§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat de voorbereidende rechtspleging betreft #379

Gesloten Lorin ParysKatrien SchryversCarina Van CauterMaaike De VreeseJo BrounsPhilippe Muyters N-VA, cd&v, Open Vld wou 4 artikels wijzigen in woonzorgdecreet-van-15-februari-2019 · 22 juni 2020 Alle checks geslaagd
Verslag
10 juli 2020 · 11 blz.
379/4 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: FIN 9 juli 2020 (2019-2020) Verslag namens de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën, Begroting en Justitie uitgebracht door Sarah Smeyers over het voorstel van decreet van Lorin Parys, Katrien Schryvers, Carina Van Cauter, Maaike De Vreese, Jo Brouns en Philippe Muyters tot wijziging van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat de voorbereidende rechtspleging betreft ingediend op — 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be Samenstelling van de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën, Begroting en Justitie: Voorzitter: Jos Lantmeeters. Vaste leden: Arnout Coel, Maaike De Vreese, Jos Lantmeeters, Philippe Muyters, Sarah Smeyers; Adeline Blancquaert, Anke Van dermeersch, Wim Verheyden; Vincent Van Peteghem, Peter Van Rompuy; Willem-Frederik Schiltz, Carina Van Cauter; Stijn Bex, Björn Rzoska; Ludwig Vandenhove. Plaatsvervangers: Andries Gryffroy, Lorin Parys, Wilfried Vandaele, Steven Vandeput, Paul Van Miert; Filip Brusselmans, Yves Buysse, Johan Deckmyn; Jo Brouns, Koen Van den Heuvel; Marino Keulen, Maurits Vande Reyde; Imade Annouri, Celia Groothedde; Bruno Tobback. Toegevoegde leden: Jos D’Haese. Documenten in het dossier: : Voorstel van decreet – Nr. 2 en 3: Amendementen INHOUD I. Toelichting door Lorin Parys ................................................................ 4 1. Algemene toelichting bij het voorstel van decreet ............................. 4 2. Artikelsgewijze toelichting ............................................................. 4 2.1. Artikel 2.............................................................................. 4 2.2. Artikelen 3 en 4 ................................................................... 6 2.3. Artikel 5.............................................................................. 7 II. Bespreking ....................................................................................... 7 1. Algemene bespreking ................................................................... 7 1.1. Tussenkomst van Adeline Blancquaert ..................................... 7 1.2. Tussenkomst van Celia Groothedde ........................................ 7 1.3. Tussenkomst van Jo Brouns ................................................... 8 1.4. Repliek van Lorin Parys ......................................................... 8 2. Artikelsgewijze bespreking en stemming ......................................... 9 3. Eindstemming ............................................................................. 9 Tekst aangenomen door de commissie....................................................... 10 Op dinsdag 7 juli 2020 besprak de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën, Begroting en Justitie het voorstel van decreet van Lorin Parys, Katrien Schryvers, Carina Van Cauter, Maaike De Vreese, Jo Brouns en Philippe Muyters tot wijziging van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat de voorbereidende rechtspleging betreft. Er werden zes amendementen ingediend op het voorstel van decreet. Vijf door de indieners (de nummers 1, 2 en 4 tot en met 6) en één door Adeline Blancquaert, Anke Van dermeersch en Wim Verheyden (nr. 3). Deze amendementen zijn gepubliceerd in Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr. 379/2 en 3. I. Toelichting door Lorin Parys 1. Algemene toelichting bij het voorstel van decreet Lorin Parys legt bij het begin van zijn toelichting uit dat het voorstel van decreet het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht aanpast op enkele punten. Een eerste punt is dat het jeugddelinquentierecht er vandaag van uitgaat dat, wat de meeste dossiers van minderjarige verdachten betreft, het strafrechtelijk onderzoek binnen een maximumduur van zes maanden kan worden afgerond. Dat is ook zo in de meerderheid der gevallen, maar soms blijkt een vonnis op zes maanden niet haalbaar. Daarom zet het voorliggende voorstel de duur van de voorlopige rechtspleging op negen maanden tot aan het moment van het vonnis. Een tweede element is een verduidelijking van de duur en het statuut van de maatregelen tijdens de voorbereidende rechtspleging. Er is ook een amendement (nr. 4) ingediend dat daarop ingaat. Ten derde wordt duidelijk gemaakt dat de termijn van de voorbereidende rechtspleging wordt geschorst voor de duur van het uitstel tussen de inleidende zitting en het moment waarop de zaak in beraad wordt genomen. 2. Artikelsgewijze toelichting 2.1. Artikel 2 2.1.1. Punt 1° Over het eerste punt is overleg gebeurd met de magistratuur, zijnde het Openbaar Ministerie en de jeugdrechters. Zij bevestigen dat zij in de meerderheid van de gevallen het onderzoek binnen een maximumduur van zes maanden kunnen afronden. Tussen het einde van die onderzoeksfase en het vonnis ten gronde bevindt zich echter ook de periode van de dagvaardingstermijn en de behandeling van de zaak. Daarom bepaalt het voorliggende voorstel de duur van de voorlopige rechtspleging principieel op negen maanden vanaf de vordering van het Openbaar Ministerie tot en met het vonnis van de jeugdrechtbank. Daarmee wordt ook verduidelijkt dat de dagvaardingstermijn vervat zit in de termijn van de voorbereidende rechtspleging. Het huidige artikel 21 van het decreet stelt dat het niet meer mogelijk is om een maatregel op te leggen na het verstrijken van de voorbereidende rechtspleging, behoudens de decretaal bepaalde uitzonderingsgevallen. Omdat dat artikel voor onduidelijkheid zorgt, wordt in het voorliggende voorstel bepaald dat bij het verstrijken van de termijn van negen maanden een lopende maatregel alleen nog kan blijven doorlopen, of herzien worden overeenkomstig artikel 16, §2, of verlengd worden volgens de voorwaarden en de termijnen die decretaal expliciet zijn aangegeven en op voorwaarde van een bijzondere motivering. Met uitzondering van een vervangende maatregel wegens de niet-naleving van de opgelegde voorwaarden is het opleggen van meer ingrijpende maatregelen niet mogelijk. Aan dat principe uit …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd