastgesteld door de klassenraad. De klassenraad kan een bijzonder kwalificerend onderwijstraject voorstellen, waarbij na akkoord van het CLB en na instemming van de ouders van de leerling, de school het traject uitwerkt met een of meerdere partners. Na aanvaarding door de samenwerkende partner van het traject wordt dit opgestart. Het onderwijstraject wordt op regelmatige tijdstippen door de klassenraad in samenspraak met de betrokken personen, het CLB en de partners van het samenwerkingsverband geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd.

Binnen het samenwerkingsverband is de eerst vermelde school altijd de coördinerende school. Alleen die school is bevoegd en verantwoordelijk voor de inschrijving van leerlingen, de programmatie, de evaluatie, de studiebekrachtiging en de kwaliteitszorg. Op het vlak van financiering of subsidiëring zijn de decretale en regelgevende bepalingen alleen van toepassing op de coördinerende school.

De samenwerking wordt vastgelegd in een overeenkomst die ten minste de volgende elementen bevat:

  1. 1°de partners waarmee wordt samengewerkt;
  2. 2°de coördinerende school;
  3. 3°de invulling van de samenwerking;
  4. 4°de looptijd van de samenwerking;
  5. 5°de afspraken over de evaluatie en de kwaliteitszorg;
  6. 6°de afspraken over de inzet van personeel. Het protocol van de onderhandelingen daarover in de lokale comités wordt als bijlage bij de samenwerkingsovereenkomst gevoegd.

Een coördinerende school kan, na onderhandeling in het lokale comité, uren-leraar overdragen aan een partner waarmee ze samenwerkt. Tenzij die overdracht plaatsvindt naar een andere school voor secundair onderwijs of naar een centrum voor volwassenenonderwijs, worden de uren-leraar in kwestie beschouwd als uren-leraar die aangewend worden voor gastleraren.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd