Decreet tot wijziging van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004, het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap “Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding” en het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen
Staatsblad 9 juli 2026 NUMAC 2026005170
5 artikels gewijzigd
| 11 | 10° de verordening (EU) Nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad; | 11 | 10° de verordening (EU) Nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad; |
| 12 | 11° de verordening (EU) Nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad; | 12 | 11° de verordening (EU) Nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad; |
| 13 | 12° de verordening (EU) Nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006; | 13 | 12° verordening (EU) 2021/1147 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie; |
| 14 | 13° de Verordening (EG) nr. 1828/2006 van de Commissie van 8 december 2006 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, en van de Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling; | 14 | 13° de Verordening (EG) nr. 1828/2006 van de Commissie van 8 december 2006 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, en van de Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling; |
| 15 | 14° het decreet van 17 januari 2003 houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 7 december 2001 tussen de federale staat, de gewesten en de Duitstalige gemeenschap betreffende de ontwikkeling van buurtdiensten en -banen; | 15 | 14° het decreet van 17 januari 2003 houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 7 december 2001 tussen de federale staat, de gewesten en de Duitstalige gemeenschap betreffende de ontwikkeling van buurtdiensten en -banen; |
| 22 | 21° het decreet van 19 december 2003 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004, hoofdstukken XXVII Opleidingscheques en XXXVII Beroepsopleiding; | 22 | 21° het decreet van 19 december 2003 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004, hoofdstukken XXVII Opleidingscheques en XXXVII Beroepsopleiding; |
| 23 | 22° het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid; | 23 | 22° het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid; |
| 24 | 23° ... | ||
| 25 | 24° ... | ||
| 24 | 23° verordening (EU) 2021/1057 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1296/2013; | ||
| 25 | 24° verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid; | ||
| 26 | 25° het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding; | 26 | 25° het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding; |
| 27 | 26° het decreet van 7 mei 2004 betreffende het statuut, de werking, de taken en de bevoegdheden van de erkende regionale samenwerkingsverbanden, de sociaal-economische raden van de regio en de regionale sociaal-economische overlegcomités; | 27 | 26° het decreet van 7 mei 2004 betreffende het statuut, de werking, de taken en de bevoegdheden van de erkende regionale samenwerkingsverbanden, de sociaal-economische raden van de regio en de regionale sociaal-economische overlegcomités; |
| 10 | 8° de gebruiker of de werknemer die wetens en willens heeft deelgenomen aan de inbreuken, vermeld in punt 1° tot en met 7°, en in artikel 10sexies van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen; | 10 | 8° de gebruiker of de werknemer die wetens en willens heeft deelgenomen aan de inbreuken, vermeld in punt 1° tot en met 7°, en in artikel 10sexies van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen; |
| 11 | 9° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die de werknemer of klant niet behandelen op een respectvolle en niet-discriminerende wijze als vermeld in artikel 2, § 2, eerste lid, i en j, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen; | 11 | 9° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die de werknemer of klant niet behandelen op een respectvolle en niet-discriminerende wijze als vermeld in artikel 2, § 2, eerste lid, i en j, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen; |
| 12 | 10° de werkgever, zijn lasthebbers of de aangestelden die de gebruiker vertegenwoordigen voor de toepassing van artikel 3, §2, eerste lid, en artikel 6 van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, of de werknemer vertegenwoordigen om de diensten- cheques te ondertekenen; | 12 | 10° de werkgever, zijn lasthebbers of de aangestelden die de gebruiker vertegenwoordigen voor de toepassing van artikel 3, §2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, of die de gebruiker of werknemer onrechtmatig vertegenwoordigen bij de validatie van geleverde prestaties; |
| 13 | 11° de personen die dienstencheques aanwenden voor andere doeleinden dan de doeleinden waarvoor ze die hebben verkregen; | 13 | 11° de personen die dienstencheques aanwenden voor andere doeleinden dan de doeleinden waarvoor ze die hebben verkregen; |
| 14 | 12° de personen die dienstencheques hebben verkregen, behouden of aanwenden op basis van onjuiste of onvolledige verklaringen, of door na te laten om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken. | 14 | 12° de personen die dienstencheques hebben verkregen, behouden of aanwenden op basis van onjuiste of onvolledige verklaringen, of door na te laten om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken. |
| 1 | § 1. Met het oog op de vervulling van de in artikel 4 bedoelde missie en de in artikel 5 bedoelde taken is de VDAB gerechtigd alle activiteiten te verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van voormelde missie en voormelde taken. | 1 | § 1. Met het oog op de vervulling van de in artikel 4 bedoelde missie en de in artikel 5 bedoelde taken is de VDAB gerechtigd alle activiteiten te verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van voormelde missie en voormelde taken. |
| 2 | § 2. Als rechtspersoon is de VDAB algemeen rechts-, handelings- en procesbekwaam, zulks binnen de perken van zijn missie en takenstelling als bedoeld in respectievelijk de artikelen 4 en 5 en binnen de perken van het Bestuursdecreet. | 2 | § 2. Als rechtspersoon is de VDAB algemeen rechts-, handelings- en procesbekwaam, zulks binnen de perken van zijn missie en takenstelling als bedoeld in respectievelijk de artikelen 4 en 5 en binnen de perken van het Bestuursdecreet. |
| 3 | Onverminderd het bepaalde in het Bestuursdecreet, in dit decreet, in andere decreten en in hun uitvoeringsbesluiten, beschikt de VDAB, met het oog op de vervulling van de in artikel 4 bedoelde missie en de in artikel 5 bedoelde taken, tevens over de hierna vermelde bijzondere bevoegdheden die de VDAB uitoefent in overeenstemming met het bepaalde in het Bestuursdecreet en in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan : | 3 | Onverminderd het bepaalde in het Bestuursdecreet, in dit decreet, in andere decreten en in hun uitvoeringsbesluiten, beschikt de VDAB, met het oog op de vervulling van de in artikel 4 bedoelde missie en de in artikel 5 bedoelde taken, tevens over de hierna vermelde bijzondere bevoegdheden die de VDAB uitoefent in overeenstemming met het bepaalde in het Bestuursdecreet, dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan en de beheersovereenkomst die de VDAB verbindt: |
| 4 | 1° rekening houdende met het bepaalde in artikel 5, § 4, het bepalen en opleggen van een vergoeding voor de dienstverlening van VDAB, de universele dienstverlening uitgezonderd; | 4 | 1° rekening houdende met het bepaalde in artikel 5, § 4, het bepalen en opleggen van een vergoeding voor de dienstverlening van VDAB, de universele dienstverlening uitgezonderd; |
| 5 | 2° het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten met één of meer van de hierna vermelde instellingen of personen, indien zulks nodig is voor de vervulling van zijn missie en taakstelling: | 5 | 2° het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten met één of meer van de hierna vermelde instellingen of personen, indien zulks nodig is voor de vervulling van zijn missie en taakstelling: |
| 8 | 4° het bepalen van de regels op grond waarvan de VDAB samenwerkingsovereenkomsten met private arbeidsmarktactoren kan sluiten; | 8 | 4° het bepalen van de regels op grond waarvan de VDAB samenwerkingsovereenkomsten met private arbeidsmarktactoren kan sluiten; |
| 9 | 5° het beslissen over de deelname van de VDAB aan de oprichting van of de deelname in, alsmede het bestuur of de leiding en de financiering van publiek- of privaatrechtelijke rechtspersonen; | 9 | 5° het beslissen over de deelname van de VDAB aan de oprichting van of de deelname in, alsmede het bestuur of de leiding en de financiering van publiek- of privaatrechtelijke rechtspersonen; |
| 10 | 6° de goedkeuring van de rapportering aan de Vlaamse regering over de uitvoering van het jaarlijkse ondernemingsplan ; | 10 | 6° de goedkeuring van de rapportering aan de Vlaamse Regering over de uitvoering van het jaarlijkse ondernemingsplan en de beheersovereenkomst, vermeld in paragraaf 3; |
| 11 | 7° het rapporteren over de uitvoering van de begroting; | 11 | 7° het rapporteren over de uitvoering van de begroting; |
| 12 | 8° het vaststellen van de vergoedingen bedoeld in artikel 5, § 4, tweede lid. | 12 | 8° het vaststellen van de vergoedingen bedoeld in artikel 5, § 4, tweede lid. |
| 13 | §3. De Vlaamse Regering sluit een beheersovereenkomst met VDAB. De raad van bestuur stelt in samenspraak met de Vlaamse Regering een beheersovereenkomst op. De raad van bestuur en de gedelegeerd bestuurder vertegenwoordigen samen VDAB bij het sluiten van de beheersovereenkomst. | ||
| 14 | De beheersovereenkomst bevat de strategische doelstellingen en de bijbehorende meetbare kritische kern-prestatie-indicatoren. Op basis van de strategische doelstellingen worden operationele doelstellingen bepaald in het jaarlijkse ondernemingsplan met afgeleide kern-prestatie-indicatoren om de uitvoering van de beheersovereenkomst te kunnen evalueren. | ||
| 15 | Het jaarlijkse ondernemingsplan voorziet ook in een rapportering over de uitvoering van de beheersovereenkomst gedurende het afgelopen kalenderjaar. | ||
| 16 | De beheersovereenkomst wordt gesloten voor een periode van vijf jaar en treedt in werking op de datum die de Vlaamse Regering bepaalt. | ||
| 17 | De beheersovereenkomst en elke substantiële wijziging en verlenging van de beheersovereenkomst worden onmiddellijk meegedeeld aan het Vlaams Parlement. Elke wijziging van de beheersovereenkomst wordt geformaliseerd via een addendum bij de beheersovereenkomst. | ||
| 1 | § 1. Onverminderd andere wettelijke en/of decretale bepalingen en hun uitvoeringsbesluiten is de gedelegeerd bestuurder, binnen de perken van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, alsmede van het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 16, belast met het dagelijks bestuur van de VDAB. | 1 | § 1. Onverminderd andere wettelijke en/of decretale bepalingen en hun uitvoeringsbesluiten is de gedelegeerd bestuurder, binnen de perken van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, alsmede van het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 16, belast met het dagelijks bestuur van de VDAB. |
| 2 | De inhoud van het dagelijks bestuur wordt nader vastgelegd in het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 16 en omvat in elk geval: | 2 | De inhoud van het dagelijks bestuur wordt nader vastgelegd in het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 16 en omvat in elk geval: |
| 3 | 1° inzake het management van de dienstverlening: de voorbereiding en de uitvoering van de strategische meerjarenplannen en jaarlijkse ondernemingsplannen, voortvloeiende uit de beleidscyclus en goedgekeurd door de raad van bestuur; | 3 | 1° voor het management van de dienstverlening: de voorbereiding en de uitvoering van de strategische meerjarenplannen en jaarlijkse ondernemingsplannen die voortvloeien uit de beheersovereenkomst, vermeld in artikel 12, §3, en die worden goedgekeurd door de raad van bestuur; |
| 4 | 2° over de productontwikkeling: | 4 | 2° over de productontwikkeling: |
| 5 | a) nieuwe diensten, producten en processen ontwikkelen, na goedkeuring | ||
| 6 | door de raad van bestuur als er een strategische impact is; | 5 | a) nieuwe diensten, producten en processen ontwikkelen, na goedkeuring door de raad van bestuur als er een strategische impact is; |
| 7 | b) bestaande diensten, producten en processen verbeteren; | 6 | b) bestaande diensten, producten en processen verbeteren; |
| 8 | 3° inzake het personeelsbeleid: het voeren van een coherent personeelsbeleid, afgestemd op de strategische evolutie van het agentschap en de omgevingsfactoren waarbinnen de dienstverlening plaatsvindt overeenkomstig de rechtspositieregeling van het personeel alsmede met de richtlijnen van de raad van bestuur dienaangaande; | 7 | 3° inzake het personeelsbeleid: het voeren van een coherent personeelsbeleid, afgestemd op de strategische evolutie van het agentschap en de omgevingsfactoren waarbinnen de dienstverlening plaatsvindt overeenkomstig de rechtspositieregeling van het personeel alsmede met de richtlijnen van de raad van bestuur dienaangaande; |