Houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, waaronder het verbod op winst op zorg #2041
Gesloten Vlaamse Regering wou 1 artikel wijzigen in woonzorgdecreet-van-15-februari-2019 · 26 februari 2024 Alle checks geslaagd
Amendementen
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
12 maart 2024 (2023-2024)
Amendement
op het ontwerp van decreet
houdende diverse bepalingen
betreffende het beleidsdomein
Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
waaronder het verbod op winst op zorg
ingediend op
verzendcode: WEL
— 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
AMENDEMENT Nr. 1
voorgesteld door Katrien Schryvers, Koen Daniëls, Freya Saeys,
Katja Verheyen, Maaike De Rudder en Veerle Geerinckx
Artikel 7/1 (nieuw)
Een artikel 7/1 invoegen, dat luidt als volgt:
“Art. 7/1. Aan artikel 39 van hetzelfde decreet wordt een paragraaf 6 toegevoegd,
die luidt als volgt:
“§6. In afwijking van dit artikel heeft een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, geen recht op een selectieve participatietoeslag als welbepaalde inkomsten,
overeenkomstig artikel 38, §3, door weging een bepaald bedrag overschrijden. De
Vlaamse Regering bepaalt de inkomsten die daarvoor in aanmerking komen, de
modaliteiten van de weging, en de Vlaamse Regering stelt het bedrag vast dat niet
mag worden overschreden.”.”.
VERANTWOORDING
Binnen het groeipakket bestaat er een ‘selectieve participatietoeslag’ (hierna ‘schooltoeslag’), bedoeld
voor kinderen die onderwijs volgen in een door Vlaanderen erkende, gefinancierde of gesubsidieerde
onderwijsinstelling en die uit een gezin met een lager inkomen komen.
De schooltoeslag betreft een overheveling/inkanteling van de schooltoelagen vanuit Onderwijs. Zo staat
het in de memorie van toelichting bij het Groeipakketdecreet van 2018 (Parl.St. Vl.Parl. 2017-2018, nr.
1450/1).
Het bedrag van de toeslag hangt af van het gezinsinkomen, de opleiding die een leerling volgt en wordt
per schooljaar toegekend. Voor de vaststelling van het recht op de schooltoeslag geldt onder andere
een financiële voorwaarde.
Artikel 37, eerste lid, van het Groeipakketdecreet van 2018 bepaalt dat er wordt uitgegaan van de inkomsten van het gezin waartoe de leerling behoort om te bepalen of een leerling in aanmerking komt
voor een schooltoeslag.
Artikel 38, §3, van het Groeipakketdecreet van 2018 voorziet in een delegatie aan de Vlaamse Regering
om te bepalen met welke inkomsten van welke personen er rekening wordt gehouden om de gezinsinkomsten vast te stellen.
Het besluit van de Vlaamse Regering (BVR) van 17 mei 2019 ‘betreffende de selectieve participatietoeslagen leerling’ geeft verder uitvoering aan deze financiële voorwaarde en bepaalt van wie inkomsten in
rekening worden gebracht (artikel 3), welke inkomsten in rekening worden gebracht (onder andere drie
keer het geïndexeerde ki vreemd gebruik) (artikel 7). De Vlaamse Regering bepaalt ook de toepassing
van een ki-toets (artikel 10) (ki: kadastraal inkomen).
Samengevat komt deze ki-toets op het volgende neer: als het geïndexeerde ki vreemd gebruik hoger is
dan 1250 euro, dan moet worden nagegaan of drie keer het geïndexeerde ki vreemd gebruik hoger is
dan 20 procent van de totale inkomsten die in aanmerking worden genomen, verminderd met drie keer
het geïndexeerde ki vreemd gebruik en één keer het geïndexeerde ki voor eigen beroepsdoeleinden.
Als dat het geval is, dan is er geen recht op schooltoeslag, hoewel de totale inkomsten lager liggen dan
het toepasselijke maximumbedrag.
Artikel 39 van het Groeipakketdecreet van 2018 bepaalt op welke bedragen (de volledige, een gedeeltelijke, een minimale of een uitzonderlijke schooltoeslag) de rechthebbende leerling recht heeft als het
gezinsinkomen lager is dan de inkomensgrenzen, vermeld in artikel 43 van het Groeipakketdecreet van
2018.
In de praktijk betekent de ki-toets voor een substantieel aantal gezinnen het verschil tussen al dan niet
recht op een schooltoeslag. Er werd vastgesteld dat een arbeidshof de bevoegdheid van de Vlaamse Regering om te voorzien in een ki-toets in vraag stelt, zonder het concept van de ki-toets op zich in vraag
te stellen. De buitenwerkingstelling door dit hof van de ki-toets wegens de legaliteit in het betreffende
geschil creëert een aanzienlijke rechtsonzekerheid. Gelet op de belangrijke rol van de ki-toets voor de
vaststelling van het recht op de schooltoeslag, is het dan ook van essentieel belang dat de mogelijke
onzekerheid over de legaliteit wordt vermeden.
Gelet op deze vaststelling in de rechtspraak voorziet de voorliggende bepaling in een wijziging van
artikel 39 van het Groeipakketdecreet van 2018, door toevoeging van een nieuwe paragraaf. Deze paragraaf bevestigt op decreetniveau, zoals het altijd de intentie van de decreetgever is geweest, het principe van de huidige ki-toets, door te bepalen dat er alsnog geen recht is op een schooltoeslag als een
weging van bepaalde inkomsten een maximumbedrag overschrijdt. De Vlaamse Regering bepaalt welke
inkomsten worden gewogen, onder welke modaliteiten en wat het maximumbedrag is. Die inkomsten
hebben betrekking op bepaalde inkomsten vermeld in artikel 38, §3, van het Groeipakketdecreet van
2018. Deze verdere uitwerking is opgenomen in artikel 10 van het BVR van 17 mei 2019.
Hoewel het altijd de intentie is geweest van de decreetgever om in een ki-toets te voorzien en deze
aanpassing niet noodzakelijk is, aangezien de delegatie in artikel 38, §3, van het Groeipakketdecreet
van 2018 voldoende rechtsgrond geeft voor het vaststellen van een ki-toets door de Vlaamse Regering,
heeft deze wijziging de bedoeling om mogelijke betwistingen en de eventuele daaruit vloeiende rechtsonzekerheid te voorkomen.
De voormelde intentie van de decreetgever blijkt ook uit de memorie van toelichting bij het Groeipakketdecreet (Parl.St. Vl.Parl. 2017-2018, nr. 1450/1). Daarin wordt verduidelijkt dat de schooltoeslag
een inkanteling van de schooltoelagen vanuit Onderwijs betreft, waarbij het altijd de bedoeling is geweest om het systeem van de schooltoelagen maximaal over te nemen. In voormelde memorie bepaalt
de decreetgever namelijk ook expliciet het volgende: “Het uitgangspunt is dat minstens de huidige
doelgroep die schooltoelagen ontvangt ook in de toekomst selectieve …