Tot wijziging van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap en van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap, wat betreft de verwerking van persoonsgegevens, de aanvraag van een persoonsvolgend budget, de samenloop van procedures en de verplichting om een uittreksel uit het strafregister voor te leggen #167
Gemerged 




Vooruit, N-VA, cd&v voegde 13 artikels samen in decreet-2004-05-07-1013104decreet-2014-04-25-1024475 · 17 december 2024 Alle checks geslaagd
13 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 19 dec 2025. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
Art. 2. Aan artikel 2 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, gewijzigd bij de decreten van 25 april 2014 en 7 december 2018, worden een punt 7° tot en met 10° toegevoegd, die luiden als volgt:
“7° bijstandsorganisatie: een organisatie als vermeld in artikel 14 van het decreet van 25 april 2014 die budgethouders bijstaat bij de besteding van het cashbudget, de aanwending van de voucher en de organisatie van de zorg en ondersteuning;
8° vraagverheldering: een proces dat gericht is op het in kaart brengen van de vormen van ondersteuning die het meest geschikt en nodig zijn voor de persoon met een handicap, en waarbij de noden en wensen van de persoon met een handicap centraal staan;
9° decreet van 25 april 2014: het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
10° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
Art. 3. In artikel 11 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 juni 2018 en 7 december 2018, worden het derde en het vierde lid opgeheven.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | §1. Persoonsgegevens worden in het kader van dit decreet verwerkt conform de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens. De persoonsgegevens worden verwerkt conform artikel 6, lid 1, e), en artikel 9, lid 2, h), van de algemene verordening gegevensbescherming. | ||
| 2 | De gegevens over gezondheid worden verwerkt conform artikel 9, lid 3, van de voormelde verordening door of onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die aan het beroepsgeheim is gebonden, of door een andere persoon die tot geheimhouding is gehouden. | ||
| 3 | §2. Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en taken, geregeld bij of krachtens dit decreet of het decreet van 25 april 2014, verwerkt het agentschap de volgende categorieën van persoonsgegevens van personen met een handicap, met een vermoeden van een handicap en, in voorkomend geval, hun wettelijke vertegenwoordiger, met het oog op het behandelen en beoordelen van een aanvraag tot ondersteuning bij het agentschap. | ||
| 4 | De verwerking van persoonsgegevens in het kader van het doeleinde van de verwerking, vermeld in het eerste lid, heeft betrekking op de volgende categorieën van persoonsgegevens: | ||
| 5 | 1° identificatiegegevens, met inbegrip van het rijksregisternummer; | ||
| 6 | 2° verblijfsgegevens; | ||
| 7 | 3° contactgegevens; | ||
| 8 | 4° gegevens over de staat en bekwaamheid van de persoon; | ||
| 9 | 5° gegevens over de gezondheid van de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap en gegevens over sociale factoren; | ||
| 10 | 6° gegevens over zorg en ondersteuning die de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap al geniet; | ||
| 11 | 7° erkenningen en indicatiestellingsgegevens met betrekking tot handicapspecifieke ondersteuning aan de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap, afgeleverd door andere overheidsinstanties; | ||
| 12 | 8° het interneringsstatuut ingeval de persoon met een handicap of een vermoeden van handicap geïnterneerd is als vermeld in de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering; | ||
| 13 | 9° gegevens over het risicobeheer van personen met een handicap of een vermoeden van handicap die gedetineerd zijn als vermeld in de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden of geïnterneerd zijn als vermeld in de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering. | ||
| 14 | Met het oog op de uitvoering van hun opdracht, geregeld bij of krachtens dit decreet of het decreet van 25 april 2014, verwerken de organisaties die meewerken aan vraagverheldering de persoonsgegevens van personen, vermeld in het eerste lid, die zich tot hen wenden voor het begeleiden van het proces van vraagverheldering met het oog op het indienen van een aanvraag tot ondersteuning bij het agentschap. | ||
| 15 | Met het oog op de uitvoering van hun opdracht, geregeld bij of krachtens dit decreet of het decreet van 25 april 2014, verwerken de organisaties die meewerken aan de indicatiestelling de persoonsgegevens van personen, vermeld in het eerste lid, die zich tot hen wenden met het oog op het verzamelen en aanleveren van informatie, nodig voor het indienen van een aanvraag tot ondersteuning bij het agentschap en de beoordeling van de aanvraag door het agentschap. | ||
| 16 | De organisaties, vermeld in het derde en het vierde lid, verwerken daarvoor de categorieën van persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid. | ||
| 17 | De Vlaamse Regering kan de persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid, verder specificeren. | ||
| 18 | §3. Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en taken, geregeld bij of krachtens dit decreet of het decreet van 25 april 2014, verwerkt het agentschap de volgende categorieën van persoonsgegevens van personen met een handicap en, in voorkomend geval, hun wettelijke vertegenwoordiger met het oog op de tenlasteneming van de kosten voor individuele materiële ondersteuning. | ||
| 19 | De verwerking van persoonsgegevens in het kader van het doeleinde van de verwerking, vermeld in het eerste lid, heeft betrekking op de volgende categorieën van persoonsgegevens: | ||
| 20 | 1° identificatiegegevens, met inbegrip van het rijksregisternummer; | ||
| 21 | 2° verblijfsgegevens; | ||
| 22 | 3° contactgegevens; | ||
| 23 | 4° gegevens over de staat en bekwaamheid van de persoon; | ||
| 24 | 5° financiële gegevens; | ||
| 25 | 6° gegevens over zorg en ondersteuning of over tussenkomsten die de persoon met een handicap al geniet en die noodzakelijk zijn voor de berekening van de tenlasteneming door het agentschap om dubbele financiering te vermijden; | ||
| 26 | 7° erkenningen en indicatiestellingsgegevens met betrekking tot handicapspecifieke ondersteuning aan de persoon met een handicap, afgeleverd door andere overheidsinstanties. | ||
| 27 | De Vlaamse Regering kan de persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid, verder specificeren. | ||
| 28 | §4. Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en taken, geregeld bij of krachtens dit decreet of het decreet van 25 april 2014, verwerkt het agentschap persoonsgegevens met het oog op de tenlasteneming van de kosten van ondersteuning, gedragen door de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap, met inbegrip van een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning en het persoonlijkeassistentiebudget. | ||
| 29 | De verwerking van persoonsgegevens in het kader van het doeleinde van de verwerking, vermeld in het eerste lid, heeft betrekking op de volgende categorieën van betrokkenen: | ||
| 30 | 1° de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap; | ||
| 31 | 2° in voorkomend geval, hun wettelijke vertegenwoordiger; | ||
| 32 | 3° de persoonlijke assistent die conform artikel 12, §3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijkeassistentiebudget aan personen met een handicap door de budgethouders bij het agentschap geregistreerd wordt; | ||
| 33 | 4° de natuurlijke persoon of rechtspersoon die zorg en ondersteuning biedt en die conform artikel 17, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders door de budgethouders bij het agentschap geregistreerd wordt. | ||
| 34 | De verwerking van persoonsgegevens in het kader van het doeleinde van de verwerking, vermeld in het eerste lid, heeft betrekking op de volgende categorieën van persoonsgegevens: | ||
| 35 | 1° identificatiegegevens, inclusief het rijksregisternummer; | ||
| 36 | 2° verblijfsgegevens; | ||
| 37 | 3° contactgegevens; | ||
| 38 | 4° gegevens over de staat en bekwaamheid van de personen, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°; | ||
| 39 | 5° financiële gegevens; | ||
| 40 | 6° tewerkstellingsgegevens van de personen, vermeld in het tweede lid, 3° en 4°; | ||
| 41 | 7° gegevens over de aard, de frequentie en de duur van de ondersteuning van de personen, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°, door de personen, vermeld in het tweede lid, 3° en 4°; | ||
| 42 | 8° gegevens over tussenkomsten die de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap geniet en die noodzakelijk zijn voor de berekening van de tenlasteneming door het agentschap om dubbele financiering te vermijden; | ||
| 43 | 9° gegevens over zorg en ondersteuning die de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap al geniet van andere erkende, vergunde of gesubsidieerde organisaties voor het verlenen van zorg en ondersteuning; | ||
| 44 | 10° erkenningen en indicatiestellingsgegevens met betrekking tot handicapspecifieke ondersteuning aan de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap, afgeleverd door andere overheidsinstanties. | ||
| 45 | Met het oog op de uitvoering van hun opdracht, geregeld bij of krachtens dit decreet of het decreet van 25 april 2014, verwerken de bijstandsorganisaties de categorieën van persoonsgegevens, vermeld in het derde lid, 1° tot en met 7°, van personen met een handicap of met een vermoeden van een handicap die zich tot hen wenden en, in voorkomend geval, hun wettelijke vertegenwoordiger, met het oog op bijstand bij de organisatie van de zorg en ondersteuning en de verantwoording van de gemaakte kosten in het kader van de tenlasteneming door het agentschap van de kosten voor ondersteuning, gedragen door de persoon met een handicap. | ||
| 46 | Met het oog op de uitvoering van hun opdracht, geregeld bij of krachtens dit decreet of het decreet van 25 april 2014, verwerken de bijstandsorganisaties de categorieën van persoonsgegevens, vermeld in het derde lid, 1° tot en met 7°, van personen, vermeld in het tweede lid, 3° en 4°, die ondersteuning bieden aan personen met een handicap die zich tot de bijstandsorganisatie wenden met het oog op bijstand bij de organisatie van de zorg en ondersteuning en de verantwoording van de gemaakte kosten in het kader van de tenlasteneming van de kosten voor ondersteuning gedragen door de persoon met een handicap. | ||
| 47 | De Vlaamse Regering kan de persoonsgegevens, vermeld in het derde lid, verder specificeren. | ||
| 48 | §5. Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en taken, geregeld bij of krachtens dit decreet of het decreet van 25 april 2014, verwerkt het agentschap persoonsgegevens in het kader van de subsidiëring van erkende, vergunde of geregistreerde organisaties voor zorg, ondersteuning, begeleiding, dagopvang of verblijf, zowel in het kader van rechtstreeks als niet-rechtstreeks toegankelijke hulp. | ||
| 49 | De verwerking van persoonsgegevens in het kader van het doeleinde van de verwerking, vermeld in het eerste lid, heeft betrekking op de volgende categorieën van betrokkenen: | ||
| 50 | 1° personen met een handicap; | ||
| 51 | 2° personen met een vermoeden van een handicap; | ||
| 52 | 3° in voorkomend geval, hun wettelijke vertegenwoordiger; | ||
| 53 | 4° bestuurders van door het agentschap erkende, vergunde of geregistreerde organisaties; | ||
| 54 | 5° tewerkgesteld personeel van door het agentschap erkende, vergunde of geregistreerde organisaties. | ||
| 55 | De verwerking van persoonsgegevens in het kader van het doeleinde van de verwerking, vermeld in het eerste lid, heeft betrekking op de volgende categorieën van persoonsgegevens: | ||
| 56 | 1° identificatiegegevens, met inbegrip van het rijksregisternummer; | ||
| 57 | 2° verblijfsgegevens van de personen, vermeld in het tweede lid, 1°, 2° en 3°; | ||
| 58 | 3° contactgegevens van de personen, vermeld in het tweede lid, 1°, 2° en 3°; | ||
| 59 | 4° gegevens over de staat en bekwaamheid van de personen, vermeld in het tweede lid, 1°, 2° en 3°; | ||
| 60 | 5° tewerkstellingsgegevens van personen als vermeld in het tweede lid, 5°; | ||
| 61 | 6° gegevens over de aard, de frequentie en de duur van de ondersteuning van de personen, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°, door erkende, vergunde of geregistreerde organisaties voor zorg, ondersteuning, begeleiding, dagopvang of verblijf, zowel in het kader van rechtstreeks als niet-rechtstreeks toegankelijke hulp; | ||
| 62 | 7° gegevens over zorg en ondersteuning die de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap al geniet van andere erkende, vergunde of gesubsidieerde organisaties voor het verlenen van zorg en ondersteuning; | ||
| 63 | 8° gegevens over tussenkomsten die de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap geniet en die noodzakelijk zijn voor de berekening van de tenlasteneming door het agentschap om dubbele financiering te vermijden; | ||
| 64 | 9° het interneringsstatuut ingeval de persoon met een handicap of een vermoeden van handicap geïnterneerd is als vermeld in de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering; | ||
| 65 | 10° gegevens over het risicobeheer van personen met een handicap of een vermoeden van handicap die gedetineerd zijn als vermeld in de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden of geïnterneerd zijn als vermeld in de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering. | ||
| 66 | Met het oog op de uitvoering van hun opdracht, geregeld bij of krachtens dit decreet of het decreet van 25 april 2014, verwerken de door het agentschap erkende, vergunde of geregistreerde organisaties de persoonsgegevens van de personen met een handicap, met een vermoeden van een handicap of, in voorkomend geval, hun wettelijke vertegenwoordiger, die zich tot hen wenden met het oog op het bieden van ondersteuning. | ||
| 67 | De verwerking van persoonsgegevens in het kader van het doeleinde van de verwerking, vermeld in het vierde lid, heeft betrekking op de volgende categorieën van persoonsgegevens: | ||
| 68 | 1° identificatiegegevens; | ||
| 69 | 2° verblijfsgegevens; | ||
| 70 | 3° contactgegevens; | ||
| 71 | 4° gegevens over de staat en bekwaamheid van de personen, vermeld in het tweede lid, 1°, 2° en 3°; | ||
| 72 | 5° gegevens over de gezondheid van de personen, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°; | ||
| 73 | 6° gegevens over de aard, de frequentie en de duur van de ondersteuning van de personen, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°, door erkende, vergunde of geregistreerde organisaties voor zorg, ondersteuning, begeleiding, dagopvang of verblijf, zowel in het kader van rechtstreeks als niet-rechtstreeks toegankelijke hulp; | ||
| 74 | 7° financiële gegevens; | ||
| 75 | 8° gegevens over het risicobeheer van personen met een handicap of een vermoeden van handicap die gedetineerd zijn als vermeld in de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden of geïnterneerd zijn als vermeld in de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering. | ||
| 76 | Met het oog op de uitvoering van hun opdracht, geregeld bij of krachtens dit decreet of het decreet van 25 april 2014, verwerken de door het agentschap erkende, vergunde of geregistreerde organisaties de persoonsgegevens van de personen, vermeld in het tweede lid, 4° en 5°, met het oog op de subsidiëring van de ondersteuning door het agentschap. | ||
| 77 | De verwerking van persoonsgegevens in het kader van het doeleinde van de verwerking, vermeld in het zesde lid, heeft betrekking op de volgende categorieën van persoonsgegevens: | ||
| 78 | 1° identificatiegegevens, met inbegrip van het rijksregisternummer; | ||
| 79 | 2° tewerkstellingsgegevens van personen als vermeld in het tweede lid, 5°. | ||
| 80 | De Vlaamse Regering kan de persoonsgegevens, vermeld in het derde, vijfde en zevende lid, verder specificeren. | ||
| 81 | §6. Met het oog op de opvolging en monitoring van de toegang tot ondersteuning bij het agentschap, ter ondersteuning van beleidsvoorbereiding, rapportering en evaluatie, verwerkt het agentschap de identificatiegegevens van personen met een handicap of met een vermoeden van een handicap die zich wenden tot organisaties die meewerken aan de indicatiestelling. | ||
| 82 | §7. De volgende instanties zijn de verwerkingsverantwoordelijken, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming: | ||
| 83 | 1° het agentschap voor de verwerking van persoonsgegevens, met inbegrip van gegevens over gezondheid met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en de taken, geregeld bij of krachtens dit decreet en het decreet van 25 april 2014; | ||
| 84 | 2° organisaties die meewerken aan de indicatiestelling en vraagverheldering, de bijstandsorganisaties en de door het agentschap erkende, vergunde of geregistreerde organisaties voor de verwerking van persoonsgegevens met het oog op de uitvoering van de opdrachten die hun krachtens dit decreet of het voormelde decreet van 25 april 2014 zijn toegekend. | ||
| 85 | §8. De verwerkte persoonsgegevens van de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap worden bewaard voor een periode van maximaal dertig jaar. De termijn begint te lopen vanaf de datum van het overlijden van de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap. Na afloop van deze termijn worden de verwerkte persoonsgegevens verder bewaard conform artikel 89 van de algemene verordening gegevensbescherming. | ||
| 86 | De verwerkte persoonsgegevens van de wettelijke vertegenwoordiger worden bewaard voor een periode van maximaal vijf jaar na het beëindigen van de rechterlijke beschermingsmaatregel voor de persoon met een handicap of met een vermoeden van een handicap. | ||
| 87 | De verwerkte persoonsgegevens van de bestuurders van de door het agentschap erkende, vergunde of geregistreerde organisaties worden bewaard voor een periode van maximaal drie jaar na de beëindiging van het mandaat als bestuurder. | ||
| 88 | De verwerkte persoonsgegevens van het personeel, tewerkgesteld in de door het agentschap erkende, vergunde of geregistreerde organisaties, worden bewaard voor een periode van maximaal vijftien jaar. | ||
| 89 | De verwerkte persoonsgegevens van de personen, vermeld in paragraaf 4, tweede lid, 3° en 4°, worden bewaard voor een periode van maximaal tien jaar. |
| 1 | §1. Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en taken, geregeld bij of krachtens dit decreet of het decreet van 25 april 2014, verwerkt het agentschap de identificatiegegevens, met inbegrip van het rijksregisternummer, van de volgende personen, met het oog op de regeling van de toegang tot de informatie bij het agentschap, het gebruik van de applicaties van het agentschap en het beheer van hun gegevens in de applicaties van het agentschap: | ||
| 2 | 1° de persoon met een handicap, met een vermoeden van een handicap en, in voorkomend geval, hun wettelijke vertegenwoordiger; | ||
| 3 | 2° medewerkers van organisaties die meewerken aan vraagverheldering als vermeld in artikel 11/1, §2, derde lid; | ||
| 4 | 3° medewerkers van organisaties die meewerken aan de indicatiestelling als vermeld in artikel 11/1, §2, vierde lid; | ||
| 5 | 4° medewerkers van bijstandsorganisaties als vermeld in artikel 11/1, §4, vierde en vijfde lid; | ||
| 6 | 5° medewerkers van door het agentschap erkende, vergunde of geregistreerde organisaties als vermeld in artikel 11/1, §5, vierde en zesde lid; | ||
| 7 | 6° bestuurders van door het agentschap erkende, vergunde of geregistreerde organisaties als vermeld in artikel 11/1, §5, zesde lid. | ||
| 8 | De personen, vermeld in het eerste lid, 2° tot en met 6°, hebben enkel toegang tot de informatie bij het agentschap, het gebruik van de applicaties van het agentschap en het beheer van hun gegevens in de applicaties van het agentschap als dat noodzakelijk is voor hun opdracht, geregeld bij of krachtens dit decreet of het decreet van 25 april 2014. | ||
| 9 | §2. De medewerkers van organisaties die meewerken aan vraagverheldering krijgen voor de doeleinden, vermeld in artikel 11/1, paragraaf 2, derde lid, toegang tot de persoonsgegevens in de applicaties van het agentschap van personen die zich tot hen wenden. Zij hebben toegang tot de categorieën van persoonsgegevens, vermeld in artikel 11/1, paragraaf 2, tweede lid, 1° tot en met 4°, en 6°. | ||
| 10 | De medewerkers van de organisaties die meewerken aan de indicatiestelling krijgen voor de doeleinden, vermeld in artikel 11/1, paragraaf 2, vierde lid, toegang tot de persoonsgegevens in de applicaties van het agentschap van personen die zich tot hen wenden. Zij hebben toegang tot de categorieën van persoonsgegevens, vermeld in artikel 11/1, paragraaf 2, tweede lid, 1° tot en met 6°. | ||
| 11 | De bijstandsorganisaties krijgen voor de doeleinden, vermeld in artikel 11/1, paragraaf 4, vierde en vijfde lid, toegang tot de persoonsgegevens in de applicaties van het agentschap van personen die zich tot hen wenden. Zij hebben toegang tot de categorieën van persoonsgegevens, vermeld in artikel 11/1, paragraaf 4, derde lid, 1° tot en met 7°. | ||
| 12 | Medewerkers en bestuurders van de door het agentschap erkende en vergunde zorgaanbieders krijgen voor de doeleinden, vermeld in artikel 11/1, paragraaf 5, vierde lid, toegang tot de persoonsgegevens in de applicaties van het agentschap van personen die zich tot hen wenden. Zij hebben toegang tot de categorieën van persoonsgegevens, vermeld in artikel 11/1, paragraaf 5, vijfde lid, 1° tot en met 3°. |
| 1 | Een meerderjarige persoon met een handicap die een budget voor nietrechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning wil gebruiken, dient daarvoor een aanvraag in bij het agentschap. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze en de vorm waarop de aanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt ingediend en wordt afgehandeld. |
| 1 | Als de nood aan zorg en ondersteuning zoals vastgesteld op basis van het ondersteuningsplan, een door de Vlaamse Regering vastgestelde grens overschrijdt, wordt de nood aan zorg en ondersteuning bijkomend met een instrument voor de inschaling van de zorgzwaarte vastgesteld. De Vlaamse Regering stelt het instrument voor de inschaling van de zorgzwaarte vast. | 1 | De nood aan zorg en ondersteuning wordt met een instrument voor de inschaling van de zorgzwaarte vastgesteld. De Vlaamse Regering stelt het instrument voor de inschaling van de zorgzwaarte vast. |
| 1 | Het agentschap kent op basis van het ondersteuningsplan en, al naar gelang het geval, op basis van de inschaling van de zorgzwaarte, een budget toe dat wordt uitgedrukt in budgetcategorieën. In de gevallen, vermeld in artikel 10, derde lid, van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap, legt het agentschap begeleidende maatregelen op of beslist het agentschap om het cashbudget om te zetten in een voucher. | 1 | Het agentschap kent op basis van de inschaling van de zorgzwaarte, een budget toe dat wordt uitgedrukt in budgetcategorieën. In de gevallen, vermeld in artikel 10, derde lid, van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap, legt het agentschap begeleidende maatregelen op of beslist het agentschap om het cashbudget om te zetten in een voucher. |
| 1 | §1. De voorzieningen, vermeld in artikel 6, 1°, die vergund of erkend zijn voor het verlenen van ondersteuning aan meerderjarige personen met een handicap, controleren bij de aanstelling van elke nieuwe medewerker het goed en zedelijk gedrag van de betrokkene, dat minstens een onberispelijk gedrag in de omgang met personen met een handicap inhoudt, als de volgende voorwaarden cumulatief vervuld zijn: | ||
| 2 | 1° de activiteit die de medewerker voor de voorziening zal uitvoeren, houdt verband met opvoeding, psycho-medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van meerderjarige personen met een handicap; | ||
| 3 | 2° de medewerker is een meerderjarige persoon op het moment van de aanstelling; | ||
| 4 | 3° de medewerker wordt op een van de volgende wijzen aangesteld: | ||
| 5 | a) door middel van een arbeidsovereenkomst als vermeld in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten; | ||
| 6 | b) door middel van een eenzijdige benoeming; | ||
| 7 | c) door middel van een rechtstreekse overeenkomst met de betrokken natuurlijke persoon of door middel van een onrechtstreekse overeenkomst via een rechtspersoon; | ||
| 8 | d) conform de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers. | ||
| 9 | Met het oog op de controle, vermeld in het eerste lid, legt de betrokkene voor de aanstelling een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering voor, dat op het ogenblik van het voorleggen maximaal één maand oud is. Een document dat gelijkwaardig is aan het voormelde uittreksel uit het strafregister en dat is verleend door een andere lidstaat van de Europese Unie of door een staat die daarmee gelijkgesteld is op het vlak van de toegang tot het uitoefenen van beroepswerkzaamheden, wordt ook in aanmerking genomen. | ||
| 10 | §2. De voorzieningen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kunnen met het oog op de bescherming van personen met een handicap de volgende persoonsgegevens verwerken: | ||
| 11 | 1° de identificatiegegevens die vermeld worden op het uittreksel uit het strafregister, vermeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering; | ||
| 12 | 2° de veroordelingen die vermeld worden op het uittreksel uit het strafregister, vermeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering. | ||
| 13 | De verwerking, vermeld in het eerste lid, beperkt zich tot de controle, vermeld in paragraaf 1. | ||
| 14 | De personen van wie de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen worden verwerkt, zijn de aan te stellen medewerkers, vermeld in paragraaf 1. | ||
| 15 | §3. De voorzieningen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, treden elk op als de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de gegevensverwerking, vermeld in paragraaf 2, eerste lid. | ||
| 16 | De voorzieningen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, nemen de passende maatregelen voor de beveiliging van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, eerste lid. De maatregelen, vermeld in artikel 10, §2, van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, worden toegepast. | ||
| 17 | De uittreksels uit het strafregister worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor de controle, vermeld in paragraaf 1. De uittreksels uit het strafregister worden vernietigd nadat de definitieve beslissing over de aanstelling van de medewerker is genomen. | ||
| 18 | De personen die de controle, vermeld in paragraaf 1, doorvoeren, nemen het vertrouwelijke karakter van de betrokken gegevens in acht. | ||
| 19 | De organisaties, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, nemen de passende maatregelen met het oog op transparantie ten aanzien van de betrokkenen. Die maatregelen hebben onder meer tot doel ervoor te zorgen dat de globale regeling van de gegevensverwerking in het kader van dit decreet voldoende duidelijk is voor de betrokkenen. De communicatie daarover wordt ter beschikking gesteld in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm, en is in duidelijke en eenvoudige taal opgesteld. |
Art. 11. Aan artikel 33, §2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
“Als de persoon met een handicap gebruikmaakt van de verhaalmogelijkheden, vermeld in artikel 8, eerste lid, 5°, tegen de toewijzing door het agentschap, worden de vorderingen, in afwijking van het eerste lid, pas ingediend na het doorlopen van de verhaalmogelijkheden en op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen de termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger de beslissing over het verhaal heeft ontvangen.”.
Hoofdstuk 3. Wijzigingen van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 7 | 6° minderjarige: elke natuurlijke persoon die jonger is dan achttien jaar; | 7 | 6° minderjarige: elke natuurlijke persoon die jonger is dan achttien jaar; |
| 8 | 7° niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning: de zorg en ondersteuning die de duur, intensiteit en frequentie van de rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning overschrijdt, vermeld in artikel 8 of 9; | 8 | 7° niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning: de zorg en ondersteuning die de duur, intensiteit en frequentie van de rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning overschrijdt, vermeld in artikel 8 of 9; |
| 9 | 8° ondersteuningsplan: de beschrijving van het geheel van ondersteuning waarop de persoon met een handicap een beroep kan doen, met inbegrip van de welzijns- en gezondheidsvoorzieningen, het sociale netwerk, materiële ondersteuning en ondersteuning, geleverd door voorzieningen die vergund zijn door het agentschap; | ||
| 9 | 8° ... | ||
| 10 | 9° rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning: de zorg en ondersteuning zoals ambulante begeleiding, ambulante outreach, dagopvang, mobiele begeleiding, mobiele outreach en verblijf, die beperkt is in tijd, intensiteit en frequentie, zoals bepaald overeenkomstig artikel 8, 10° en 11°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, en waarvoor de persoon met een handicap geen aanvraag tot ondersteuning bij het agentschap moet indienen, of de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening, vermeld in artikel 2, § 1, 46°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp; | 10 | 9° rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning: de zorg en ondersteuning zoals ambulante begeleiding, ambulante outreach, dagopvang, mobiele begeleiding, mobiele outreach en verblijf, die beperkt is in tijd, intensiteit en frequentie, zoals bepaald overeenkomstig artikel 8, 10° en 11°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, en waarvoor de persoon met een handicap geen aanvraag tot ondersteuning bij het agentschap moet indienen, of de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening, vermeld in artikel 2, § 1, 46°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp; |
