Artikel II.397
§ 1. Voor de organisatie van de opleidingen Verpleegkunde en Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs wordt een samenwerkingsverband opgericht tussen één hogeschool, met onderwijsbevoegdheid voor de bacheloropleiding Verpleegkunde, en een of meer scholen van het voltijds secundair onderwijs.
§ 2. Elke onderwijsinstelling kan maar participeren in één samenwerkingsverband. Binnen het samenwerkingsverband wordt afgesproken welke onderwijsinstelling de inhoudelijke coördinatie op zich neemt.
De inhoudelijk coördinerende instelling heeft als taak om de gezamenlijke organisatie van de opleidingen Verpleegkunde en Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs in een samenwerkingsverband te coördineren. In het samenwerkingsverband wordt afgesproken welke onderwijsinstellingen een deel of het geheel van de gemeenschappelijk georganiseerde opleidingen aanbieden.
De administratief beherende instelling is altijd een secundaire school. De cursist schrijft zich in aan de administratief beherende instelling voor de volledige opleiding. Voor de financiering, de subsidiëring en het inschrijvingsgeld gelden de vigerende decretale en regelgevende bepalingen van de administratief beherende instelling.
In een samenwerkingsverband tussen één hogeschool en meer scholen van het voltijds secundair onderwijs heeft de toepassing van deze paragraaf betrekking op die hogeschool en elke secundaire school afzonderlijk.
§ 3. Binnen het samenwerkingsverband reiken de onderwijsinstellingen gezamenlijk het diploma van gegradueerde met bijbehorende kwalificatie en de deelcertificaten uit.
In een samenwerkingsverband tussen één hogeschool en meer scholen van het voltijds secundair onderwijs heeft de toepassing van deze paragraaf betrekking op die hogeschool en elke secundaire school afzonderlijk.
§ 4. Een samenwerkingsverband kan samenwerken met :
- 1°een of meer publieke verstrekkers van beroepsopleidingen voor volwassenen;
- 2°een of meer sectoren van het beroep waartoe de opleiding leidt;
- 3°bedrijven en organisaties.
§ 5. Als een onderwijsinstelling uit een samenwerkingsverband stapt, behoudt ze, voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs, alleen de onderwijsbevoegdheid die ze had op 31 augustus 2013 of, in voorkomend geval, de onderwijsbevoegdheid van de graduaatsopleidingen die uit de omvorming, vermeld in artikel II.150/1, zijn voortgekomen.
§ 6. Als twee of meer hogescholen fuseren, fuseren ook de samenwerkingsverbanden waarvan ze lid zijn.
§ 7. Een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs kan, na onderhandeling in het lokale comité, uren-leraar overdragen naar een andere partner van het samenwerkingsverband. Als uren-leraar naar een hogeschool worden overgedragen, worden de uren-leraar in kwestie omgezet in krediet.
Een hogeschool kan, na onderhandeling in het hogeschoolonderhandelingscomité, middelen overdragen naar een andere partner van het samenwerkingsverband. Als middelen naar een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs worden overgedragen, worden de middelen omgezet in uren-leraar.
De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag voor de omzetting van middelen naar uren-leraar en omgekeerd.
De betrekking die een school voor het voltijds gewoon secundair onder wijs organiseert met uren-leraar als vermeld in deze paragraaf, komt niet in aanmerking voor vacant verklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid in die betrekking affecteren, muteren of vast benoemen.