Artikel II.200
§1. In het kader van een in artikel II.199, eerste lid, bedoeld contract wordt overeenstemming bereikt over het studietraject op grond waarvan een graad of diploma van een opleiding, respectievelijk een creditbewijs kan worden behaald.
De overeenstemming kan tot stand komen via elektronische weg.
§2. Een studietraject bepaalt de modaliteiten inzake studieomvang, deliberatie en studievoortgangsbewaking:
- 1°bij wijze van modeltraject voor een groep studenten;
- 2°bij wijze van geïndividualiseerd traject voor een bepaalde student.
De opportuniteit van het doorlopen van een geïndividualiseerd traject wordt op zorgvuldige wijze getoetst op grond van het dossier van de student.
§3. De instellingen bieden voor de bacheloropleidingen en de masteropleidingen ten minste één studietraject met een studieomvang van 54 tot 66 studiepunten per academiejaar aan. Voor de masteropleidingen van 90 studiepunten bieden de instellingen ten minste een studietraject aan binnen een aaneensluitende periode van drie semesters.
Die verplichting geldt niet voor de bachelor-na-bacheloropleidingen en de master-na-masteropleidingen.
De instellingen bieden voor de graduaatsopleidingen ten minste één modeltraject aan. De studieomvang ervan per academiejaar kan, in functie van de doelgroep van de opleiding, kleiner zijn dan de omvang vermeld in het eerste lid.
§ 4. Een student die zich voor de eerste keer inschrijft in een bepaalde bacheloropleiding in een bepaalde instelling schrijft zich in voor het modeltraject met een studieomvang van 54 tot 66 studiepunten per academiejaar.
Deze verplichting geldt niet voor:
- 1°een student die op grond van zijn dossier een geïndividualiseerd traject als vermeld in paragraaf 2 verkreeg;
- 2°een student met een bijzonder statuut. De instelling kan voor de groep van studenten met dat bijzonder statuut een modeltraject aanbieden met een afwijkende studieomvang;
- 3°een student die reeds een bachelor- of masterdiploma heeft behaald of een diploma dat daarmee gelijkwaardig wordt erkend.
§ 5. Voor bachelor- en masteropleidingen beperkt het instellingsbestuur volgtijdelijkheid tot het moeten gevolgd hebben van een opleidingsonderdeel of opleiding vooraleer een student een ander opleidingsonderdeel kan volgen en hierover een examen kan afleggen. In geval van risico of veiligheidsproblemen kan het instellingsbestuur daarenboven ook vastleggen dat een student moet geslaagd zijn voor een opleidingsonderdeel of een opleiding vooraleer een student een ander opleidingsonderdeel kan volgen en hierover een examen kan afleggen.
§ 6. Onverminderd de regels rond het leerkrediet heeft een student aan wie in het kader van een bepaalde opleiding een bindende voorwaarde als vermeld in artikel II.246, § 1, derde lid, § 3, tweede lid, en § 4, tweede en derde lid, wordt opgelegd, het recht om binnen het academiejaar waarop de bindende voorwaarde betrekking heeft, minimaal 45 studiepunten in die opleiding op te nemen, tenzij volgtijdelijkheid als vermeld in paragraaf 5 dat niet toelaat.
Onverminderd de regels rond het leerkrediet heeft een student aan wie in het kader van een bepaalde opleiding geen bindende voorwaarde als vermeld in artikel II.246, §1, derde lid, §3, tweede lid, en §4, tweede en derde lid, wordt opgelegd en die in een vorig academiejaar niet voor alle opgenomen opleidingsonderdelen een creditbewijs of een deliberatiecijfer heeft verworven of een tolerantie heeft ingezet, het recht om jaarlijks 72 studiepunten in die opleiding op te nemen, tenzij volgtijdelijkheid als vermeld in paragraaf 5, dat niet toelaat.
§ 7. Een student die niet voor alle opgenomen opleidingsonderdelen een creditbewijs of deliberatiecijfer heeft verworven of een tolerantie heeft ingezet, schrijft zich bij een volgende inschrijving in die opleiding ten minste opnieuw in voor alle opleidingsonderdelen waarvoor hij geen creditbewijs of deliberatiecijfer heeft verworven of geen tolerantie heeft ingezet. Als het gaat om een keuzeopleidingsonderdeel of om de opleidingsonderdelen van een bepaalde afstudeerrichting of van een onderwijsvak als vermeld in artikel II.113, kan de student opteren voor een vervangend keuzeopleidingsonderdeel of voor de opleidingsonderdelen van een andere afstudeerrichting of de opleidingsonderdelen van een ander onderwijsvak, binnen de geldende afspraken van de instelling in kwestie.
Van de verplichting, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeweken als de student kan aantonen dat er sprake is van overmacht of bijzondere individuele omstandigheden.