| 11 | 10° toegangspoort: de toegangspoort, vermeld in artikel 2, § 1, 51°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp; | 11 | 10° toegangspoort: de toegangspoort, vermeld in artikel 2, § 1, 51°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp; |
| 4 | 3° algemene verordening gegevensbescherming : de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); | 4 | 3° algemene verordening gegevensbescherming : de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); |
| 5 | Het agentschap, de toegangspoort, het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming en de zorgkassen registreren en verwerken persoonsgegevens en wisselen onder elkaar persoonsgegevens uit, inclusief de bijzondere categorieën van persoons-gegevens, vermeld in artikel 9, lid 1, van de algemene verordening gegevensbescherming, met zorg voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de persoon met een handicap. De registratie, verwerking en uitwisseling betreffen de persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de verstrekking van het basisondersteuningsbudget. De voormelde instanties vragen, met toepassing van de regelgeving tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, de nodige machtigingen tot toegang tot en gebruik van persoonsgegevens, inclusief de bijzondere categorieën van persoons-gegevens, vermeld in artikel 9, lid 1, van de algemene verordening gegevensbescherming, uit externe gegevensbronnen. | 5 | Het agentschap, de toegangspoort, het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming en de zorgkassen registreren en verwerken persoonsgegevens en wisselen onder elkaar persoonsgegevens uit, inclusief de bijzondere categorieën van persoons-gegevens, vermeld in artikel 9, lid 1, van de algemene verordening gegevensbescherming, met zorg voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de persoon met een handicap. De registratie, verwerking en uitwisseling betreffen de persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de verstrekking van het basisondersteuningsbudget. De voormelde instanties vragen, met toepassing van de regelgeving tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, de nodige machtigingen tot toegang tot en gebruik van persoonsgegevens, inclusief de bijzondere categorieën van persoons-gegevens, vermeld in artikel 9, lid 1, van de algemene verordening gegevensbescherming, uit externe gegevensbronnen. |
| 6 | Het agentschap verwerkt de persoonsgegevens voor de uitvoering van de taken geregeld krachtens dit decreet conform artikel 11/1 en 11/2 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. | ||
| 1 | Om aanspraak te kunnen maken op een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, moet de meerderjarige persoon met een handicap aan de volgende voorwaarden voldoen: | ||
| 2 | 1° beschikken over een door het agentschap goedgekeurd ondersteuningsplan; | ||
| 3 | 2° een geobjectiveerde nood hebben aan zorg en ondersteuning die de duur, intensiteit en frequentie van de rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning overschrijdt, in voorkomend geval vastgesteld op basis van een instrument voor de inschaling van de zorgzwaarte. | 1 | De meerderjarige persoon met een handicap die een geobjectiveerde nood heeft aan zorg en ondersteuning die de duur, intensiteit en frequentie van de rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning overschrijdt, in voorkomend geval vastgesteld op basis van een instrument voor de inschaling van de zorgzwaarte, kan aanspraak maken op een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning. |
| 4 | In het eerste lid, 2°, wordt verstaan onder zorgzwaarte: de mate waarin een persoon met een handicap zorg en ondersteuning nodig heeft om zo adequaat mogelijk te kunnen functioneren in het dagelijkse leven. | 2 | In het eerste lid wordt verstaan onder zorgzwaarte: de mate waarin een persoon met een handicap zorg en ondersteuning nodig heeft om zo adequaat mogelijk te kunnen functioneren in het dagelijkse leven. |