§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid en van het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19 #488

Gemerged Katrien SchryversElke SleursFreya SaeysLorin ParysMaaike De RudderKoen Daniëls cd&v, N-VA, Open Vld voegde 13 artikels samen in decreet-2003-11-21decreet-2020-05-29-1033074 · 14 oktober 2020 2 checks vragen aandacht
Advies
DR de Raad van State 2 december 2020 · 20 blz.
488/3 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
ingediend op488 (2020-2021) – Nr. 3 2 december 2020 (2020-2021) verzendcode: WEL Advies van de Raad van State over het voorstel van decreet van Katrien Schryvers, Elke Sleurs, Freya Saeys, Lorin Parys, Maaike De Rudder en Koen Daniëls tot wijziging van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid en van het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19 Documenten in het dossier: : Voorstel van decreet – Nr. 2: Advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens Vlaams Parlement488 (2020-2021) – Nr. 3 3 RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving advies 68.207/3 van 2 december 2020 over een voorstel van decreet van de Vlaamse Gemeenschap ‘tot wijziging van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid en van het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19’ (Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 488/1) Op 29 oktober 2020 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Voorzitter van het Vlaams Parlement verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een voorstel van decreet van de Vlaamse Gemeenschap ‘tot wijziging van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid en van het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19 (Parl.St. Vl. Parl. 2020-21, nr. 488/1)’. Het voorstel is door de derde kamer onderzocht op 24 november 2020. De kamer was samengesteld Jeroen VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, voorzitter, Pierre BARRA en Koen MUYLLE, staatsraden, Jan VELAERS en Bruno PEETERS, assessoren, en Astrid TRUYENS, griffier. Het verslag is uitgebracht door Rein THIELEMANS, eerste auditeur. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 2 december 2020. * 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond1, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. * STREKKING VAN HET VOORSTEL 2. Het om advies voorgelegde voorstel van decreet van de Vlaamse Gemeenschap brengt wijzigingen aan in het decreet van 21 november 2003 ‘betreffende het preventieve gezondheidsbeleid’ en in het decreet van 29 mei 2020 ‘tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19’2, ten einde deze decreten in overeenstemming te brengen met het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, ‘betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano’, goedgekeurd bij decreet van 2 oktober 2020, en teneinde bijkomende maatregelen te nemen inzake de strijd tegen de COVID-19-pandemie. 2.1. In het decreet van 21 november 2003 wordt in de eerste plaats een artikel 34/1 ingevoegd inzake het delen met de gemeenten van persoonsgegevens over personen die luidens het eveneens in te voegen artikel 47/1 in afzondering moeten gaan ingevolge een besmetting of mogelijke besmetting met COVID-19 of een verhoogd risico op COVID-19, dit met het oog op de handhaving door de burgemeester van de maatregelen inzake het in tijdelijke afzondering gaan (artikel 2 van het voorstel). In de tweede plaats wordt in hetzelfde decreet een artikel 47/1 ingevoegd dat de gevallen bepaalt waarin personen van wie bewezen is dat zij besmet zijn met COVID-19 of van wie de arts een ernstig vermoeden heeft van besmetting, personen die in een hoogrisicogebied zijn geweest en andere personen die een verhoogd risico hebben op COVID-19 in tijdelijke afzondering moeten gaan, hetzij op hun hoofdverblijfplaats, hetzij op een andere aangepaste plaats. Het artikel regelt ook de mededeling van die andere plaats aan de ambtenaren-artsen bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, van het decreet van 21 november 2003 (artikel 3 van het voorstel). 1 Aangezien het om een voorstel van decreet gaat, wordt onder “rechtsgrond” de overeenstemming met de hogere rechtsnormen verstaan. 2 Dat decreet resulteerde uit een voorstel van decreet waarover de Raad van State geen advies gaf. In de derde plaats worden verwijzingen naar het voormelde artikel 47/1 ingevoegd in de artikelen 49 en 79 van hetzelfde decreet, aangaande het opstellen van een proces-verbaal bij niet-naleving van de verplichtingen en aangaande de strafbepalingen (artikelen 4 en 5 van het voorstel). 2.2. Wat de wijzigingen aan het decreet van 29 mei 2020 betreft, wordt het contactcentrum3 dat belast is met opdrachten van opsporing en begeleiding van personen met een bevestigde of vermoedelijke diagnose van COVID-19 of van personen die mogelijk een risicodragend contact hebben gehad, voortaan het centrale contactcentrum genoemd en worden de doeleinden van de verwerking van persoonsgegevens in dat verband geschrapt, aangezien die in het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020 zijn bepaald (artikel 8 van het voorstel). Er wordt bepaald dat het centrale contactcentrum bestaat uit callcentermedewerkers, callcentersupervisors, veldonderzoekers en supervisors van veldonderzoekers (artikel 9 van het voorstel). Er wordt een databank voor veldonderzoekers opgericht bij het centrale contactcentrum, waarbij wordt voorzien in een regeling van de doeleinden van de verwerking van persoonsgegevens door deze databank, de personen waarvan persoonsgegevens worden verwerkt, de persoonsgegevens die van deze personen worden …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd